Provérbios 21

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.
1 Como ribeiros de águas assim é o coração do rei na mão do Senhor ; este, segundo o seu querer, o inclina.
2 Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.
2 Todo caminho do homem é reto aos seus próprios olhos, mas o
3 Gerechtigheid en recht te doen is bij den HEERE uitgelezener dan offer.
3 Exercitar justiça e juízo é mais aceitável ao
4 Hoogheid der ogen, en trotsheid des harten, en de ploeging der goddelozen, zijn zonde.
4 Olhar altivo e coração orgulhoso, a lâmpada dos perversos, são pecado.
5 De gedachten des vlijtigen zijn alleen tot overschot; maar van een ieder, die haastig is, alleen tot gebrek.
5 Os planos do diligente tendem à abundância, mas a pressa excessiva, à pobreza.
6 Te arbeiden om schatten met een valse tong, is een voortgedrevene ijdelheid dergenen, die den dood zoeken.
6 Trabalhar por adquirir tesouro com língua falsa é vaidade e laço mortal.
7 De verwoesting der goddelozen zal hen doorsnijden, omdat zij weigeren recht te doen.
7 A violência dos perversos os arrebata, porque recusam praticar a justiça.
8 De weg des mensen is gans verkeerd en vreemd; maar het werk des zuiveren is recht.
8 Tortuoso é o caminho do homem carregado de culpa, mas reto, o proceder do honesto.
9 Het is beter te wonen op een hoek van het dak, dan met een kijfachtige huisvrouw, en dat in een huis van gezelschap.
9 Melhor é morar no canto do eirado do que junto com a mulher rixosa na mesma casa.
10 De ziel des goddelozen begeert het kwaad; zijn naaste krijgt geen genade in zijn ogen.
10 A alma do perverso deseja o mal; nem o seu vizinho recebe dele compaixão.
11 Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.
11 Quando o escarnecedor é castigado, o simples se torna sábio; e, quando o sábio é instruído, recebe o conhecimento.
12 De rechtvaardige let verstandelijk op des goddelozen huis, als God de goddelozen in het kwaad stort.
12 O Justo considera a casa dos perversos e os arrasta para o mal.
13 Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.
13 O que tapa o ouvido ao clamor do pobre também clamará e não será ouvido.
14 Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.
14 O presente que se dá em segredo abate a ira, e a dádiva em sigilo, uma forte indignação.
15 Het is den rechtvaardige een blijdschap recht te doen; maar voor de werkers der ongerechtigheid is het verschrikking.
15 Praticar a justiça é alegria para o justo, mas espanto, para os que praticam a iniquidade.
16 Een mens, die van den weg des verstands afdwaalt, zal in de gemeente der doden rusten.
16 O homem que se desvia do caminho do entendimento na congregação dos mortos repousará.
17 Die blijdschap liefheeft, die zal gebrek lijden; die wijn en olie liefheeft, zal niet rijk worden.
17 Quem ama os prazeres empobrecerá, quem ama o vinho e o azeite jamais enriquecerá.
18 De goddeloze is een rantsoen voor de rechtvaardigen, en de trouweloze voor de oprechten.
18 O perverso serve de resgate para o justo; e, para os retos, o pérfido.
19 Het is beter te wonen in een woest land, dan bij een zeer kijfachtige en toornige huisvrouw.
19 Melhor é morar numa terra deserta do que com a mulher rixosa e iracunda.
20 In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.
20 Tesouro desejável e azeite há na casa do sábio, mas o homem insensato os desperdiça.
21 Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden.
21 O que segue a justiça e a bondade achará a vida, a justiça e a honra.
22 De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.
22 O sábio escala a cidade dos valentes e derriba a fortaleza em que ela confia.
23 Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.
23 O que guarda a boca e a língua guarda a sua alma das angústias.
24 Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.
24 Quanto ao soberbo e presumido, zombador é seu nome; procede com indignação e arrogância.
25 De begeerte des luiaards zal hem doden, want zijn handen weigeren te werken.
25 O preguiçoso morre desejando, porque as suas mãos recusam trabalhar.
26 Den gansen dag begeert hij begeerlijke dingen; maar de rechtvaardige zal geven, en niet inhouden.
26 O cobiçoso cobiça todo o dia, mas o justo dá e nada retém.
27 Het offer der goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen!
27 O sacrifício dos perversos já é abominação; quanto mais oferecendo-o com intenção maligna!
28 Een leugenachtig getuige zal vergaan; en een man, die hoort, zal spreken tot overwinning.
28 A testemunha falsa perecerá, mas a auricular falará sem ser contestada.
29 Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.
29 O homem perverso mostra dureza no rosto, mas o reto considera o seu caminho.
30 Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
30 Não há sabedoria, nem inteligência, nem mesmo conselho contra o
31 Het paard wordt bereid tegen den dag des strijds; maar de overwinning is des HEEREN.
31 O cavalo prepara-se para o dia da batalha, mas a vitória vem do

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Provérbios 21, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.