Provérbios 3

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.
1 Filho meu, não te esqueças dos meus ensinos, e o teu coração guarde os meus mandamentos;
2 Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.
2 porque eles aumentarão os teus dias e te acrescentarão anos de vida e paz.
3 Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.
3 Não te desamparem a benignidade e a fidelidade; ata-as ao pescoço; escreve-as na tábua do teu coração
4 En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.
4 e acharás graça e boa compreensão diante de Deus e dos homens.
5 Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.
5 Confia no Senhor de todo o teu coração e não te estribes no teu próprio entendimento.
6 Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
6 Reconhece-o em todos os teus caminhos, e ele endireitará as tuas veredas.
7 Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.
7 Não sejas sábio aos teus próprios olhos; teme ao
8 Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.
8 será isto saúde para o teu corpo e refrigério, para os teus ossos.
9 Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten;
9 Honra ao Senhor com os teus bens e com as primícias de toda a tua renda;
10 Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen.
10 e se encherão fartamente os teus celeiros, e transbordarão de vinho os teus lagares.
11 Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding;
11 Filho meu, não rejeites a disciplina do Senhor , nem te enfades da sua repreensão.
12 Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
12 Porque o Senhor repreende a quem ama, assim como o pai, ao filho a quem quer bem.
13 Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!
13 Feliz o homem que acha sabedoria, e o homem que adquire conhecimento;
14 Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.
14 porque melhor é o lucro que ela dá do que o da prata, e melhor a sua renda do que o ouro mais fino.
15 Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.
15 Mais preciosa é do que pérolas, e tudo o que podes desejar não é comparável a ela.
16 Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.
16 O alongar-se da vida está na sua mão direita, na sua esquerda, riquezas e honra.
17 Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.
17 Os seus caminhos são caminhos deliciosos, e todas as suas veredas, paz.
18 Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.
18 É árvore de vida para os que a alcançam, e felizes são todos os que a retêm.
19 De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.
19 O Senhor com sabedoria fundou a terra, com inteligência estabeleceu os céus.
20 Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.
20 Pelo seu conhecimento os abismos se rompem, e as nuvens destilam orvalho.
21 Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.
21 Filho meu, não se apartem estas coisas dos teus olhos; guarda a verdadeira sabedoria e o bom siso;
22 Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.
22 porque serão vida para a tua alma e adorno ao teu pescoço.
23 Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.
23 Então, andarás seguro no teu caminho, e não tropeçará o teu pé.
24 Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen.
24 Quando te deitares, não temerás; deitar-te-ás, e o teu sono será suave.
25 Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt.
25 Não temas o pavor repentino, nem a arremetida dos perversos, quando vier.
26 Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.
26 Porque o Senhor será a tua segurança e guardará os teus pés de serem presos.
27 Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen uwer hand is te doen.
27 Não te furtes a fazer o bem a quem de direito, estando na tua mão o poder de fazê-lo.
28 Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weder, en morgen zal ik geven, dewijl het bij u is.
28 Não digas ao teu próximo: Vai e volta amanhã; então, to darei, se o tens agora contigo.
29 Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont.
29 Não maquines o mal contra o teu próximo, pois habita junto de ti confiadamente.
30 Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft.
30 Jamais pleiteies com alguém sem razão, se te não houver feito mal.
31 Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.
31 Não tenhas inveja do homem violento, nem sigas nenhum de seus caminhos;
32 Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte.
32 porque o Senhor abomina o perverso, mas aos retos trata com intimidade.
33 De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.
33 A maldição do Senhor habita na casa do perverso, porém a morada dos justos ele abençoa.
34 Zekerlijk, de spotters zal Hij bespotten, maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven.
34 Certamente, ele escarnece dos escarnecedores, mas dá graça aos humildes.
35 De wijzen zullen eer beerven; maar elkeen der zotten neemt schande op zich.
35 Os sábios herdarão honra, mas os loucos tomam sobre si a ignomínia.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Provérbios 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.