Jó 21

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Maar Job antwoordde en zeide:
1 Então Jó respondeu:
2 Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.
2 “Ouçam com atenção as minhas palavras; seja esta a consolação que vocês me trazem.
3 Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.
3 Tenham paciência, e eu falarei; e, havendo eu falado, poderão zombar de mim.
4 Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?
4 Será que é do homem que eu me queixo? Não tenho motivo para ficar impaciente?
5 Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.
5 Olhem para mim e fiquem pasmos, e ponham a mão sobre a boca.
6 Ja, wanneer ik daaraan gedenk, zo word ik beroerd, en mijn vlees heeft een gruwen gevat.
6 Porque só de pensar nisso fico apavorado, e sinto um calafrio passar pelo meu corpo.”
7 Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen?
7 “Como é que os ímpios continuam vivos, envelhecem e ainda se tornam mais poderosos?
8 Hun zaad is bestendig met hen voor hun aangezicht, en hun spruiten zijn voor hun ogen.
8 Os seus filhos se estabelecem na sua presença; e os seus descendentes, diante dos seus olhos.
9 Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet.
9 As suas casas têm paz e estão livres do medo; e a vara de Deus não os fustiga.
10 Zijn stier bespringt, en mist niet; zijn koe kalft, en misdraagt niet.
10 Os seus touros geram e não falham; as suas novilhas têm a cria e não abortam.
11 Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.
11 Deixam as suas crianças correr como um rebanho; os seus filhos saltam de alegria.
12 Zij heffen op met de trommel en de harp, en zij verblijden zich op het geluid des orgels.
12 Cantam com tamborim e harpa e alegram-se ao som da flauta.
13 In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf.
13 Passam os seus dias em prosperidade e em paz descem à sepultura.”
14 Nochtans zeggen zij tot God: Wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust.
14 “E são estes os que se dirigem a Deus, dizendo: ‘Deixa-nos em paz. Não queremos conhecer os teus caminhos.
15 Wat is de Almachtige, dat wij Hem zouden dienen? En wat baat zullen wij hebben, dat wij Hem aanlopen zouden?
15 Quem é o Todo-Poderoso, para que o sirvamos? E o que ganhamos, se lhe fizermos orações?’
16 Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.
16 Vejam que não provém deles a sua prosperidade. Longe de mim o conselho dos ímpios!”
17 Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn!
17 “Quantas vezes se apaga a lâmpada dos ímpios? Quantas vezes lhes sobrevém a destruição? Quantas vezes Deus, na sua ira, os faz sofrer?
18 Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;
18 Quantas vezes são como a palha diante do vento e como a poeira que é levada pela tempestade?”
19 Dat God Zijn geweld weglegt, voor Zijn kinderen, hem vergeldt, dat hij het gewaar wordt;
19 “Vocês dizem que Deus reserva o castigo do perverso para os filhos dele. Mas é ao perverso que Deus deveria punir, para que o sinta.
20 Dat zijn ogen zijn ondergang zien, en hij drinkt van de grimmigheid des Almachtigen!
20 Seus próprios olhos devem ver a sua ruína; que ele beba do furor do Todo-Poderoso!
21 Want wat lust zou hij na zich aan zijn huis hebben, als het getal zijner maanden afgesneden is?
21 Porque depois de morto, e acabada a contagem dos seus meses, que interessa a ele a sua casa?
22 Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?
22 Será que alguém pode ensinar algo a Deus, a ele que julga os que estão nos céus?”
23 Deze sterft in de kracht zijner volkomenheid, daar hij gans stil en gerust was;
23 “Um morre em pleno vigor, despreocupado e tranquilo,
24 Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.
24 com os seus baldes cheios de leite e os ossos repletos de tutano.
25 De ander daarentegen sterft met een bittere ziel, en hij heeft van het goede niet gegeten.
25 Outro, ao contrário, morre com o coração cheio de amargura, não havendo provado o bem.
26 Zij liggen te zamen neder in het stof, en het gewormte overdekt ze.
26 Juntamente jazem no pó, onde os vermes os cobrem.”
27 Ziet, ik weet ulieder gedachten, en de boze verdichtselen, waarmede gij tegen mij geweld doet.
27 “Eis que eu conheço os pensamentos de vocês e os planos injustos que fazem para me prejudicar.
28 Want gij zult zeggen: Waar is het huis van den prins, en waar is de tent van de woningen der goddelozen?
28 Porque vocês perguntam: ‘Onde está agora a casa do príncipe?’ E: ‘Onde ficou a tenda em que moravam os ímpios?’”
29 Hebt gijlieden niet gevraagd de voorbijgaanden op den weg, en kent gij hun tekenen niet?
29 “Será que vocês nunca interrogaram os que viajam? E não levaram em conta as suas declarações,
30 Dat de boze onttrokken wordt ten dage des verderfs; dat zij ten dage der verbolgenheden ontvoerd worden.
30 que o mau é poupado no dia da calamidade, e é socorrido no dia do furor?
31 Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?
31 Quem lhe jogará na cara o que ele fez? Quem o fará pagar pelo que fez?
32 Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop.
32 Finalmente, é levado à sepultura, e sobre o seu túmulo se faz vigilância.
33 De kluiten des dals zijn hem zoet, en hij trekt na zich alle mensen; en dergenen, die voor hem geweest zijn, is geen getal.
33 A terra do vale que o cobre é leve; todos os homens o seguem, assim como são inumeráveis os que foram adiante dele.
34 Hoe vertroost gij mij dan met ijdelheid, dewijl in uw antwoorden overtreding overig is?
34 Como, então, vocês querem me consolar com palavras vazias? Nas respostas de vocês só há falsidade.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 21, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.