Salmos 107

Dutch (DUTCH) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
1 Louvai ao Senhor , porque ele é bom, porque a sua benignidade é para sempre.
2 Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.
2 Digam-n o os remidos do Senhor , os que remiu da mão do inimigo
3 En die Hij uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.
3 e os que congregou das terras do Oriente e do Ocidente, do Norte e do Sul.
4 Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;
4 Andaram desgarrados pelo deserto, por caminhos solitários; não acharam cidade que habitassem.
5 Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.
5 Famintos e sedentos, a sua alma neles desfalecia.
6 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;
6 E clamaram ao Senhor na sua angústia, e ele os livrou das suas necessidades.
7 En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.
7 E os levou por caminho direito, para irem à cidade que deviam habitar.
8 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
8 Louvem ao Senhor pela sua bondade e pelas suas maravilhas para com os filhos dos homens!
9 Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;
9 Pois fartou a alma sedenta e encheu de bens a alma faminta,
10 Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;
10 tal como a que se assenta nas trevas e sombra da morte, presa em aflição e em ferro.
11 Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.
11 Como se rebelaram contra as palavras de Deus e desprezaram o conselho do Altíssimo,
12 Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.
12 eis que lhes abateu o coração com trabalho; tropeçaram, e não houve quem os ajudasse.
13 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
13 Então, clamaram ao Senhor na sua angústia, e ele os livrou das suas necessidades.
14 Hij voerde hen uit de duisternis en de schaduw des doods, en Hij brak hun banden.
14 Tirou-os das trevas e sombra da morte e quebrou as suas prisões.
15 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;
15 Louvem ao Senhor pela sua bondade e pelas suas maravilhas para com os filhos dos homens!
16 Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.
16 Pois quebrou as portas de bronze e despedaçou os ferrolhos de ferro.
17 De zotten worden om den weg hunner overtreding, en om hun ongerechtigheden geplaagd;
17 Os loucos, por causa do seu caminho de transgressão e por causa das suas iniquidades, são afligidos.
18 Hun ziel gruwelde van alle spijze, en zij waren tot aan de poorten des doods gekomen.
18 A sua alma aborreceu toda comida, e chegaram até às portas da morte.
19 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
19 Então, clamaram ao Senhor na sua angústia, e ele os livrou das suas necessidades.
20 Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen.
20 Enviou a sua palavra, e os sarou, e os livrou da sua destruição.
21 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
21 Louvem ao Senhor pela sua bondade e pelas suas maravilhas para com os filhos dos homens!
22 En dat zij lofofferen offeren, en met gejuich Zijn werken vertellen.
22 E ofereçam sacrifícios de louvor e relatem as suas obras com regozijo!
23 Die met schepen ter zee afvaren, handel doende op grote wateren;
23 Os que descem ao mar em navios, mercando nas grandes águas,
24 Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte.
24 esses veem as obras do Senhor e as suas maravilhas no profundo.
25 Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft.
25 Pois ele manda, e se levanta o vento tempestuoso, que eleva as suas ondas.
26 Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst.
26 Sobem aos céus, descem aos abismos, e a sua alma se derrete em angústias.
27 Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden.
27 Andam e cambaleiam como ébrios, e esvai-se-lhes toda a sua sabedoria.
28 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.
28 Então, clamam ao Senhor na sua tribulação, e ele os livra das suas angústias.
29 Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.
29 Faz cessar a tormenta, e acalmam-se as ondas.
30 Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft.
30 Então, se alegram com a bonança; e ele, assim, os leva ao porto desejado.
31 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
31 Louvem ao Senhor pela sua bondade e pelas suas maravilhas para com os filhos dos homens!
32 En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.
32 Exaltem-no na congregação do povo e glorifiquem-no na assembleia dos anciãos!
33 Hij stelt de rivieren tot een woestijn, en watertochten tot dorstig land.
33 Ele converte rios em desertos; nascentes, em terra sedenta;
34 Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.
34 a terra frutífera, em terreno salgado, pela maldade dos que nela habitam.
35 Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.
35 Converte o deserto em lagos e a terra seca, em nascentes.
36 En Hij doet de hongerigen aldaar wonen, en zij stichten een stad ter woning;
36 E faz habitar ali os famintos, que edificam cidade para sua residência,
37 En bezaaien akkers, en planten wijngaarden, die inkomende vrucht voortbrengen.
37 e semeiam campos, e plantam vinhas, que produzem fruto abundante.
38 En Hij zegent hen, zodat zij zeer vermenigvuldigen, en hun vee vermindert Hij niet.
38 E ele os abençoa, de modo que se multiplicam muito; e o seu gado não diminui.
39 Daarna verminderen zij, en komen ten onder, door verdrukking, kwaad en droefenis.
39 Mas outra vez decrescem e são abatidos, pela opressão, aflição e tristeza.
40 Hij stort verachting uit over de prinsen, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.
40 Derrama o desprezo sobre os príncipes e os faz andar desgarrados pelo deserto, onde não há caminho.
41 Maar Hij brengt den nooddruftige uit de verdrukking in een hoog vertrek, en maakt de huisgezinnen als kudden.
41 Mas ele levanta da opressão o necessitado, para um alto retiro, e multiplica as famílias como rebanhos.
42 De oprechten zien het, en zijn verblijd, maar alle ongerechtigheid stopt haar mond.
42 Os retos veem isto e alegram-se, mas todos os iníquos fecham a boca.
43 Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des HEEREN.
43 Quem é sábio observe estas coisas e considere atentamente as benignidades do Senhor .

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 107, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.