Salmos 107

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
1 Rendei graças ao Senhor , porque ele é bom, e a sua misericórdia dura para sempre.
2 Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.
2 Digam-no os remidos do Senhor , os que ele resgatou da mão do inimigo
3 En die Hij uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.
3 e congregou de entre as terras, do Oriente e do Ocidente, do Norte e do mar.
4 Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;
4 Andaram errantes pelo deserto, por ermos caminhos, sem achar cidade em que habitassem.
5 Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.
5 Famintos e sedentos, desfalecia neles a alma.
6 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;
6 Então, na sua angústia, clamaram ao Senhor , e ele os livrou das suas tribulações.
7 En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.
7 Conduziu-os pelo caminho direito, para que fossem à cidade em que habitassem.
8 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
8 Rendam graças ao Senhor por sua bondade e por suas maravilhas para com os filhos dos homens!
9 Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;
9 Pois dessedentou a alma sequiosa e fartou de bens a alma faminta.
10 Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;
10 Os que se assentaram nas trevas e nas sombras da morte, presos em aflição e em ferros,
11 Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.
11 por se terem rebelado contra a palavra de Deus e haverem desprezado o conselho do Altíssimo,
12 Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.
12 de modo que lhes abateu com trabalhos o coração — caíram, e não houve quem os socorresse.
13 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
13 Então, na sua angústia, clamaram ao Senhor , e ele os livrou das suas tribulações.
14 Hij voerde hen uit de duisternis en de schaduw des doods, en Hij brak hun banden.
14 Tirou-os das trevas e das sombras da morte e lhes despedaçou as cadeias.
15 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;
15 Rendam graças ao Senhor por sua bondade e por suas maravilhas para com os filhos dos homens!
16 Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.
16 Pois arrombou as portas de bronze e quebrou as trancas de ferro.
17 De zotten worden om den weg hunner overtreding, en om hun ongerechtigheden geplaagd;
17 Os estultos, por causa do seu caminho de transgressão e por causa das suas iniquidades, serão afligidos.
18 Hun ziel gruwelde van alle spijze, en zij waren tot aan de poorten des doods gekomen.
18 A sua alma aborreceu toda sorte de comida, e chegaram às portas da morte.
19 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
19 Então, na sua angústia, clamaram ao Senhor , e ele os livrou das suas tribulações.
20 Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen.
20 Enviou-lhes a sua palavra, e os sarou, e os livrou do que lhes era mortal.
21 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
21 Rendam graças ao Senhor por sua bondade e por suas maravilhas para com os filhos dos homens!
22 En dat zij lofofferen offeren, en met gejuich Zijn werken vertellen.
22 Ofereçam sacrifícios de ações de graças e proclamem com júbilo as suas obras!
23 Die met schepen ter zee afvaren, handel doende op grote wateren;
23 Os que, tomando navios, descem aos mares, os que fazem tráfico na imensidade das águas,
24 Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte.
24 esses veem as obras do Senhor e as suas maravilhas nas profundezas do abismo.
25 Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft.
25 Pois ele falou e fez levantar o vento tempestuoso, que elevou as ondas do mar.
26 Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst.
26 Subiram até aos céus, desceram até aos abismos; no meio destas angústias, desfalecia-lhes a alma.
27 Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden.
27 Andaram, e cambalearam como ébrios, e perderam todo tino.
28 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.
28 Então, na sua angústia, clamaram ao Senhor , e ele os livrou das suas tribulações.
29 Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.
29 Fez cessar a tormenta, e as ondas se acalmaram.
30 Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft.
30 Então, se alegraram com a bonança; e, assim, os levou ao desejado porto.
31 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
31 Rendam graças ao Senhor por sua bondade e por suas maravilhas para com os filhos dos homens!
32 En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.
32 Exaltem-no também na assembleia do povo e o glorifiquem no conselho dos anciãos.
33 Hij stelt de rivieren tot een woestijn, en watertochten tot dorstig land.
33 Ele converteu rios em desertos e mananciais, em terra seca;
34 Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.
34 terra frutífera, em deserto salgado, por causa da maldade dos seus habitantes.
35 Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.
35 Converteu o deserto em lençóis de água e a terra seca, em mananciais.
36 En Hij doet de hongerigen aldaar wonen, en zij stichten een stad ter woning;
36 Estabeleceu aí os famintos, os quais edificaram uma cidade em que habitassem.
37 En bezaaien akkers, en planten wijngaarden, die inkomende vrucht voortbrengen.
37 Semearam campos, e plantaram vinhas, e tiveram fartas colheitas.
38 En Hij zegent hen, zodat zij zeer vermenigvuldigen, en hun vee vermindert Hij niet.
38 Ele os abençoou, de sorte que se multiplicaram muito; e o gado deles não diminuiu.
39 Daarna verminderen zij, en komen ten onder, door verdrukking, kwaad en droefenis.
39 Mas tornaram a reduzir-se e foram humilhados pela opressão, pela adversidade e pelo sofrimento.
40 Hij stort verachting uit over de prinsen, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.
40 Lança ele o desprezo sobre os príncipes e os faz andar errantes, onde não há caminho.
41 Maar Hij brengt den nooddruftige uit de verdrukking in een hoog vertrek, en maakt de huisgezinnen als kudden.
41 Mas levanta da opressão o necessitado, para um alto retiro, e lhe prospera famílias como rebanhos.
42 De oprechten zien het, en zijn verblijd, maar alle ongerechtigheid stopt haar mond.
42 Os retos veem isso e se alegram, mas o ímpio por toda parte fecha a boca.
43 Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des HEEREN.
43 Quem é sábio atente para essas coisas e considere as misericórdias do

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 107, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.