Jó 27

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:
1 E Jó continuou em sua fala e disse:
2 Zo waarachtig als God leeft, Die mijn recht weggenomen heeft, en de Almachtige, Die mijner ziel bitterheid heeft aangedaan!
2 “Juro por Deus, pelo Todo-Poderoso, que não quer me fazer justiça e que enche de amargura o meu coração,
3 Zo lang als mijn adem in mij zal zijn, en het geblaas Gods in mijn neus;
3 juro que, enquanto ele me der forças para respirar,
4 Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!
4 os meus lábios nunca dirão coisas más, e a minha língua não contará mentiras.
5 Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik mijn oprechtigheid van mij niet wegdoen.
5 Nunca direi que vocês têm razão de me acusar; enquanto viver, insistirei na minha inocência.
6 Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.
6 Fico firme e não desisto de dizer que estou certo, pois a minha consciência nunca me acusou.
7 Mijn vijand zij als de goddeloze, en die zich tegen mij opmaakt, als de verkeerde.
7 “Que todos os que são contra mim, os que são meus inimigos, sejam castigados como os maus, como os perversos!
8 Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken?
8 Que esperança terão os ateus quando Deus lhes tirar a vida?
9 Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?
9 Quando estiverem em dificuldades, ele não ouvirá os seus gritos,
10 Zal hij zich verlustigen in den Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
10 pois Deus não é a alegria deles, e eles nunca fizeram orações ao Todo-Poderoso.
11 Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.
11 “Vou ensinar a vocês como é grande o poder de Deus, vou explicar os planos do Todo-Poderoso.
12 Ziet, gij zelve allen hebt het gezien; en waarom wordt gij dus door ijdelheid verijdeld?
12 Não, não é preciso, pois vocês todos já viram isso. Então por que é que ficam aí dizendo bobagens?”
13 Dit is het deel des goddelozen mensen bij God, en de erve der tirannen, die zij van den Almachtige ontvangen zullen.
13 “Vou dizer como Deus, o Todo-Poderoso, castiga os homens maus e violentos.
14 Indien zijn kinderen vermenigvuldigen, het is ten zwaarde; en zijn spruiten zullen van brood niet verzadigd worden.
14 As suas crianças passarão fome, e os seus filhos, mesmo que sejam muitos, morrerão na guerra;
15 Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.
15 os que ficarem vivos morrerão de doença, e as suas viúvas não chorarão por eles.
16 Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem;
16 “O perverso pode ajuntar prata aos montes, pode ter muita roupa, muita mesmo,
17 Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.
17 mas algum dia uma pessoa direita usará essas roupas, e um homem honesto ficará com a prata.
18 Hij bouwt zijn huis als een motte, en als een hoeder de hutte maakt.
18 A casa que o homem mau constrói dura tão pouco tempo como uma teia de aranha ou como a cabana de um vigia numa plantação.
19 Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.
19 O homem mau vai rico para a cama, mas é pela última vez, pois, quando acorda, a sua riqueza já se foi.
20 Verschrikkingen zullen hem als wateren aangrijpen; des nachts zal hem een wervelwind wegstelen.
20 O terror o arrasará como se fosse uma enchente, e de noite a tempestade o jogará longe.
21 De oostenwind zal hem wegvoeren, dat hij henengaat, en zal hem wegstormen uit zijn plaats.
21 O vento violento do Leste o arrancará da sua casa,
22 En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.
22 soprando contra ele sem piedade, enquanto ele faz tudo para escapar.
23 Een ieder zal over hem met zijn handen klappen, en over hem fluiten uit zijn plaats.
23 Ele corre, e o vento assobia e o apavora com o seu poder destruidor.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 27, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.