Jó 15

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:
1 Então, respondeu Elifaz, o temanita:
2 Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind?
2 Porventura, dará o sábio em resposta ciência de vento? E encher-se-á a si mesmo de vento oriental,
3 Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?
3 arguindo com palavras que de nada servem e com razões de que nada aproveita?
4 Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.
4 Tornas vão o temor de Deus e diminuis a devoção a ele devida.
5 Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.
5 Pois a tua iniquidade ensina à tua boca, e tu escolheste a língua dos astutos.
6 Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.
6 A tua própria boca te condena, e não eu; os teus lábios testificam contra ti.
7 Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?
7 És tu, porventura, o primeiro homem que nasceu? Ou foste formado antes dos outeiros?
8 Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?
8 Ou ouviste o secreto conselho de Deus e a ti só limitaste a sabedoria?
9 Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?
9 Que sabes tu, que nós não saibamos? Que entendes, que não haja em nós?
10 Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.
10 Também há entre nós encanecidos e idosos, muito mais idosos do que teu pai.
11 Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?
11 Porventura, fazes pouco caso das consolações de Deus e das suaves palavras que te dirigimos nós?
12 Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?
12 Por que te arrebata o teu coração? Por que flamejam os teus olhos,
13 Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.
13 para voltares contra Deus o teu furor e deixares sair tais palavras da tua boca?
14 Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?
14 Que é o homem, para que seja puro? E o que nasce de mulher, para ser justo?
15 Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen.
15 Eis que Deus não confia nem nos seus santos; nem os céus são puros aos seus olhos,
16 Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water?
16 quanto menos o homem, que é abominável e corrupto, que bebe a iniquidade como a água!
17 Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;
17 Escuta-me, mostrar-to-ei; e o que tenho visto te contarei,
18 Hetwelk de wijzen verkondigd hebben, en men voor hun vaderen niet verborgen heeft;
18 o que os sábios anunciaram, que o ouviram de seus pais e não o ocultaram
19 Denwelken alleen het land gegeven was, en door welker midden niemand vreemds doorging.
19 (aos quais somente se dera a terra, e nenhum estranho passou por entre eles):
20 Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan; en weinige jaren in getal zijn voor den tiran weggelegd.
20 Todos os dias o perverso é atormentado, no curto número de anos que se reservam para o opressor.
21 Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.
21 O sonido dos horrores está nos seus ouvidos; na prosperidade lhe sobrevém o assolador.
22 Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde.
22 Não crê que tornará das trevas, e sim que o espera a espada.
23 Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis.
23 Por pão anda vagueando, dizendo: Onde está? Bem sabe que o dia das trevas lhe está preparado, à mão.
24 Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.
24 Assombram-no a angústia e a tribulação; prevalecem contra ele, como o rei preparado para a peleja,
25 Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.
25 porque estendeu a mão contra Deus e desafiou o Todo-Poderoso;
26 Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden.
26 arremete contra ele obstinadamente, atrás da grossura dos seus escudos,
27 Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;
27 porquanto cobriu o rosto com a sua gordura e criou enxúndia nas ilhargas;
28 En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.
28 habitou em cidades assoladas, em casas em que ninguém devia morar, que estavam destinadas a se fazerem montões de ruínas.
29 Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.
29 Por isso, não se enriquecerá, nem subsistirá a sua fazenda, nem se estenderão seus bens pela terra.
30 Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.
30 Não escapará das trevas; a chama do fogo secará os seus renovos, e ao assopro da boca de Deus será arrebatado.
31 Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.
31 Não confie, pois, na vaidade, enganando-se a si mesmo, porque a vaidade será a sua recompensa.
32 Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen.
32 Esta se lhe consumará antes dos seus dias, e o seu ramo não reverdecerá.
33 Men zal zijn onrijpe druiven afrukken, als van een wijnstok, en zijn bloeisel afwerpen, als van een olijfboom.
33 Sacudirá as suas uvas verdes, como a vide, e deixará cair a sua flor, como a oliveira;
34 Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken.
34 pois a companhia dos ímpios será estéril, e o fogo consumirá as tendas de suborno.
35 Zijn ontvangen moeite, en baren ijdelheid, en hun buik richt bedrog aan.
35 Concebem a malícia e dão à luz a iniquidade, pois o seu coração só prepara enganos.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 15, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.