Mateus 4

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Toen werd Jezus naar de woestijn gevoerd door den Geest, om door den duivel bekoord te worden.
1 Então o Espírito Santo levou Jesus ao deserto para ser tentado pelo Diabo.
2 En als Hij veertig dagen en veertig nachten lang gevast had, kreeg Hij ten laatste honger.
2 E, depois de passar quarenta dias e quarenta noites sem comer, Jesus estava com fome.
3 En de bekoorder kwam tot Hem en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan dat deze steenen brooden worden.
3 Então o Diabo chegou perto dele e disse: — Se você é o Filho de Deus, mande que estas pedras virem pão.
4 Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet van brood alleen zal de mensch leven, maar van alle woord dat Gods mond uitgaat.
4 Jesus respondeu:
5 Toen bracht Hem de duivel naar de heilige stad en plaatste Hem op het dak des tempels,
5 Em seguida o Diabo levou Jesus até Jerusalém, a Cidade Santa, e o colocou no lugar mais alto do Templo.
6 en zeide tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Hij zal zijn engelen aangaande U bevel geven en zij zullen U dragen op de handen, opdat Gij uw voet aan geen steen stoot.
6 Então disse: — Se você é o Filho de Deus, jogue-se daqui, pois as Escrituras Sagradas afirmam: “Deus mandará que os seus anjos cuidem de você. Eles vão segurá-lo com as suas mãos, para que nem mesmo os seus pés sejam feridos nas pedras.”
7 Jezus zeide tot hem: Er staat wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet op de proef stellen.
7 Jesus respondeu:
8 Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoogen berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun glorie,
8 Depois o Diabo levou Jesus para um monte muito alto, mostrou-lhe todos os reinos do mundo e as suas grandezas
9 en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, zoo Gij nedervalt en mij aanbidt.
9 e disse: — Eu lhe darei tudo isso se você se ajoelhar e me adorar.
10 Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg Satan! want er staat geschreven: Den Heere uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen zult gij dienen.
10 Jesus respondeu:
11 Toen verliet de duivel Hem, en ziet er kwamen engelen en zij dienden Hem.
11 Então o Diabo foi embora, e vieram anjos e cuidaram de Jesus.
12 Nadat Jezus nu gehoord had dat Johannes was gevangen genomen, vertrok Hij naar Galilea.
12 Quando Jesus soube que João tinha sido preso, foi para a região da Galileia.
13 En Nazaret verlatende, kwam Hij wonen te Kapernaüm, dat bij de zee lag, in het gebied van Zebulon en Nephtalim.
13 Não ficou em Nazaré, mas foi morar na cidade de Cafarnaum, na beira do lago da Galileia, nas regiões de Zebulom e Naftali .
14 Opdat zou vervuld worden hetgeen door Jesaja, den profeet, is gezegd:
14 Isso aconteceu para se cumprir o que o profeta Isaías tinha dito:
15 Het land Zebulon en Nephtalim, aan den weg der zee, over den Jordaan, Galilea der volken;
15 “Terra de Zebulom e terra de Naftali, na direção do mar, do outro lado do rio Jordão, Galileia, onde moram os pagãos!
16 het volk dat in duisternis zit, ziet een groot licht, en over hen die zitten in een land en schaduw des doods, gaat een licht op.
16 O povo que vive na escuridão verá uma forte luz! E a luz brilhará sobre os que vivem na região escura da morte!”
17 Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Doet boetvaardigheid, want het koninkrijk der hemelen is nabij.
17 Daí em diante Jesus começou a anunciar a sua mensagem. Ele dizia:
18 En wandelende langs de zee van Galilea, zag Jezus twee broeders, Simon, die Petrus genaamd wordt, en Andreas, zijn broeder, die bezig waren met hun netten in zee te werpen, want zij waren visschers.
18 Jesus estava andando pela beira do lago da Galileia quando viu dois irmãos que eram pescadores: Simão, também chamado de Pedro, e André. Eles estavam no lago, pescando com redes.
19 En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij, en Ik zal u visschers van menschen maken.
19 Jesus lhes disse:
20 Toen verlieten zij terstond de netten en volgden Hem.
20 Então eles largaram logo as redes e foram com Jesus.
21 En vandaar voortgaande, zag Hij twee andere broeders, Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, die in het schip met hun vader Zebedeüs bezig waren hun netten te verstellen; en Hij riep hen.
21 Um pouco mais adiante Jesus viu outros dois irmãos, Tiago e João, filhos de Zebedeu. Eles estavam no barco junto com o pai, consertando as redes. Jesus chamou os dois,
22 En zij verlieten terstond het schip en hun vader en volgden Hem.
22 e, no mesmo instante, eles deixaram o pai e o barco e foram com ele.
23 En Jezus ging door geheel Galilea, leerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des koninkrijks; en Hij genas alle ziekten en alle kwalen onder het volk.
23 Jesus andou por toda a Galileia, ensinando nas sinagogas , anunciando a boa notícia do Reino e curando as enfermidades e as doenças graves do povo.
24 En het gerucht van Hem liep door geheel Syrië; en men bracht tot Hem al de zieken, die bevangen waren van allerlei kwalen en pijnen, en bezetenen door booze geesten, en maanzieken, en verlamden, en Hij genas hen.
24 As notícias a respeito dele se espalharam por toda a região da Síria. Por isso o povo levava a Jesus pessoas que sofriam de várias doenças e de todos os tipos de males, isto é, epiléticos, paralíticos e pessoas dominadas por demônios; e ele curava todos.
25 En vele scharen volgden Hem van Galilea, en Dekapolis, en Jerusalem, en Judea, en van over den Jordaan.
25 Grandes multidões o seguiam; eram gente da Galileia, das Dez Cidades , de Jerusalém, da Judeia e das regiões que ficam no lado leste do rio Jordão.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.