Mateus 4
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NAA
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Toen werd Jezus naar de woestijn gevoerd door den Geest, om door den duivel bekoord te worden.
1 A seguir, Jesus foi levado pelo Espírito ao deserto, para ser tentado pelo diabo.
2 En als Hij veertig dagen en veertig nachten lang gevast had, kreeg Hij ten laatste honger.
2 E, depois de jejuar quarenta dias e quarenta noites, teve fome.
3 En de bekoorder kwam tot Hem en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan dat deze steenen brooden worden.
3 Então o tentador, aproximando-se, disse a Jesus: — Se você é o Filho de Deus, mande que estas pedras se transformem em pães.
4 Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet van brood alleen zal de mensch leven, maar van alle woord dat Gods mond uitgaat.
4 Jesus, porém, respondeu:
5 Toen bracht Hem de duivel naar de heilige stad en plaatste Hem op het dak des tempels,
5 Então o diabo levou Jesus à Cidade Santa, colocou-o sobre o pináculo do templo
6 en zeide tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Hij zal zijn engelen aangaande U bevel geven en zij zullen U dragen op de handen, opdat Gij uw voet aan geen steen stoot.
6 e disse: — Se você é o Filho de Deus, jogue-se daqui, porque está escrito: “Aos seus anjos ele dará ordens a seu respeito. E eles o sustentarão nas suas mãos, para que você não tropece em alguma pedra.”
7 Jezus zeide tot hem: Er staat wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet op de proef stellen.
7 Jesus respondeu:
8 Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoogen berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun glorie,
8 O diabo ainda levou Jesus a um monte muito alto, mostrou-lhe todos os reinos do mundo e a glória deles
9 en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, zoo Gij nedervalt en mij aanbidt.
9 e disse: — Tudo isso lhe darei se, prostrado, você me adorar.
10 Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg Satan! want er staat geschreven: Den Heere uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen zult gij dienen.
10 Então Jesus lhe ordenou:
11 Toen verliet de duivel Hem, en ziet er kwamen engelen en zij dienden Hem.
11 Com isto, o diabo deixou Jesus, e eis que vieram anjos e o serviram.
12 Nadat Jezus nu gehoord had dat Johannes was gevangen genomen, vertrok Hij naar Galilea.
12 Ao ouvir que João tinha sido preso, Jesus voltou para a Galileia.
13 En Nazaret verlatende, kwam Hij wonen te Kapernaüm, dat bij de zee lag, in het gebied van Zebulon en Nephtalim.
13 E, deixando Nazaré, foi morar em Cafarnaum, situada à beira-mar, na região de Zebulom e Naftali.
14 Opdat zou vervuld worden hetgeen door Jesaja, den profeet, is gezegd:
14 Isso aconteceu para se cumprir o que tinha sido dito por meio do profeta Isaías:
15 Het land Zebulon en Nephtalim, aan den weg der zee, over den Jordaan, Galilea der volken;
15 “Terra de Zebulom, terra de Naftali, caminho do mar, além do Jordão, Galileia dos gentios!
16 het volk dat in duisternis zit, ziet een groot licht, en over hen die zitten in een land en schaduw des doods, gaat een licht op.
16 O povo que vivia em trevas viu grande luz, e aos que viviam na região e sombra da morte resplandeceu-lhes a luz.”
17 Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Doet boetvaardigheid, want het koninkrijk der hemelen is nabij.
17 Daí em diante Jesus começou a pregar e a dizer:
18 En wandelende langs de zee van Galilea, zag Jezus twee broeders, Simon, die Petrus genaamd wordt, en Andreas, zijn broeder, die bezig waren met hun netten in zee te werpen, want zij waren visschers.
18 Caminhando junto ao mar da Galileia, Jesus viu dois irmãos, Simão, chamado Pedro, e André. Eles lançavam as redes ao mar, porque eram pescadores.
19 En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij, en Ik zal u visschers van menschen maken.
19 Jesus lhes disse:
20 Toen verlieten zij terstond de netten en volgden Hem.
20 Então eles deixaram imediatamente as redes e o seguiram.
21 En vandaar voortgaande, zag Hij twee andere broeders, Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, die in het schip met hun vader Zebedeüs bezig waren hun netten te verstellen; en Hij riep hen.
21 Pouco mais adiante, Jesus viu outros dois irmãos, Tiago, filho de Zebedeu, e João, o irmão dele. Eles estavam no barco em companhia de seu pai, consertando as redes; e Jesus os chamou.
22 En zij verlieten terstond het schip en hun vader en volgden Hem.
22 Então eles, no mesmo instante, deixaram o barco e seu pai e seguiram Jesus.
23 En Jezus ging door geheel Galilea, leerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des koninkrijks; en Hij genas alle ziekten en alle kwalen onder het volk.
23 Jesus percorria toda a Galileia, ensinando nas sinagogas, pregando o evangelho do Reino e curando todo tipo de doenças e enfermidades entre o povo.
24 En het gerucht van Hem liep door geheel Syrië; en men bracht tot Hem al de zieken, die bevangen waren van allerlei kwalen en pijnen, en bezetenen door booze geesten, en maanzieken, en verlamden, en Hij genas hen.
24 E a sua fama correu por toda a Síria. Trouxeram-lhe, então, todos os doentes, acometidos de várias enfermidades e tormentos: endemoniados, epilépticos e paralíticos. E ele os curou.
25 En vele scharen volgden Hem van Galilea, en Dekapolis, en Jerusalem, en Judea, en van over den Jordaan.
25 E da Galileia, de Decápolis, de Jerusalém, da Judeia e do outro lado do Jordão numerosas multidões o seguiam.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.