Mateus 4
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs ARA
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Toen werd Jezus naar de woestijn gevoerd door den Geest, om door den duivel bekoord te worden.
1 A seguir, foi Jesus levado pelo Espírito ao deserto, para ser tentado pelo diabo.
2 En als Hij veertig dagen en veertig nachten lang gevast had, kreeg Hij ten laatste honger.
2 E, depois de jejuar quarenta dias e quarenta noites, teve fome.
3 En de bekoorder kwam tot Hem en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan dat deze steenen brooden worden.
3 Então, o tentador, aproximando-se, lhe disse: Se és Filho de Deus, manda que estas pedras se transformem em pães.
4 Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet van brood alleen zal de mensch leven, maar van alle woord dat Gods mond uitgaat.
4 Jesus, porém, respondeu: Está escrito:
5 Toen bracht Hem de duivel naar de heilige stad en plaatste Hem op het dak des tempels,
5 Então, o diabo o levou à Cidade Santa, colocou-o sobre o pináculo do templo
6 en zeide tot Hem: Als Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Hij zal zijn engelen aangaande U bevel geven en zij zullen U dragen op de handen, opdat Gij uw voet aan geen steen stoot.
6 e lhe disse: Se és Filho de Deus, atira-te abaixo, porque está escrito: Aos seus anjos ordenará a teu respeito que te guardem; e: Eles te susterão nas suas mãos, para não tropeçares nalguma pedra.
7 Jezus zeide tot hem: Er staat wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet op de proef stellen.
7 Respondeu-lhe Jesus: Também está escrito:
8 Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoogen berg en toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun glorie,
8 Levou-o ainda o diabo a um monte muito alto, mostrou-lhe todos os reinos do mundo e a glória deles
9 en zeide tot Hem: Dit alles zal ik U geven, zoo Gij nedervalt en mij aanbidt.
9 e lhe disse: Tudo isto te darei se, prostrado, me adorares.
10 Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg Satan! want er staat geschreven: Den Heere uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen zult gij dienen.
10 Então, Jesus lhe ordenou: Retira-te, Satanás, porque está escrito:
11 Toen verliet de duivel Hem, en ziet er kwamen engelen en zij dienden Hem.
11 Com isto, o deixou o diabo, e eis que vieram anjos e o serviram.
12 Nadat Jezus nu gehoord had dat Johannes was gevangen genomen, vertrok Hij naar Galilea.
12 Ouvindo, porém, Jesus que João fora preso, retirou-se para a Galileia;
13 En Nazaret verlatende, kwam Hij wonen te Kapernaüm, dat bij de zee lag, in het gebied van Zebulon en Nephtalim.
13 e, deixando Nazaré, foi morar em Cafarnaum, situada à beira-mar, nos confins de Zebulom e Naftali;
14 Opdat zou vervuld worden hetgeen door Jesaja, den profeet, is gezegd:
14 para que se cumprisse o que fora dito por intermédio do profeta Isaías:
15 Het land Zebulon en Nephtalim, aan den weg der zee, over den Jordaan, Galilea der volken;
15 Terra de Zebulom, terra de Naftali, caminho do mar, além do Jordão, Galileia dos gentios!
16 het volk dat in duisternis zit, ziet een groot licht, en over hen die zitten in een land en schaduw des doods, gaat een licht op.
16 O povo que jazia em trevas viu grande luz, e aos que viviam na região e sombra da morte resplandeceu-lhes a luz.
17 Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Doet boetvaardigheid, want het koninkrijk der hemelen is nabij.
17 Daí por diante, passou Jesus a pregar e a dizer: Arrependei-vos, porque está próximo o reino dos céus.
18 En wandelende langs de zee van Galilea, zag Jezus twee broeders, Simon, die Petrus genaamd wordt, en Andreas, zijn broeder, die bezig waren met hun netten in zee te werpen, want zij waren visschers.
18 Caminhando junto ao mar da Galileia, viu dois irmãos, Simão, chamado Pedro, e André, que lançavam as redes ao mar, porque eram pescadores.
19 En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij, en Ik zal u visschers van menschen maken.
19 E disse-lhes: Vinde após mim, e eu vos farei pescadores de homens.
20 Toen verlieten zij terstond de netten en volgden Hem.
20 Então, eles deixaram imediatamente as redes e o seguiram.
21 En vandaar voortgaande, zag Hij twee andere broeders, Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder, die in het schip met hun vader Zebedeüs bezig waren hun netten te verstellen; en Hij riep hen.
21 Passando adiante, viu outros dois irmãos, Tiago, filho de Zebedeu, e João, seu irmão, que estavam no barco em companhia de seu pai, consertando as redes; e chamou-os.
22 En zij verlieten terstond het schip en hun vader en volgden Hem.
22 Então, eles, no mesmo instante, deixando o barco e seu pai, o seguiram.
23 En Jezus ging door geheel Galilea, leerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des koninkrijks; en Hij genas alle ziekten en alle kwalen onder het volk.
23 Percorria Jesus toda a Galileia, ensinando nas sinagogas, pregando o evangelho do reino e curando toda sorte de doenças e enfermidades entre o povo.
24 En het gerucht van Hem liep door geheel Syrië; en men bracht tot Hem al de zieken, die bevangen waren van allerlei kwalen en pijnen, en bezetenen door booze geesten, en maanzieken, en verlamden, en Hij genas hen.
24 E a sua fama correu por toda a Síria; trouxeram-lhe, então, todos os doentes, acometidos de várias enfermidades e tormentos: endemoninhados, lunáticos e paralíticos. E ele os curou.
25 En vele scharen volgden Hem van Galilea, en Dekapolis, en Jerusalem, en Judea, en van over den Jordaan.
25 E da Galileia, Decápolis, Jerusalém, Judeia e dalém do Jordão numerosas multidões o seguiam.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.