Salmos 66

Dutch (DUTCH) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!
1 Louvai a Deus com brados de júbilo, todas as terras.
2 Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.
2 Cantai a glória do seu nome; dai glória ao seu louvor.
3 Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
3 Dizei a Deus: Quão terrível és tu nas tuas obras! Pela grandeza do teu poder se submeterão a ti os teus inimigos.
4 De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.
4 Toda a terra te adorará, e te cantará louvores, e cantará o teu nome. (Selá)
5 Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.
5 Vinde e vede as obras de Deus; é terrível nos seus feitos para com os filhos dos homens.
6 Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.
6 Converteu o mar em terra seca; passaram o rio a pé; ali nos alegramos nele.
7 Hij heerst eeuwiglijk met Zijn macht; Zijn ogen houden wacht over de heidenen; laat de afvalligen niet verhoogd worden. Sela.
7 Ele domina eternamente pelo seu poder; os seus olhos estão sobre as nações; não se exaltem os rebeldes. (Selá)
8 Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.
8 Bendizei, povos, ao nosso Deus e fazei ouvir a voz do seu louvor;
9 Die onze zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat onze voet wankele.
9 ao que sustenta com vida a nossa alma e não consente que resvalem os nossos pés.
10 Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;
10 Pois tu, ó Deus, nos provaste; tu nos afinaste como se afina a prata.
11 Gij hadt ons in het net gebracht; Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd;
11 Tu nos meteste na rede; afligiste os nossos lombos.
12 Gij hadt den mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.
12 Fizeste com que os homens cavalgassem sobre a nossa cabeça; passamos pelo fogo e pela água; mas trouxeste-nos a um lugar de abundância.
13 Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,
13 Entrarei em tua casa com holocaustos; pagar-te-ei os meus votos,
14 Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.
14 que haviam pronunciado os meus lábios, e dissera a minha boca, quando eu estava na angústia.
15 Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.
15 Oferecer-te-ei holocaustos de animais nédios, com odorante fumaça de carneiros; oferecerei novilhos com cabritos. (Selá)
16 Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.
16 Vinde e ouvi, todos os que temeis a Deus, e eu contarei o que ele tem feito à minha alma.
17 Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.
17 A ele clamei com a minha boca, e ele foi exaltado pela minha língua.
18 Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.
18 Se eu atender à iniquidade no meu coração, o Senhor não me ouvirá;
19 Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.
19 mas, na verdade, Deus me ouviu; atendeu à voz da minha oração.
20 Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.
20 Bendito seja Deus, que não rejeitou a minha oração, nem desviou de mim a sua misericórdia.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 66, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.