Provérbios 23

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Als gij aangezeten zult zijn om met een heerser te eten, zo zult gij scherpelijk letten op dengene, die voor uw aangezicht is.
1 Quando você for jantar com alguém importante, não esqueça quem ele é.
2 En zet een mes aan uw keel, indien gij een gulzig mens zijt;
2 Se você é guloso, controle-se.
3 Laat u niet gelusten zijner smakelijke spijzen, want het is een leugenachtig brood.
3 Não tenha pressa de comer a boa comida que ele serve, pois ele pode estar querendo enganar você. — 7 —
4 Vermoei u niet om rijk te worden; sta af van uw vernuft.
4 Não se mate de trabalhar, tentando ficar rico,
5 Zult gij uw ogen laten vliegen op hetgeen niets is? Want het zal zich gewisselijk vleugelen maken gelijk een arend, die naar den hemel vliegt.
5 nem pense demais nisso. Pois o seu dinheiro pode sumir de repente, como se tivesse criado asas e voado para longe como uma águia. — 8 —
6 Eet het brood niet desgenen, die boos is van oog, en wees niet belust op zijn smakelijke spijzen;
6 Não coma na casa de um homem miserável, nem tenha pressa de comer a boa comida que ele serve.
7 Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;
7 “Coma um pouco mais”, diz ele, mas não está sendo sincero.
8 Uw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwen; en gij zoudt uw liefelijke woorden verderven.
8 O jeito dele fará com que você fique enjoado. Você vomitará o pouco que comeu, e todos os seus elogios ficarão desperdiçados. — 9 —
9 Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.
9 Não perca tempo falando com um tolo, porque ele desprezará a sua conversa inteligente. — 10 —
10 Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet;
10 Não mude de lugar uma divisa antiga, nem tome posse de terras que pertencem a órfãos.
11 Want hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten.
11 Deus é o poderoso defensor dos órfãos e defenderá a causa deles contra você. — 11 —
12 Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.
12 Preste atenção no que lhe ensinam e aprenda o mais que puder. — 12 —
13 Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.
13 Não deixe de corrigir a criança. Umas palmadas não a matarão.
14 Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.
14 Para dizer a verdade, poderão até livrá-la da morte. — 13 —
15 Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.
15 Meu filho, se você se tornar sábio, eu ficarei muito feliz.
16 En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.
16 Eu me sentirei orgulhoso quando ouvir você falar com sabedoria. — 14 —
17 Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.
17 Não tenha inveja dos pecadores. Procure respeitar e obedecer a Deus todos os dias da sua vida.
18 Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
18 Assim, o seu futuro será brilhante, e você não perderá a esperança. — 15 —
19 Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.
19 Escute, meu filho. Seja sábio e pense seriamente na sua maneira de viver.
20 Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters;
20 Não ande com gente que bebe demais, nem com quem come demais.
21 Want een zuiper en vraat zal arm worden; en de sluimering doet verscheurde klederen dragen.
21 Porque tanto os beberrões como os comilões vivem com sono e acabam na pobreza, vestindo trapos. — 16 —
22 Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.
22 Escute o seu pai, pois você lhe deve a vida; e não despreze a sua mãe quando ela envelhecer.
23 Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand.
23 Compre a verdade, a sabedoria, a instrução e o bom senso, mas não venda nenhum deles.
24 De vader des rechtvaardigen zal zich zeer verheugen; en die een wijzen zoon gewint, zal zich over hem verblijden.
24 O pai que tem um filho correto e sábio ficará muito feliz e se orgulhará dele.
25 Laat uw vader zich verblijden, ook uw moeder; en laat haar zich verheugen, die u gebaard heeft.
25 Faça que o seu pai se alegre por causa de você; dê à sua mãe esse prazer. — 17 —
26 Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.
26 Meu filho, preste bem atenção no que eu digo e siga o exemplo da minha vida.
27 Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.
27 As prostitutas e as mulheres imorais são uma armadilha perigosa e sem saída.
28 Ook loert zij als een rover; en zij vermenigvuldigt de trouwelozen onder de mensen.
28 Como um ladrão, elas esperam pelas suas vítimas e tornam muitos homens infiéis. — 18 —
29 Bij wien is wee? bij wien och arme? bij wien gekijf? bij wien het beklag? bij wien wonden zonder oorzaak? bij wien de roodheid der ogen?
29 Quem é que grita de dor? Para quem são as tristezas? Quem é que vive brigando e se queixando? Quem é que tem os olhos vermelhos e ferimentos que podiam ter sido evitados?
30 Bij degenen, die bij den wijn vertoeven; bij degenen, die komen om gemengde drank na te zoeken.
30 É aquele que bebe demais e anda procurando bebidas misturadas.
31 Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat;
31 Não fique olhando para o vinho que brilha no copo, com a sua cor vermelha, e desce suavemente.
32 In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.
32 Pois no fim ele morde como uma cobra venenosa.
33 Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.
33 Você verá coisas esquisitas e falará tolices.
34 En gij zult zijn, gelijk een, die in het hart van de zee slaapt; en gelijk een, die in het opperste van den mast slaapt.
34 Você se sentirá como se estivesse no meio do mar, enjoado, balançando no alto do mastro de um navio.
35 Men heeft mij geslagen, zult gij zeggen, ik ben niet ziek geweest; men heeft mij gebeukt, ik heb het niet gevoeld; wanneer zal ik opwaken? Ik zal hem nog meer zoeken!
35 Então você dirá: “Alguém deve ter batido em mim; acho que levei uma surra, mas não lembro. Por que não consigo levantar? Preciso de mais um gole.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Provérbios 23, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.