Provérbios 17

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.
1 Melhor é um bocado seco e tranquilidade do que a casa cheia de carnes e brigas.
2 Een verstandig knecht zal heersen over een zoon, die beschaamd maakt, en in het midden der broederen zal hij erfenis delen.
2 O escravo sábio dominará sobre o filho que causa vergonha e, entre os irmãos, terá parte na herança.
3 De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.
3 O crisol prova a prata e o forno prova o ouro; mas o
4 De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.
4 O malfeitor dá atenção aos lábios iníquos; o mentiroso inclina os ouvidos para a língua maligna.
5 Die den arme bespot, smaadt deszelfs Maker; die zich verblijdt in het verderf, zal niet onschuldig zijn.
5 Quem zomba do pobre insulta aquele que o criou; o que se alegra com a calamidade não ficará impune.
6 De kroon de ouden zijn de kindskinderen, en der kinderen sieraad zijn hun vaderen.
6 Coroa dos velhos são os filhos dos filhos; e a glória dos filhos são os pais.
7 Een voortreffelijke lip past een dwaze niet, veelmin een prins een leugenachtige lip.
7 Palavras bonitas não ficam bem ao insensato; muito menos a mentira na boca do príncipe!
8 Het geschenk is in de ogen zijner heren een aangenaam gesteente; waarhenen het zich zal wenden, zal het wel gedijen.
8 O suborno é pedra mágica aos olhos de quem o oferece; onde quer que for oferecido dará resultado.
9 Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weder ophaalt, scheidt den voornaamsten vriend.
9 Quem encobre a transgressão fortalece a amizade, mas o que insiste no assunto separa os maiores amigos.
10 De bestraffing gaat dieper in den verstandige, dan den zot honderd maal te slaan.
10 Uma repreensão cala mais fundo em quem tem juízo do que cem chicotadas no insensato.
11 Zekerlijk, de wederspannige zoekt het kwaad; maar een wrede bode zal tegen hem gezonden worden.
11 O rebelde só procura fazer o mal; por isso, um mensageiro cruel será enviado contra ele.
12 Dat een beer, die van jongen beroofd is, een man tegemoet kome, maar niet een zot in zijn dwaasheid.
12 Melhor é encontrar uma ursa da qual roubaram os filhotes do que o insensato na sua tolice.
13 Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.
13 Quanto àquele que paga o bem com o mal, o mal não se afastará da sua casa.
14 Het begin des krakeels is gelijk een, die het water opening geeft; daarom verlaat den twist, eer hij zich vermengt.
14 Começar uma discussão é como abrir uma represa; por isso, desista antes que surja o conflito.
15 Wie den goddeloze rechtvaardigt, en den rechtvaardige verdoemt, zijn den HEERE een gruwel, ja, die beiden.
15 O Senhor detesta quem justifica o ímpio e quem condena o justo; ele detesta tanto um quanto o outro.
16 Waarom toch zou in de hand des zots het koopgeld zijn, om wijsheid te kopen, dewijl hij geen verstand heeft?
16 De que serviria o dinheiro na mão do tolo para comprar a sabedoria, se ele não tem entendimento?
17 Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.
17 O amigo ama em todo tempo, e na angústia nasce o irmão.
18 Een verstandeloos mens klapt in de hand, zich borg stellende bij zijn naaste.
18 Quem não tem juízo se compromete, ficando por fiador do seu próximo.
19 Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief; die zijn deur verhoogt, zoekt verbreking.
19 Quem ama a discórdia ama o pecado; o que faz alta a sua porta facilita a própria queda.
20 Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.
20 O perverso de coração jamais encontra o bem; e o que diz coisas más acaba em desgraça.
21 Wie een zot genereert, die zal hem tot droefheid zijn; en de vader des dwazen zal zich niet verblijden.
21 Quem gera um tolo faz isso para a sua própria tristeza; o pai do insensato não terá alegria.
22 Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.
22 O coração alegre é bom remédio, mas o espírito abatido faz secar os ossos.
23 De goddeloze zal het geschenk uit den schoot nemen, om de paden des rechts te buigen.
23 O ímpio aceita suborno secretamente, para perverter as veredas da justiça.
24 In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.
24 A sabedoria é o alvo do inteligente, mas o tolo volta os olhos para os confins da terra.
25 Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.
25 O filho insensato é tristeza para o pai e amargura para quem o deu à luz.
26 Het is niet goed, den rechtvaardige ook te doen boeten, dat de prinsen iemand slaan zouden om hetgeen recht is.
26 Não é bom punir o justo; é contra todo direito ferir o príncipe.
27 Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest.
27 Quem controla as suas palavras possui conhecimento, e o sereno de espírito é inteligente.
28 Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig.
28 Até o insensato, quando se cala, é tido por sábio; se fica de boca fechada, passa por inteligente.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Provérbios 17, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.