Jó 16

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Maar Job antwoordde en zeide:
1 Então em resposta Jó disse:
2 Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters.
2 “Já ouvi tudo isso antes; em vez de me consolarem, vocês me atormentam.
3 Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?
3 Será que essas palavras ocas não têm fim? Por que vocês não param de me provocar?
4 Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden?
4 Se vocês estivessem no meu lugar, eu também poderia dizer o que estão dizendo. Eu balançaria a cabeça, com um jeito de sábio, e os esmagaria com um montão de palavras.
5 Ik zou u versterken met mijn mond, en de beweging mijner lippen zou zich inhouden.
5 Ou poderia dizer palavras de ânimo e consolo para diminuir os seus sofrimentos.
6 Zo ik spreek, mijn smart wordt niet ingehouden; en houd ik op, wat gaat er van mij weg?
6 Mas, se falo, a minha dor não se acalma, e, se me calo, o meu sofrimento não diminui.
7 Gewisselijk, Hij heeft mij nu vermoeid; Gij hebt mijn ganse vergadering verwoest.
7 “Tu, ó Deus, me deixaste sem forças e destruíste toda a minha família.
8 Dat Gij mij rimpelachtig gemaakt hebt, is tot een getuige; en mijn magerheid staat tegen mij op, zij getuigt in mijn aangezicht.
8 Tu me puseste numa prisão, e por isso me acusam. Virei pele e osso, e por isso os outros pensam que sou culpado.
9 Zijn toorn verscheurt, en Hij haat mij; Hij knerst over mij met Zijn tanden; mijn wederpartijder scherpt zijn ogen tegen mij.
9 “Na sua ira Deus me arrasou completamente; ele olha para mim com ódio e, como uma fera, me persegue e ameaça.
10 Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij.
10 Todos me ameaçam, abrem a boca para zombar de mim e me dão bofetadas para me humilhar.
11 God heeft mij den verkeerde overgegeven, en heeft mij afgewend in de handen der goddelozen.
11 Deus me entregou a homens perversos; ele me fez cair nas mãos de gente má.
12 Ik had rust, maar Hij heeft mij verbroken, en bij mijn nek gegrepen, en mij verpletterd; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht.
12 Eu vivia em paz, mas ele me esmagou; Deus me pegou pela garganta e me quebrou. Ele fez de mim o seu alvo
13 Zijn schutters hebben mij omringd; Hij heeft mijn nieren doorspleten, en niet gespaard; Hij heeft mijn gal op de aarde uitgegoten.
13 e de todos os lados disparou as suas flechas; elas atravessaram os meus rins, sem dó nem piedade, e também a minha bílis correu pelo chão.
14 Hij heeft mij gebroken met breuk op breuk; Hij is tegen mij aangelopen als een geweldige.
14 Como um soldado, ele avançou contra mim e me arrebentou todo, com golpes e mais golpes.
15 Ik heb een zak over mijn huid genaaid; ik heb mijn hoorn in het stof gedaan.
15 “Em sinal de tristeza, vesti uma roupa feita de pano grosseiro e, humilhado, sentei-me no pó.
16 Mijn aangezicht is gans bemodderd van wenen, en over mijn oogleden is des doods schaduw.
16 Tenho chorado tanto, que o meu rosto está queimando, e estou com olheiras fundas e escuras.
17 Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.
17 No entanto, nunca fui violento, e as minhas orações sempre foram sinceras.
18 O, aarde! bedek mijn bloed niet; en voor mijn geroep zij geen plaats.
18 “Ó terra, não esconda as injustiças que fizeram contra mim! Não deixe que seja abafado o meu grito pedindo justiça!
19 Ook nu, zie, in den hemel is mijn Getuige, en mijn Getuige in de hoogten.
19 Eu sei que no céu tenho quem me defenda; o meu advogado lá está.
20 Mijn vrienden zijn mijn bespotters; doch mijn oog druipt tot God.
20 Os meus amigos zombam de mim; e eu me volto para Deus com lágrimas nos olhos.
21 Och, mocht men rechten voor een man met God, gelijk een kind des mensen voor zijn vriend.
21 Assim como alguém defende o seu amigo, eu preciso de quem defenda o meu direito diante de Deus.
22 Want weinige jaren in getal zullen er nog aankomen, en ik zal het pad henengaan, waardoor ik niet zal wederkeren.
22 Os meus anos de vida estão contados, e eu vou pelo caminho que não tem retorno.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 16, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.