Jó 14

Dutch (DUTCH) vs NVT

Sair da comparação
NVT Nova Versão Transformadora
1 De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust.
1 “Como é frágil o ser humano! Sua vida é breve e cheia de aflições.
2 Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.
2 Como uma flor, nasce e depois murcha; como uma sombra passageira, some depressa.
3 Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.
3 É preciso que vigies uma criatura tão frágil e exijas que te preste contas?
4 Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een.
4 Quem pode extrair pureza de algo impuro? Ninguém!
5 Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal;
5 Estabeleceste a extensão de nossa vida; sabes quantos meses viveremos, e não recebemos nem um dia a mais.
6 Wend U van hem af, dat hij rust hebbe, totdat hij als een dagloner aan zijn dag een welgevallen hebbe.
6 Portanto, dá-nos sossego, deixa-nos descansar! Somos como trabalhadores braçais; permite que terminemos nosso trabalho em paz.
7 Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden.
7 “Até mesmo uma árvore tem mais esperança, pois, se for cortada, voltará a brotar e dar novos ramos.
8 Indien zijn wortel in de aarde veroudert, en zijn stam in het stof versterft;
8 Ainda que as raízes tenham envelhecido na terra e o tronco esteja podre,
9 Hij zal van den reuk der wateren weder uitspruiten, en zal een tak maken, gelijk een plant.
9 com o cheiro da água, voltará a brotar e dar ramos, como uma planta nova.
10 Maar een man sterft, als hij verzwakt is, en de mens geeft den geest, waar is hij dan?
10 “Mas, quando as pessoas morrem, perdem as forças; dão o último suspiro e, depois, onde estão?
11 De wateren verlopen uit een meer, en een rivier droogt uit en verdort;
11 Como a água evapora do lago e o rio desaparece na seca,
12 Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.
12 são colocadas no túmulo e não voltam a se levantar. Até que os céus deixem de existir, não acordarão; não serão despertadas de seu sono.
13 Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!
13 “Quem dera tu me escondesses na sepultura e me esquecesses ali até tua ira passar! Quem dera me desses um tempo de descanso, para que só então te lembrasses de mim!
14 Als een man gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou.
14 Podem os mortos voltar a viver? Assim eu teria esperança durante todos os meus anos de luta e aguardaria a libertação que a morte traz.
15 Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn.
15 Tu chamarias, e eu responderia; tu ansiarias por mim, a obra de tuas mãos.
16 Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.
16 Assim, tu protegerias meus passos, em vez de vigiares meus pecados.
17 Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld, en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen.
17 Meus pecados seriam fechados num saco, e tu cobririas minha culpa.
18 En voorwaar, een berg vallende vergaat, en een rots wordt versteld uit haar plaats;
18 “Em vez disso, assim como os montes desmoronam e as rochas caem de onde estão,
19 De wateren vermalen de stenen, het stof der aarde overstelpt het gewas, dat van zelf daaruit voortkomt; alzo verderft Gij de verwachting des mensen.
19 como a água desgasta as pedras e as enchentes arrastam a terra, tu destróis a esperança do ser humano.
20 Gij overweldigt hem in eeuwigheid, en hij gaat heen; veranderende zijn gelaat, zo zendt Gij hem weg.
20 Tu prevaleces sempre sobre ele, e ele se vai; tu o desfiguras na morte e o mandas embora.
21 Zijn kinderen komen tot eer, en hij weet het niet; of zij worden klein, en hij let niet op hen.
21 Não sabe se os filhos crescerão com honra ou afundarão no esquecimento.
22 Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw.
22 Ele sofre sua própria dor e lamenta apenas por si mesmo”.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 14, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.