Jó 14

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust.
1 “Todos somos fracos desde o nascimento; a nossa vida é curta e muito agitada.
2 Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.
2 O ser humano é como a flor que se abre e logo murcha; como uma sombra ele passa e desaparece.
3 Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.
3 Nada somos; então por que nos dás atenção? E quem sou eu para que me leves ao tribunal?
4 Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een.
4 O ser humano, que é impuro, nunca produz nada que seja puro.
5 Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal;
5 Tu já marcaste quantos meses e dias cada um vai viver; isso está resolvido, e ninguém pode mudar.
6 Wend U van hem af, dat hij rust hebbe, totdat hij als een dagloner aan zijn dag een welgevallen hebbe.
6 Para de olhar para nós e deixa-nos em paz, até que o nosso dia chegue ao fim, como chega ao fim o dia de um trabalhador.
7 Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden.
7 “Para uma árvore há esperança; se for cortada, brota de novo e torna a viver.
8 Indien zijn wortel in de aarde veroudert, en zijn stam in het stof versterft;
8 Mesmo que as suas raízes envelheçam, e o seu toco morra na terra,
9 Hij zal van den reuk der wateren weder uitspruiten, en zal een tak maken, gelijk een plant.
9 basta um pouco de água, e ela brota, soltando galhos como uma planta nova.
10 Maar een man sterft, als hij verzwakt is, en de mens geeft den geest, waar is hij dan?
10 Mas, quando alguém morre, está acabado; depois de entregar a alma, para onde vai?
11 De wateren verlopen uit een meer, en een rivier droogt uit en verdort;
11 “Como lagoas que secam, como rios que deixam de correr,
12 Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.
12 assim, enquanto o céu existir, todos vamos morrer. Vamos dormir o sono da morte, para nunca mais levantar.
13 Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!
13 “Ah! Se tu me pusesses no mundo dos mortos e ali me escondesses até que a tua e então marcasses um prazo para lembrares de mim!
14 Als een man gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou.
14 Mas será que alguém tornará a viver depois de ter morrido? Eu, porém, esperarei por melhores tempos, até que as minhas lutas acabem.
15 Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn.
15 Então me chamarás, e eu responderei; e tu ficarás contente comigo, pois me criaste.
16 Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.
16 Cuidarás para que eu não erre, em vez de ficares espiando para me veres pecar.
17 Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld, en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen.
17 Esquecerás os meus pecados e apagarás os meus erros.
18 En voorwaar, een berg vallende vergaat, en een rots wordt versteld uit haar plaats;
18 “Mas assim como as montanhas vão se desmoronando, e as rochas saem dos seus lugares;
19 De wateren vermalen de stenen, het stof der aarde overstelpt het gewas, dat van zelf daaruit voortkomt; alzo verderft Gij de verwachting des mensen.
19 e assim como as águas escavam as pedras, e as correntezas levam a terra, assim tu acabas com a esperança do ser humano.
20 Gij overweldigt hem in eeuwigheid, en hij gaat heen; veranderende zijn gelaat, zo zendt Gij hem weg.
20 Tu o derrotas, ele se vai para sempre, e mudas a sua aparência quando o despedes deste mundo.
21 Zijn kinderen komen tot eer, en hij weet het niet; of zij worden klein, en hij let niet op hen.
21 Se os seus filhos recebem homenagens, ele não fica sabendo e, se caem na desgraça, ele não tem notícia.
22 Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw.
22 Ele sente apenas as dores do seu próprio corpo e a agonia do seu espírito.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 14, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.