Mateus 24
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NVT
NVT Nova Versão Transformadora
1 En Jezus ging uit den tempel en vertrok. En zijn discipelen kwamen om Hem de gebouwen des tempels te toonen.
1 Quando Jesus saía da área do templo, seus discípulos lhe chamaram a atenção para as diversas construções do edifício.
2 Doch Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij niet dit alles? Voorwaar Ik zeg u, hier zullen geen twee steenen op malkander gelaten worden, die niet zullen afgebroken worden.
2 Ele, porém, disse: “Estão vendo todas estas construções? Eu lhes digo a verdade: elas serão completamente demolidas. Não restará pedra sobre pedra!”.
3 En toen Hij op den Berg der Olijven zat, kwamen de discipelen tot Hem afzonderlijk, zeggende: Zeg ons, wanneer zal dit zijn? en wat is het teeken van uw toekomst en van de voleinding der eeuw?
3 Mais tarde, Jesus sentou-se no monte das Oliveiras. Seus discípulos vieram até ele em particular e perguntaram: “Diga-nos, quando isso tudo vai acontecer? Que sinal indicará sua volta e o fim dos tempos?”.
4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide!
4 Jesus respondeu: “Não deixem que ninguém os engane,
5 Want velen zullen komen onder mijn Naam, zeggende: Ik hen de Christus; en velen zullen zij verleiden.
5 pois muitos virão em meu nome, dizendo: ‘Eu sou o Cristo’, e enganarão muitos.
6 En gij zult hooren van oorlogen en oorlogsgeruchten! Ziet toe en verschrikt niet! want dit moet geschieden, maar nog is het einde er niet.
6 Vocês ouvirão falar de guerras e ameaças de guerras, mas não entrem em pânico. Sim, é necessário que essas coisas ocorram, mas ainda não será o fim.
7 Want het eene volk zal opstaan tegen het andere, en het eene koninkrijk tegen het andere, en er zullen allerwege hongersnooden, en pest, en aardbevingen zijn.
7 Uma nação guerreará contra a outra, e um reino contra o outro. Haverá fome e terremotos em várias partes do mundo.
8 En dit alles is maar een begin van de smarten.
8 Tudo isso, porém, será apenas o começo das dores de parto.
9 Dan zal men u overleveren tot verdrukking, en men zal u dooden, en gij zult gehaat zijn door al de volken, om mijns Naams wil.
9 “Então vocês serão presos, perseguidos e mortos. Por minha causa, serão odiados em todo o mundo.
10 En dan zullen velen geërgerd worden, malkander overleveren en malkander haten.
10 Muitos se afastarão de mim, e trairão e odiarão uns aos outros.
11 En vele valsche profeten zullen verwekt worden en die zullen velen verleiden.
11 Falsos profetas surgirão em grande número e enganarão muitos.
12 En door het toenemen der goddeloosheid zal de liefde van velen verminderen.
12 O pecado aumentará e o amor de muitos esfriará,
13 Maar wie zal volharden tot het einde, die zal behouden worden.
13 mas quem se mantiver firme até o fim será salvo.
14 En dit Evangelie des koninkrijks zal gepredikt worden over de geheele aarde, tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen.
14 As boas-novas a respeito do reino serão anunciadas em todo o mundo, para que todas as nações as ouçam; então, virá o fim.
15 Wanneer gij dan den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël den profeet, zult zien staan in de heilige plaats (die het leest lette er op!):
15 “Chegará o dia em que vocês verão aquilo de que o profeta Daniel falou, a ‘terrível profanação’ que será colocada no lugar santo. (Leitor, preste atenção!)
16 dat alsdan degenen die in Judea zijn, vluchten op de bergen.
16 Quem estiver na Judeia, fuja para os montes.
17 Die op het dak is, kome dan niet af om weg te nemen wat in zijn huis is,
17 Quem estiver no terraço no alto da casa, não desça para pegar suas coisas.
18 en die op den akker is, keere niet terug om zijn kleed weg te nemen.
18 Quem estiver no campo, não volte nem para pegar o manto.
19 Maar wee den zwangeren en den zogenden in die dagen!
19 Que terríveis serão aqueles dias para as grávidas e para as mães que estiverem amamentando!
20 En bidt dat uw vlucht niet geschiede des winters of op een sabbat.
20 Orem para que a fuga de vocês não seja no inverno nem no sábado,
21 Want alsdan zal de verdrukking groot zijn, zooals er geen is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en er ook geen zijn zal.
21 pois haverá mais angústia que em qualquer outra ocasião desde o começo do mundo, e nunca mais haverá angústia tão grande.
22 En wanneer die dagen niet verkort waren, zou er niet één mensch behouden worden; maar om de uitverkorenen zullen die dagen verkort worden.
22 De fato, se o tempo de calamidade não tivesse sido limitado, ninguém sobreviveria, mas esse tempo foi limitado por causa dos escolhidos.
23 Zoo iemand dan tot u zegt: Ziet, hier de Christus! of daar! — gelooft het niet.
23 “Portanto, se alguém lhes disser: ‘Vejam, aqui está o Cristo!’ ou ‘Ali está ele!’, não acreditem,
24 Want er zullen schijnchristussen en schijnprofeten opstaan, en die zullen groote teekenen en mirakelen doen, zoodat zij zelfs, als het mogelijk was, de uitverkorenen zouden in doling brengen.
24 pois falsos cristos e falsos profetas surgirão e realizarão grandes sinais e maravilhas a fim de enganar, se possível, até os escolhidos.
25 Ziet, Ik heb het u voorzegd!
25 Vejam que eu os avisei disso de antemão.
26 Zoo zij dan tot u zeggen: Ziet, in de woestijn is Hij! gaat dan niet uit. Ziet, in de binnenkameren! gelooft het niet.
26 “Portanto, se alguém lhes disser: ‘Ele está no deserto!’, nem se deem ao trabalho de sair para procurá-lo. E se disserem: ‘Está escondido aqui!’, não acreditem.
27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, alzoo zal de toekomst zijn van den Zoon des menschen.
27 Porque, assim como o relâmpago lampeja no leste e brilha no oeste, assim será a vinda do Filho do Homem.
28 Want waar het lijk is, daar zullen de arenden vergaderd worden.
28 Onde estiver o cadáver, ali se ajuntarão os abutres.
29 En terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen beroerd worden.
29 “Imediatamente depois da angústia daqueles dias, ‘o sol escurecerá, a lua não dará luz, as estrelas cairão do céu e os poderes dos céus serão abalados’.
30 En dan zal het teeken van den Zoon des menschen verschijnen aan den hemel, en al de geslachten der aarde zullen weenen en den Zoon des menschen zien komen op de wolken des hemels met kracht en veel glorie.
30 Então, por fim, aparecerá no céu o sinal da vinda do Filho do Homem, e haverá grande lamentação entre todos os povos da terra. Eles verão o Filho do Homem vindo nas nuvens do céu com poder e grande glória.
31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met sterk bazuingeluid, en die zullen zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier windstreken, van het ééne einde der hemelen tot het andere.
31 Ele enviará seus anjos com um forte sopro de trombeta, e eles reunirão os escolhidos de todas as partes do mundo, de uma extremidade à outra do céu.
32 Leert dan van den vijgeboom deze gelijkenis: Zoodra zijn tak zacht wordt en de bladeren uitbotten, weet gij dat de zomer nabij is.
32 “Agora, aprendam a lição da figueira. Quando os ramos surgem e as folhas começam a brotar, vocês sabem que o verão está próximo.
33 Alzoo ook gij, als gij dit alles ziet, dan weet gij dat Hij nabij is, vóór de deur.
33 Da mesma forma, quando virem todas essas coisas, saberão que o tempo está muito próximo, à porta.
34 Voorwaar Ik zeg u, dat deze natie niet zal voorbijgaan totdat dit alles zal geschied zijn.
34 Eu lhes digo a verdade: esta geração certamente não passará até que todas essas coisas tenham acontecido.
35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
35 O céu e a terra desaparecerão, mas as minhas palavras jamais desaparecerão.
36 Doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, maar wel mijn Vader alleen.
36 “Contudo, ninguém sabe o dia nem a hora em que essas coisas acontecerão, nem mesmo os anjos no céu, nem o Filho. Somente o Pai sabe.
37 En gelijk de dagen van Noach, alzoo zal de toekomst van den Zoon des menschen zijn.
37 “Quando o Filho do Homem voltar, será como no tempo de Noé.
38 Want gelijk zij waren in de dagen vóór den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk gevende, tot op den dag zelven dat Noach naar de ark ging,
38 Nos dias antes do dilúvio, o povo seguia sua rotina de banquetes, festas e casamentos, até o dia em que Noé entrou na arca.
39 en het niet begrepen, totdat de zondvloed kwam en allen wegnam, — alzoo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des menschen.
39 Não perceberam o que estava para acontecer até que veio o dilúvio e levou todos. Assim será na vinda do Filho do Homem.
40 Dan zullen er twee zijn op den akker; de een wordt medegenomen en de ander achtergelaten.
40 “Dois homens estarão trabalhando juntos no campo; um será levado, e o outro, deixado.
41 Twee zullen er malen in den molen; de eene wordt medegenomen en de andere achtergelaten.
41 Duas mulheres estarão moendo cereal no moinho; uma será levada, e a outra, deixada.
42 Waakt dus, want gij weet niet op welken dag uw Heer komt.
42 “Portanto, vigiem, pois não sabem em que ocasião o seu Senhor virá.
43 Maar dit verstaat gij, dat, als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en niet toegelaten dat zijn huis doorgraven werd.
43 Entendam isto: se o dono da casa soubesse exatamente a que horas viria o ladrão, ficaria atento e não permitiria que a casa fosse arrombada.
44 Daarom, zijt ook gij bereid, want in een ure waarin gij het niet meent, komt de Zoon des menschen.
44 Estejam também sempre preparados, pois o Filho do Homem virá quando menos esperam.
45 Wie is toch de getrouwe en verstandige dienst knecht, dien de heer heeft gesteld over zijn huisgezin, om hun voedsel te geven op zijn tijd?
45 “O servo fiel e sensato é aquele a quem seu senhor encarrega de gerir os outros servos da casa e alimentá-los.
46 Zalig die dienstknecht, wien zijn heer, als hij komt, zal vinden alzoo doende!
46 Se o senhor voltar e constatar que o servo fez um bom trabalho, haverá recompensa.
47 Voorwaar Ik zeg u, dat hij hem zal stellen over al zijn goederen.
47 Eu lhes digo a verdade: ele colocará todos os seus bens sob os cuidados desse servo.
48 Maar wanneer die booze dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft!
48 O que acontecerá, porém, se o servo for mau e pensar: ‘Meu senhor não voltará tão cedo’,
49 en hij begint zijn mededienstknechten te slaan, en hij eet en drinkt met de dronkaards;
49 e começar a espancar os outros servos, a comer e a beber e se embriagar?
50 dan zal de heer van dien dienstknecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht, en in een ure waarin hij het niet meent,
50 O senhor desse servo voltará em dia que não se espera e em hora que não se conhece,
51 en hij zal hem in stukken houwen, en zijn deel stellen met de geveinsden. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.
51 cortará o servo ao meio e lhe dará o mesmo destino dos hipócritas. Ali haverá choro e ranger de dentes.”
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 24, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.