Mateus 1

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Geslachtboek van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham.
1 Livro da genealogia de Jesus Cristo, filho de Davi, filho de Abraão.
2 Abraham gewon Isaäk, en Isaäk gewon Jakob, en Jakob gewon Juda en zijn broeders.
2 Abraão gerou Isaque; Isaque gerou Jacó; Jacó gerou Judá e os seus irmãos;
3 Juda gewon Phares en Zara bij Thamar, en Phares gewon Esron, en Esron gewon Aram.
3 Judá gerou Perez e Zera, cuja mãe foi Tamar; Perez gerou Esrom; Esrom gerou Arão;
4 En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Naässon, en Naässon gewon Salmon.
4 Arão gerou Aminadabe; Aminadabe gerou Naassom; Naassom gerou Salmom;
5 En Salmon gewon Boas bij Rachab, en Boas gewon Obed bij Rutli, en Obed gewon Jesse.
5 Salmom gerou Boaz, cuja mãe foi Raabe; Boaz gerou Obede, cuja mãe foi Rute; e Obede gerou Jessé;
6 En Jesse gewon David, den koning. David nu gewon Salomo bij de vrouw van Uria.
6 Jessé gerou o rei Davi; e o rei Davi gerou Salomão, cuja mãe foi aquela que tinha sido mulher de Urias;
7 En Salomo gewon Rehabeam, en Rehabeam gewon Abia, en Abia gewon Asa.
7 Salomão gerou Roboão; Roboão gerou Abias; Abias gerou Asa;
8 En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias.
8 Asa gerou Josafá; Josafá gerou Jorão; Jorão gerou Uzias;
9 En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Hiskia.
9 Uzias gerou Jotão; Jotão gerou Acaz; Acaz gerou Ezequias;
10 En Hiskia gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias.
10 Ezequias gerou Manassés; Manassés gerou Amom; Amom gerou Josias;
11 En Josias gewon Jechonias en zijn broeders, ten tijde der wegvoering naar Babylon.
11 Josias gerou Jeconias e os seus irmãos, no tempo do exílio na Babilônia.
12 En na de wegvoering naar Babyion, gewon Jechonias Salathiël, en Salathiël gewon Zorobabel.
12 Depois do exílio na Babilônia, Jeconias gerou Salatiel; e Salatiel gerou Zorobabel;
13 En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eliakim, en Eliakim gewon Azor.
13 Zorobabel gerou Abiúde; Abiúde gerou Eliaquim; Eliaquim gerou Azor;
14 En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud.
14 Azor gerou Sadoque; Sadoque gerou Aquim; Aquim gerou Eliúde;
15 En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Mathan, en Mathan gewon Jakob.
15 Eliúde gerou Eleazar; Eleazar gerou Matã; Matã gerou Jacó.
16 En Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit wie geboren is Jezus, genaamd Christus.
16 E Jacó gerou José, marido de Maria, da qual nasceu Jesus, que se chama o Cristo.
17 Al de geslachten dus van Abraham tot David zijn veertien geslachten; en van David tot de wegvoering naar Babylon, veertien geslachten; en van de wegvoering naar Babylon tot Christus, veertien geslachten.
17 Assim, todas as gerações, desde Abraão até Davi, são catorze; desde Davi até o exílio na Babilônia, catorze gerações; e desde o exílio na Babilônia até Cristo, catorze gerações.
18 De geboorte van Jezus Christus nu was aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest, éér zij samengekomen waren.
18 O nascimento de Jesus Cristo foi assim: Maria, a sua mãe, estava comprometida para casar com José. Mas, antes de se unirem, ela se achou grávida pelo Espírito Santo.
19 Jozef nu, haar man, die rechtvaardig was en haar niet wilde te schande maken, was van zin haar heimelijk te verlaten.
19 José, com quem Maria estava para casar, sendo um homem justo e não querendo envergonhá-la em público, resolveu deixá-la sem que ninguém soubesse.
20 Maar ziet, toen hij dit in den zin had, verscheen een engel des Heeren hem in een droom, zeggende: Jozef, zoon van David! Vrees niet Maria uw vrouw tot u te nemen, want hetgeen in haar is verwekt, is uit den Heiligen Geest;
20 Enquanto ele refletia sobre isso, eis que lhe apareceu em sonho um anjo do Senhor, dizendo: — José, filho de Davi, não tenha medo de receber Maria como esposa, porque o que nela foi gerado é do Espírito Santo.
21 En zij zal een zoon baren, en gij zult zijn naam Jezus noemen, want Hij zal zijn volk verlossen van hun zonden.
21 Ela dará à luz um filho e você porá nele o nome de Jesus, porque ele salvará o seu povo dos pecados deles.
22 Dit alles nu is geschied, opdat zou vervuld worden hetgeen de Heere gesproken heeft door den profeet, die zegt:
22 Ora, tudo isto aconteceu para se cumprir o que foi dito pelo Senhor por meio do profeta:
23 Ziet, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren en men zal zijn naam Emmanuël noemen, dat is overgezet: God met ons.
23 “Eis que a virgem conceberá e dará à luz um filho, e ele será chamado pelo nome de Emanuel.” (“Emanuel” significa: “Deus conosco”.)
24 En Jozef uit den slaap ontwaakt zijnde, deed gelijk de engel des Heeren hem geboden had, en nam zijn vrouw tot zich.
24 Quando José despertou do sono, fez como o anjo do Senhor lhe havia ordenado e recebeu Maria por esposa.
25 En hij bekende haar niet, totdat zij haar eerstgeboren zoon gebaard had. En hij noemde zijn naam Jezus.
25 Porém não teve relações com ela enquanto ela não deu à luz um filho, a quem pôs o nome de Jesus.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.