João 10

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Voorwaar, voorwaar Ik zeg ulieden: Die niet ingaat door de deur naar den schaapstal, maar inklimt van elders, die is een dief en moordenaar.
1 Jesus disse:
2 Maar die ingaat door de deur, is een herder der schapen.
2 Mas quem entra pela porta é o pastor do rebanho.
3 Aan dezen doet de deurwachter open, en de schapen hooren zijn stem, en zijn eigen schapen roept hij bij name en leidt ze uit.
3 O porteiro abre a porta para ele. As ovelhas reconhecem a sua voz quando ele as chama pelo nome, e ele as leva para fora do curral.
4 En als hij zijn eigen schapen uitgedreven heeft, dan gaat hij vóór hen, en de schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen.
4 Quando todas estão do lado de fora, ele vai na frente delas, e elas o seguem porque conhecem a voz dele.
5 Een vreemdeling nu zullen zij niet volgen, maar zij zullen van hem vluchten, omdat zij de stem der vreemdelingen niet kennen.
5 Mas de jeito nenhum seguirão um estranho! Pelo contrário, elas fugirão, pois não conhecem a voz de estranhos.
6 Deze gelijkenis sprak Jezus tot hen, maar zij verstonden niet wat het was, waarover Hij tot hen sprak.
6 Jesus fez esta comparação, mas ninguém entendeu o que ele queria dizer.
7 Jezus dan zeide: Voorwaar, voorwaar Ik zeg ulieden: Ik ben de Deur der schapen!
7 Então Jesus continuou:
8 Allen, zooveel als er vóór Mij gekomen zijn, die zijn dieven en moordenaars, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord.
8 Todos os que vieram antes de mim são ladrões e bandidos, mas as ovelhas não deram atenção à voz deles.
9 Ik ben de Deur; als iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden, en hij zal ingaan, en uitgaan, en weide vinden.
9 Eu sou a porta. Quem entrar por mim será salvo; poderá entrar e sair e achará comida.
10 De dief komt niet dan om te stelen, en te slachten, en te verderven; Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed hebben.
10 O ladrão só vem para roubar, matar e destruir; mas eu vim para que as ovelhas tenham vida, a vida completa.
11 Ik ben de Goede Herder; de goede herder legt zijn leven af voor de schapen.
11 — Eu sou o bom pastor; o bom pastor dá a vida pelas ovelhas.
12 Maar de daglooner, en die geen herder is, aan wien de schapen niet toebehooren, ziet den wolf aankomen, en verlaat de schapen, en vlucht; en de wolf rooft en verjaagt de schapen.
12 Um empregado trabalha somente por dinheiro; ele não é pastor, e as ovelhas não são dele. Por isso, quando vê um lobo chegando, ele abandona as ovelhas e foge. Então o lobo ataca e espalha as ovelhas.
13 En de daglooner vlucht omdat hij daglooner is en zich de schapen niet aantrekt.
13 O empregado foge porque trabalha somente por dinheiro e não se importa com as ovelhas. Eu sou o bom pastor. Assim como o Pai me conhece, e eu conheço o Pai, assim também conheço as minhas ovelhas, e elas me conhecem. E estou pronto para morrer por elas.
14 Ik ben de Goede Herder, en Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij,
14 — ausente —
15 zooals de Vader Mij kent en Ik den Vader ken; en mijn leven leg Ik af voor de schapen.
15 — ausente —
16 Nog andere schapen heb Ik, die niet zijn uit dezen stal; ook die moet ik toebrengen, en mijn stem zullen zij hooren, en het zal worden één kudde, één Herder.
16 Tenho outras ovelhas que não estão neste curral. Eu preciso trazer essas também, e elas ouvirão a minha voz. Então elas se tornarão um só rebanho com um só pastor.
17 Daarom bemint de Vader Mij, omdat Ik mijn leven afleg, opdat Ik het wederom neme.
17 — O Pai me ama porque eu dou a minha vida para recebê-la outra vez.
18 Niemand neemt het van Mij af, maar Ik leg het van Mij zelven af; Ik heb macht om het af te leggen, en Ik heb macht om het wederom te nemen; dit gebod heb Ik ontvangen van mijn Vader.
18 Ninguém tira a minha vida de mim, mas eu a dou por minha própria vontade. Tenho o direito de dá-la e de tornar a recebê-la, pois foi isso o que o meu Pai me mandou fazer.
19 Wederom kwam er tweedracht onder de Joden om deze woorden.
19 Quando ouviu isso, o povo se dividiu outra vez. Muitos diziam:
20 Velen dan uit hen zeiden: Hij heeft een boozen geest en is zot: Wat luistert gij naar Hem?
20 — Ele está dominado por um demônio! Está louco! Por que é que vocês escutam o que ele diz?
21 Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden van een bezetene! een booze geest kan toch niet der blinden oogen openen?
21 Outros afirmavam: — Quem está dominado por um demônio não fala assim! Será que um demônio pode dar vista aos cegos?
22 En het was het feest der tempelwijding in Jerusalem; het was winter.
22 Era inverno, e em Jerusalém estavam comemorando a Festa da Dedicação .
23 En Jezus wandelde in den tempel, in de gaanderij van Salomo.
23 Jesus estava andando pelo pátio do Templo, perto da entrada chamada “ Alpendre de Salomão ”.
24 De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem: Tot wanneer houdt Gij onze ziel in twijfel? Als Gij de Christus zijt, zeg het ons dan vrij uit!
24 Então o povo se ajuntou em volta dele e perguntou: — Até quando você vai nos deixar na dúvida? Diga com franqueza: você é ou não é o
25 Jezus antwoordde: Ik heb tot u gesproken, en gij gelooft niet; de werken die Ik doe in den Naam mijns Vaders, die getuigen van Mij.
25 Jesus respondeu:
26 Maar gij gelooft niet, omdat gij niet van mijn schapen zijt.
26 mas vocês não creem porque não são minhas ovelhas.
27 Mijn schapen hooren naar mijn stem, en Ik ken ze, en zij volgen Mij,
27 As minhas ovelhas escutam a minha voz; eu as conheço, e elas me seguem.
28 en Ik geef hun eeuwig leven, en zij zullen geenszins verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal ze rooven uit mijn hand.
28 Eu lhes dou a vida eterna, e por isso elas nunca morrerão. Ninguém poderá arrancá-las da minha mão.
29 Mijn Vader die ze Mij gegeven heeft, is meer dan allen, en niemand kan ze rooven uit de hand mijns Vaders.
29 O poder que o Pai me deu é maior do que tudo, e ninguém pode arrancá-las da mão dele.
30 Ik en de Vader zijn één.
30 Eu e o Pai somos um.
31 De Joden namen wederom steenen op om Hem te steenigen.
31 Então eles tornaram a pegar pedras para matar Jesus.
32 Jezus antwoordde hun: Veel goede werken heb Ik ulieden getoond uit mijn Vader, om welk werk van die steenigt gij Mij?
32 E ele disse:
33 De Joden antwoordden Hem: Om een goed werk steenigen wij U niet, maar om lastering, en omdat Gij, die een mensch zijt, U zelven God maakt!;
33 Eles responderam: — Não é por causa de nenhuma coisa boa que queremos matá-lo, mas porque, ao dizer isso, você está
34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw, wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?
34 Então Jesus afirmou:
35 Als de wet dan die goden noemde, tot wie Gods woord: geschiedde, en de Schrifture niet kan gebroken worden,
35 Sabemos que as
36 zegt gij dan tot Hem, dien de Vader heeft geheiligd en tot de wereld gezonden: Gij lastert! omdat Ik gezegd heb: Gods Zoon ben Ik?
36 Quanto a mim, o Pai me escolheu e me enviou ao mundo. Então por que vocês dizem que blasfemo contra Deus quando afirmo que sou Filho dele?
37 Als Ik de werken mijns Vaders niet doe, gelooft in Mij dan niet.
37 Se não faço o que o meu Pai manda, não creiam em mim.
38 Maar als Ik ze doe en gij gelooft in Mij niet, gelooft dan in de werken, opdat gij moogt weten en gelooven dat de Vader in Mij is en Ik in den Vader.
38 Mas, se eu faço, e vocês não creem em mim, então creiam pelo menos nas coisas que faço. E isso para que vocês fiquem sabendo de uma vez por todas que o Pai vive em mim e que eu vivo no Pai.
39 Zij zochten Hem dan te grijpen, en Hij ontkwam uit hun hand.
39 A essa altura tentaram novamente prendê-lo, mas Jesus escapou das mãos deles.
40 En Hij ging wederom over den Jordaan naar de plaats waar Johannes eerst, doopende was, en Hij bleef aldaar.
40 Ele voltou de novo para o lado leste do rio Jordão, foi para o lugar onde João Batista tinha batizado antes e ficou lá.
41 En velen kwamen tot Hem en zeiden: Johannes deed wel geen mirakel, maar alles wat Johannes van dezen zeide, was waar.
41 E muita gente ia vê-lo, dizendo: — João não fez nenhum milagre, mas tudo o que ele disse sobre Jesus é verdade.
42 En velen geloofden aldaar in Hem.
42 E naquele lugar muita gente creu em Jesus.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.