Hebreus 1

vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs AAI

Sair da comparação
AAI TUR GEWASIN O BAIBASIT BOUBUN
1 Nadat God oudtijds veelmaal en op velerlei manieren gesproken had tot de vaderen in de profeten, heeft Hij op het laatst dezer dagen tot ons gesproken in den Zoon,
1 Marasika, God i mar maumurih maiyow naatu ef tata’ane dinab oro’orot wanawanahimaim ata a’agir hitenya’ih.
2 dien Hij heeft gesteld tot erfgenaam van alle dingen, door wien Hij ook de eeuwen gemaakt heeft;
2 Baise boun iti yomanin it ata veya’amaim, God ana tur etei i Natun sawar etei bai’ukwarin isan rurubin i wanawananamaim na tit eo tanonowar. Naatu i Natun wanawananamaim mar tafaram wanawanan sawar etei God imataren.
3 die— de glans van Gods glorie zijnde en de uitdrukking van zijn wezen, en alle dingen dragende door het woord zijner kracht, nadat Hij de reiniging der zonden had aangebracht— gezeten is aan de rechterhand der Majesteit in het allerhoogste;
3 Natun biyanamaim marakaw ekukusisiar ana itinin i anababatun God ana fair bonamanamarin tutufin etei ebi’obaiyit. I awan fora’abinamaim, tafaram wanawanan sawar eo himamatar boun hi’in tenan. Naatu sabuw hai bowabow kakafih notawiyen isan bow bisawar ufunamaim, maramaim God ana asukwafune mare, sawar tutufin etei tafahimaim.
4 zooveel voortreffelijker geworden zijnde dan de engelen, als Hij een uitnemender Naam boven hen heeft geërfd.
4 Imih Natun i tounamatar etei natabirih, na’atube wabin auman God bitin i tounamatar etei wabih natabir.
5 Want tot wien van de engelen heeft God ooit gezegd: gij zijt mijn Zoon; Ik heb u lieden gewonnen? — en wederom: Ik zal Hem zijn tot een Vader en Hij zal Mij zijn tot een Zoon?
5 Anayabin God men kafa’imo ana tounamatar ta isan eo,
6 En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt tot de bewoonde aarde, zegt Hij: alle engelen Gods moeten voor Hem nederbuigen!
6 Baise God Natun ana ain tafaramamaim baiyafarinamih ana veya, iti na’atube eo,
7 En van de engelen zegt Hij wel: die zijn engelen maakt geesten en zijn dienaren tot vuurvlammen;
7 Naatu tounamatar isah God iti na’atube eo,
8 maar tot den Zoon zegt Hij: uw troon, o God, is tot in alle eeuwigheid, en de staf der rechtvaardigheid is de staf van uw koninkrijk;
8 Baise God Natun isan eo,
9 Gij hebt rechtvaardigheid bemind en onrechtvaardigheid gehaat; daarom, o God, heeft uw God U gezalfd met olie der vreugde boven uw medegenooten.
9 Anayabin o i yawas mutufurin kubiyabow, naatu sawar kakafih o i kubifutuwen.
10 En Gij o Heere! hebt in den beginne de aarde gegrondvest en de werken uwer handen zijn de hemelen;
10 God iban maiye eo,
11 die zullen voorbijgaan, maar Gij blijft bestaan; en allen zullen zij verslijten als een kleed, en als een mantel zult Gij ze oprollen en zij zullen veranderen;
11 Iti sawar etei boro hini’en, baise o boro na’atuka inama, ar faifuw tibiririk na’atube boro hiniririk.
12 maar Gij zijt dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden!
12 Biya baibiyon na’atube boro inanu,
13 Tot wien van de engelen heeft God ooit gezegd: Zit aan mijn rechterhand totdat Ik uw vijanden maak tot uw voetbank?
13 Naatu God men kafa’imo ana tounamatar ta isan eo,
14 Zijn zij niet allen dienstdoende geesten, uitgezonden ten dienste van degenen die de verlossing zullen beërven?
14 Imih tounamatar i abistan? Tounamatar i wagabur God isan tebowabow naatu God iyafarih ten sabuw iyab God yawas ebit i tibibaisih.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.