Filipenses 1
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs NAA
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Paulus en Timotheüs, dienaren van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus die in Filippi zijn, met de opzieners en diakenen,
1 Paulo e Timóteo, servos de Cristo Jesus, a todos os santos em Cristo Jesus, inclusive bispos e diáconos que vivem em Filipos.
2 genade zij ulieden en vrede, van God onzen Vader en van den Heere Jezus Christus!
2 Que a graça e a paz de Deus, nosso Pai, e do Senhor Jesus Cristo estejam com vocês.
3 Ik dank mijn God wegens al wat ik van ulieden in gedachtenis heb,
3 Dou graças ao meu Deus por tudo o que lembro de vocês,
4 altijd in al mijn smeeking voor u allen met blijdschap het gebed doende,
4 fazendo sempre, com alegria, súplicas por todos vocês, em todas as minhas orações.
5 vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie van den eersten dag af tot nu toe,
5 Dou graças pela maneira como vocês têm participado na proclamação do evangelho, desde o primeiro dia até agora.
6 vertrouwen hebbende hierin, dat Hij, die in ulieden een goed werk is begonnen, dit volkomen maken zal tot op den dag van Jezus Christus;
6 Estou certo de que aquele que começou boa obra em vocês há de completá-la até o Dia de Cristo Jesus.
7 gelijk het recht is voor mij dat ik van u allen dit gevoelen heb, omdat gij mij in uw hart draagt, en omdat gij allen, zoowel in mijn banden als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie, deelgenoten zijt van mijn genade.
7 Aliás, é justo que eu assim pense de todos vocês, porque os trago no coração, seja nas minhas algemas, seja na defesa e confirmação do evangelho, pois todos vocês são participantes da graça comigo.
8 Want God is mijn getuige hoe ik naar u allen verlang, in de teedere liefde van Jezus Christus,
8 Pois Deus é testemunha da saudade que tenho de todos vocês, no profundo afeto de Cristo Jesus.
9 En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in kennis en in alle verstand,
9 E também faço esta oração: que o amor de vocês aumente mais e mais em conhecimento e toda a percepção,
10 om te onderkennen de dingen die goed en kwaad zijn, opdat gij oprecht moogt zijn en onberispelijk tot den dag van Christus;
10 para que vocês aprovem as coisas excelentes e sejam sinceros e inculpáveis para o Dia de Cristo,
11 vervuld met een vrucht der rechtvaardigheid, die door Jezus Christus is tot glorie en lof van God.
11 cheios do fruto de justiça que vem por meio de Jesus Cristo, para glória e louvor de Deus.
12 Doch ik wil dat gij weet, broeders, dat de dingen die mij overkomen zijn zeer tot bevordering des Evangelies zijn gekomen,
12 Quero ainda, irmãos, que saibam que as coisas que me aconteceram têm até contribuído para o progresso do evangelho,
13 zoodat mijn banden in Christus openbaar geworden zijn in het geheele rechthuis en bij al de anderen,
13 de maneira que toda a guarda pretoriana e todos os demais sabem que estou preso por causa de Cristo.
14 en dat de meesten van de broeders in den Heere door mijn banden vertrouwen hebben gekregen en meer overvloedig het woord Gods onbevreesd durven spreken.
14 E os irmãos, em sua maioria, estimulados no Senhor por minhas algemas, ousam falar a palavra com mais coragem.
15 Sommigen toch prediken wel den Christus door nijd en twist, maar anderen door goedwilligheid.
15 É verdade que alguns proclamam Cristo por inveja e rivalidade, mas outros o fazem de boa vontade.
16 Sommigen doen het uit liefde, wetende dat ik gesteld ben tot een verdediging van het Evangelie,
16 Estes o fazem por amor, sabendo que estou incumbido da defesa do evangelho;
17 maar anderen verkondigen den Christus uit twistijver, niet oprechtelijk, meenende verdrukking toe te brengen aan mijn banden.
17 aqueles, porém, pregam Cristo por interesse pessoal, não de forma sincera, pensando que assim podem aumentar meu sofrimento na prisão.
18 Maar wat zou dat zijn? — Als maar op alle maniere Christus verkondigd wordt, hetzij onder een schijn of in waarheid! En daarin verblijd ik mij en zal ik mij verblijden.
18 Mas que importa? Uma vez que, de uma forma ou de outra, Cristo está sendo pregado, seja com fingimento, seja com sinceridade, também com isto me alegro; sim, sempre me alegrarei.
19 Want ik weet dat dit mij tot behoudenis zal verstrekken door uw gebed en door mededeeling van den Geest van Jezus Christus;
19 Porque estou certo de que, pela súplica de vocês e com a ajuda do Espírito de Jesus Cristo, isso resultará em minha libertação.
20 volgens mijn ernstige verwachting en hope; dat ik in niets zal worden beschaamd gemaakt! maar dat in al mijn vrijmoedigheid, zoowel altijd als ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door den dood.
20 Minha ardente expectativa e esperança é que em nada serei envergonhado, mas que, com toda a ousadia, como sempre, também agora, Cristo será engrandecido no meu corpo, quer pela vida, quer pela morte.
21 Want wat mij betreft, te leven is Christus, en te sterven is gewin.
21 Porque para mim o viver é Cristo, e o morrer é lucro.
22 Doch in het vleesch te leven, of dat de vrucht is van mijn werk, en wat ik verkiezen zou, — ik weet het niet.
22 Entretanto, se eu continuar vivendo, poderei ainda fazer algum trabalho frutífero. Assim, não sei o que devo escolher.
23 Ik word toch van twee kanten gedrongen, daar ik begeerte heb om losgemaakt te worden en met Christus te zijn, want dat is verre het beste.
23 Estou cercado pelos dois lados, tendo o desejo de partir e estar com Cristo, o que é incomparavelmente melhor.
24 Maar in het vleesch te blijven is noodiger om uwentwille.
24 Mas, por causa de vocês, é mais necessário que eu continue a viver.
25 En dit vertrouwen hebbende, weet ik dat ik zal blijven en met u allen zal verblijven tot uw voortgang en blijdschap des geloofs,
25 E, convencido disto, estou certo de que ficarei e permanecerei com todos vocês, para que progridam e tenham alegria na fé.
26 opdat uw roem in mij overvloedig worde in Christus Jezus, als ik weer bij u tegenwoordig zal zijn.
26 Desse modo, vocês terão mais motivo para se gloriarem em Cristo Jesus por minha causa, pela minha presença, de novo, no meio de vocês.
27 Alleenlijk, gedraagt u waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat hetzij ik kom, en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik moge hooren van uw zaken, dat gij vast staat in één geest, met één gemoed strijdende voor het geloof des Evangelies,
27 Acima de tudo, vivam de modo digno do evangelho de Cristo, para que, ou indo até aí para vê-los ou estando ausente, eu ouça a respeito de vocês que estão firmes em um só espírito, como uma só alma, lutando juntos pela fé do evangelho;
28 en dat gij in geen ding verschrikt wordt door de tegenstanders. Hetgeen voor hen wel een bewijs is des verderfs, is voor u een oorzaak der zaligheid, en dat van God.
28 e que em nada se sentem intimidados pelos adversários. Pois o que para eles é prova evidente de perdição para vocês é sinal de salvação, e isto da parte de Deus.
29 Want aan ulieden is het vergund ten behoeve van Christus, niet alleen om in Hem te gelooven maar ook om voor Hem te lijden,
29 Porque vocês receberam a graça de sofrer por Cristo, e não somente de crer nele,
30 hebbende denzelfden strijd als dien gij in mij gezien hebt en nu in mij hoort.
30 pois vocês têm o mesmo combate que viram em mim e que agora estão ouvindo que continuo a ter.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Filipenses 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.