Filipenses 1
vlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge (SM_VLSJONT) vs BKJ
BKJ BKJ
1 Paulus en Timotheüs, dienaren van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus die in Filippi zijn, met de opzieners en diakenen,
1 Paulo e Timóteo, servos de Jesus Cristo, a todos os santos em Cristo Jesus que estão em Filipos, com os bispos e diáconos:
2 genade zij ulieden en vrede, van God onzen Vader en van den Heere Jezus Christus!
2 Graça a vós e paz, da parte de Deus, nosso Pai, e da do Senhor Jesus Cristo.
3 Ik dank mijn God wegens al wat ik van ulieden in gedachtenis heb,
3 Agradeço ao meu Deus todas as vezes que me lembro de vós.
4 altijd in al mijn smeeking voor u allen met blijdschap het gebed doende,
4 Sempre, em cada oração minha por vós, fazendo súplicas com alegria,
5 vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie van den eersten dag af tot nu toe,
5 pela vossa cooperação no evangelho desde o primeiro dia até agora.
6 vertrouwen hebbende hierin, dat Hij, die in ulieden een goed werk is begonnen, dit volkomen maken zal tot op den dag van Jezus Christus;
6 Sendo confiante nisto mesmo, que aquele que começou a boa obra em vós a realizará até ao dia de Jesus Cristo.
7 gelijk het recht is voor mij dat ik van u allen dit gevoelen heb, omdat gij mij in uw hart draagt, en omdat gij allen, zoowel in mijn banden als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie, deelgenoten zijt van mijn genade.
7 Como tenho por justo pensar isto de vós todos, porque vos tenho em meu coração; pois, tanto nas minhas prisões como na defesa e confirmação do evangelho, todos vós fostes participantes da minha graça.
8 Want God is mijn getuige hoe ik naar u allen verlang, in de teedere liefde van Jezus Christus,
8 Porque Deus me é testemunha da grande saudade que tenho de todos vós, em entranhável afeição de Jesus Cristo.
9 En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in kennis en in alle verstand,
9 E isto eu oro: que o vosso amor aumente mais e mais em conhecimento e em todo o julgamento.
10 om te onderkennen de dingen die goed en kwaad zijn, opdat gij oprecht moogt zijn en onberispelijk tot den dag van Christus;
10 Para que aproveis as coisas excelentes, para que sejais sinceros e sem ofensa alguma até o dia de Cristo,
11 vervuld met een vrucht der rechtvaardigheid, die door Jezus Christus is tot glorie en lof van God.
11 sendo cheios de frutos da justiça, que são por Jesus Cristo, para glória e louvor de Deus.
12 Doch ik wil dat gij weet, broeders, dat de dingen die mij overkomen zijn zeer tot bevordering des Evangelies zijn gekomen,
12 Mas quero que saibais, irmãos, que as coisas que me aconteceram contribuíram para maior proveito do evangelho.
13 zoodat mijn banden in Christus openbaar geworden zijn in het geheele rechthuis en bij al de anderen,
13 De maneira que as minhas prisões em Cristo se tornaram conhecidas em todo o palácio, e em todos os demais lugares.
14 en dat de meesten van de broeders in den Heere door mijn banden vertrouwen hebben gekregen en meer overvloedig het woord Gods onbevreesd durven spreken.
14 E muitos dos irmãos no Senhor, adquirindo confiança com as minhas prisões, estão muito mais corajosos para falar a palavra, sem temor.
15 Sommigen toch prediken wel den Christus door nijd en twist, maar anderen door goedwilligheid.
15 Alguns, de fato, até pregam a Cristo por inveja e contenda, e outros também de boa vontade.
16 Sommigen doen het uit liefde, wetende dat ik gesteld ben tot een verdediging van het Evangelie,
16 Uns pregam a Cristo por contenda, não sinceramente, julgando acrescentar aflição às minhas prisões.
17 maar anderen verkondigen den Christus uit twistijver, niet oprechtelijk, meenende verdrukking toe te brengen aan mijn banden.
17 Mas outros, por amor, sabendo que fui posto para defesa do evangelho.
18 Maar wat zou dat zijn? — Als maar op alle maniere Christus verkondigd wordt, hetzij onder een schijn of in waarheid! En daarin verblijd ik mij en zal ik mij verblijden.
18 Mas que importa? Não obstante, de todo modo, seja na pretensão, seja na verdade, Cristo seja pregado, e nisto me regozijo, sim, e me regozijarei.
19 Want ik weet dat dit mij tot behoudenis zal verstrekken door uw gebed en door mededeeling van den Geest van Jezus Christus;
19 Porque sei que disto me resultará salvação, pela vossa oração e pelo socorro do Espírito de Jesus Cristo.
20 volgens mijn ernstige verwachting en hope; dat ik in niets zal worden beschaamd gemaakt! maar dat in al mijn vrijmoedigheid, zoowel altijd als ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door den dood.
20 Segundo a minha intensa expectação e esperança, de que em nada serei envergonhado; antes, com toda a ousadia, Cristo será, tanto agora como sempre, engrandecido no meu corpo, seja pela vida, ou pela morte.
21 Want wat mij betreft, te leven is Christus, en te sterven is gewin.
21 Porque para mim o viver é Cristo, e o morrer é lucro.
22 Doch in het vleesch te leven, of dat de vrucht is van mijn werk, en wat ik verkiezen zou, — ik weet het niet.
22 Mas, se vivo na carne, isto é o fruto do meu trabalho; não sei, então, o que devo escolher.
23 Ik word toch van twee kanten gedrongen, daar ik begeerte heb om losgemaakt te worden en met Christus te zijn, want dat is verre het beste.
23 Mas de ambos os lados estou em aperto, tendo desejo de partir e estar com Cristo, o que é muito melhor.
24 Maar in het vleesch te blijven is noodiger om uwentwille.
24 Todavia, permanecer na carne é mais necessário a vós.
25 En dit vertrouwen hebbende, weet ik dat ik zal blijven en met u allen zal verblijven tot uw voortgang en blijdschap des geloofs,
25 E, tendo esta confiança, sei que permanecerei e continuarei com todos vós para proveito vosso e alegria da fé,
26 opdat uw roem in mij overvloedig worde in Christus Jezus, als ik weer bij u tegenwoordig zal zijn.
26 para que o vosso regozijo seja mais abundante por mim em Cristo Jesus, pela minha nova ida a vós.
27 Alleenlijk, gedraagt u waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat hetzij ik kom, en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik moge hooren van uw zaken, dat gij vast staat in één geest, met één gemoed strijdende voor het geloof des Evangelies,
27 Que a vossa conversa seja digna, conforme o evangelho de Cristo, para que, quer vá e vos veja, quer esteja ausente, ouça acerca de vós que estais num mesmo espírito, com uma só mente, combatendo juntamente pela fé do evangelho.
28 en dat gij in geen ding verschrikt wordt door de tegenstanders. Hetgeen voor hen wel een bewijs is des verderfs, is voor u een oorzaak der zaligheid, en dat van God.
28 E em nada vos aterrorizeis pelos vossos adversários, o que para eles, na verdade, é indício de perdição, mas, para vós, de salvação, e isto de Deus.
29 Want aan ulieden is het vergund ten behoeve van Christus, niet alleen om in Hem te gelooven maar ook om voor Hem te lijden,
29 Porque a vós vos foi concedido, em relação a Cristo, não somente crer nele, mas também sofrer por ele.
30 hebbende denzelfden strijd als dien gij in mij gezien hebt en nu in mij hoort.
30 Tendo o mesmo conflito que já tendes visto em mim e, agora, ouvis estar em mim.
Atalhos do teclado
- Capítulo anterior←
- Próximo capítulo→
- Versículo anteriork
- Próximo versículoj
- Limpar seleçãoEsc
- Esta ajuda?
Estude este capítulo no WhatsApp
Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Filipenses 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.