Romanos 13

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Iedereen moet het gezag van de bevoegde overheden erkennen. Er bestaat namelijk geen overheid die niet door God is gegeven en de bestaande overheden zijn door God aangesteld.
1 Toda alma esteja sujeita às autoridades superiores; porque não há autoridade que não venha de Deus; e as autoridades que há foram ordenadas por Deus.
2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, werkt Gods besluit tegen en wie dat doet zal worden gestraft.
2 Por isso, quem resiste à autoridade resiste à ordenação de Deus; e os que resistem trarão sobre si mesmos a condenação.
3 Wie zich goed gedraagt, hoeft de gezagsdragers niet te vrezen, maar wie zich slecht gedraagt wel. Wil je niet in vrees voor de overheid leven? Doe dan wat goed is en je zal haar goedkeuring krijgen.
3 Porque os magistrados não são terror para as boas obras, mas para as más. Queres tu, pois, não temer a autoridade? Faze o bem e terás louvor dela.
4 Zij staat namelijk in Gods dienst ten behoeve van jou. Maar als je doet wat slecht is, wees dan bang, want zij draagt het zwaard niet voor niets. Als dienares van God is zij de uitvoerder van Gods straf voor wie kwaad doet.
4 Porque ela é ministro de Deus para teu bem. Mas, se fizeres o mal, teme, pois não traz debalde a espada; porque é ministro de Deus e vingador para castigar o que faz o mal.
5 Men moet dus haar gezag erkennen, niet alleen wegens de straf maar ook omwille van het geweten.
5 Portanto, é necessário que lhe estejais sujeitos, não somente pelo castigo, mas também pela consciência.
6 Daarom betalen jullie ook belasting aan functionarissen die als dienaren van God hun taak uitvoeren.
6 Por esta razão também pagais tributos, porque são ministros de Deus, atendendo sempre a isto mesmo.
7 Betaal dus aan iedereen wat je hem verschuldigd bent: belasting aan wie je belasting verschuldigd bent, andere heffingen aan wie je andere heffingen verschuldigd bent, ontzag aan wie je ontzag verschuldigd bent en eer aan wie je eer verschuldigd bent.
7 Portanto, dai a cada um o que deveis: a quem tributo, tributo; a quem imposto, imposto; a quem temor, temor; a quem honra, honra.
8 Zorg dat je bij niemand in de schuld staat, behalve op het gebied van onderling liefdebetoon, want wie zijn naaste liefdevol behandelt, voldoet aan alle vereisten van de Wet.
8 A ninguém devais coisa alguma, a não ser o amor com que vos ameis uns aos outros; porque quem ama aos outros cumpriu a lei.
9 De geboden “pleeg geen echtbreuk”, “pleeg geen moord”, “steel niet”, “wees niet begerig naar wat van een ander is” en alle andere geboden kunnen als volgt worden samengevat: heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt.
9 Com efeito: Não adulterarás, não matarás, não furtarás, não darás falso testemunho, não cobiçarás, e, se há algum outro mandamento, tudo nesta palavra se resume: Amarás ao teu próximo como a ti mesmo.
10 Liefdebetoon doet de ander geen kwaad aan; daarom voldoet liefdebetoon aan alle vereisten van de Wet.
10 O amor não faz mal ao próximo; de sorte que o cumprimento da lei é o amor.
11 Nog iets: jullie moeten weten hoe laat het is. Het is tijd om wakker te worden, want onze redding is nu dichterbij dan toen we tot geloof kwamen.
11 E isto digo, conhecendo o tempo, que é já hora de despertarmos do sono; porque a nossa salvação está, agora, mais perto de nós do que quando aceitamos a fé.
12 De nacht loopt ten einde en de dag breekt aan. Laten we ons daarom ontdoen van de activiteiten die bij de duisternis horen en ons toerusten met de wapens van het licht.
12 A noite é passada, e o dia é chegado. Rejeitemos, pois, as obras das trevas e vistamo-nos das armas da luz.
13 Laten we ons eerzaam gedragen, als mensen van de dag, en ons onthouden van wilde feesten, dronkenschap, seksuele immoraliteit, losbandigheid, rivaliteit en afgunst.
13 Andemos honestamente, como de dia, não em glutonarias, nem em bebedeiras, nem em desonestidades, nem em dissoluções, nem em contendas e inveja.
14 Zorg daarentegen dat je toegerust bent met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan de begerigheid van je zondige natuur.
14 Mas revesti-vos do Senhor Jesus Cristo e não tenhais cuidado da carne em suas concupiscências.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Romanos 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.