Romanos 13

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Iedereen moet het gezag van de bevoegde overheden erkennen. Er bestaat namelijk geen overheid die niet door God is gegeven en de bestaande overheden zijn door God aangesteld.
1 Todo homem esteja sujeito às autoridades superiores; porque não há autoridade que não proceda de Deus; e as autoridades que existem foram por ele instituídas.
2 Wie zich dus tegen de overheid verzet, werkt Gods besluit tegen en wie dat doet zal worden gestraft.
2 De modo que aquele que se opõe à autoridade resiste à ordenação de Deus; e os que resistem trarão sobre si mesmos condenação.
3 Wie zich goed gedraagt, hoeft de gezagsdragers niet te vrezen, maar wie zich slecht gedraagt wel. Wil je niet in vrees voor de overheid leven? Doe dan wat goed is en je zal haar goedkeuring krijgen.
3 Porque os magistrados não são para temor, quando se faz o bem, e sim quando se faz o mal. Queres tu não temer a autoridade? Faze o bem e terás louvor dela,
4 Zij staat namelijk in Gods dienst ten behoeve van jou. Maar als je doet wat slecht is, wees dan bang, want zij draagt het zwaard niet voor niets. Als dienares van God is zij de uitvoerder van Gods straf voor wie kwaad doet.
4 visto que a autoridade é ministro de Deus para teu bem. Entretanto, se fizeres o mal, teme; porque não é sem motivo que ela traz a espada; pois é ministro de Deus, vingador, para castigar o que pratica o mal.
5 Men moet dus haar gezag erkennen, niet alleen wegens de straf maar ook omwille van het geweten.
5 É necessário que lhe estejais sujeitos, não somente por causa do temor da punição, mas também por dever de consciência.
6 Daarom betalen jullie ook belasting aan functionarissen die als dienaren van God hun taak uitvoeren.
6 Por esse motivo, também pagais tributos, porque são ministros de Deus, atendendo, constantemente, a este serviço.
7 Betaal dus aan iedereen wat je hem verschuldigd bent: belasting aan wie je belasting verschuldigd bent, andere heffingen aan wie je andere heffingen verschuldigd bent, ontzag aan wie je ontzag verschuldigd bent en eer aan wie je eer verschuldigd bent.
7 Pagai a todos o que lhes é devido: a quem tributo, tributo; a quem imposto, imposto; a quem respeito, respeito; a quem honra, honra.
8 Zorg dat je bij niemand in de schuld staat, behalve op het gebied van onderling liefdebetoon, want wie zijn naaste liefdevol behandelt, voldoet aan alle vereisten van de Wet.
8 A ninguém fiqueis devendo coisa alguma, exceto o amor com que vos ameis uns aos outros; pois quem ama o próximo tem cumprido a lei.
9 De geboden “pleeg geen echtbreuk”, “pleeg geen moord”, “steel niet”, “wees niet begerig naar wat van een ander is” en alle andere geboden kunnen als volgt worden samengevat: heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt.
9 Pois isto: Não adulterarás, não matarás, não furtarás, não cobiçarás, e, se há qualquer outro mandamento, tudo nesta palavra se resume: Amarás o teu próximo como a ti mesmo.
10 Liefdebetoon doet de ander geen kwaad aan; daarom voldoet liefdebetoon aan alle vereisten van de Wet.
10 O amor não pratica o mal contra o próximo; de sorte que o cumprimento da lei é o amor.
11 Nog iets: jullie moeten weten hoe laat het is. Het is tijd om wakker te worden, want onze redding is nu dichterbij dan toen we tot geloof kwamen.
11 E digo isto a vós outros que conheceis o tempo: já é hora de vos despertardes do sono; porque a nossa salvação está, agora, mais perto do que quando no princípio cremos.
12 De nacht loopt ten einde en de dag breekt aan. Laten we ons daarom ontdoen van de activiteiten die bij de duisternis horen en ons toerusten met de wapens van het licht.
12 Vai alta a noite, e vem chegando o dia. Deixemos, pois, as obras das trevas e revistamo-nos das armas da luz.
13 Laten we ons eerzaam gedragen, als mensen van de dag, en ons onthouden van wilde feesten, dronkenschap, seksuele immoraliteit, losbandigheid, rivaliteit en afgunst.
13 Andemos dignamente, como em pleno dia, não em orgias e bebedices, não em impudicícias e dissoluções, não em contendas e ciúmes;
14 Zorg daarentegen dat je toegerust bent met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan de begerigheid van je zondige natuur.
14 mas revesti-vos do Senhor Jesus Cristo e nada disponhais para a carne no tocante às suas concupiscências.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Romanos 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.