Mateus 16

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 De farizeeën en de sadduceeën kwamen bij Jezus en stelden Hem op de proef met de vraag om een teken uit de hemel aan hen te tonen.
1 Os fariseus e os saduceus se aproximaram de Jesus e, tentando-o, pediram-lhe que lhes mostrasse um sinal vindo do céu.
2 Hij antwoordde echter: “Soms zeggen jullie tijdens de avond: het wordt mooi weer, want de lucht is rood.
2 Mas Jesus respondeu:
3 Of in de ochtend: vandaag krijgen we storm, want de lucht is rood en dreigend. Jullie weten wat het betekent als de lucht er op een bepaalde manier uitziet, maar jullie begrijpen niet waarop de huidige gebeurtenissen wijzen.
3 E, pela manhã, vocês dizem: “Hoje teremos tempestade, porque o céu está de um vermelho sombrio.” Na verdade, vocês sabem interpretar a aparência do céu. Então como não são capazes de interpretar os sinais dos tempos?
4 Jullie soort slechte en overspelige mensen eist een teken, maar er zal hun geen teken worden gegeven, behalve het teken van Jona.” Hij draaide zich om en vertrok.
4 Uma geração perversa e adúltera pede um sinal, mas nenhum sinal lhe será dado, senão o de Jonas. E, deixando-os, Jesus se retirou.
5 De leerlingen van Jezus staken het meer over, maar ze vergaten brood mee te nemen.
5 Ora, tendo os discípulos passado para a outra margem do lago, esqueceram-se de levar pão.
6 Hij zei tegen hen: “Pas op en wees op je hoede voor de desem van de farizeeën en de sadduceeën.”
6 E Jesus lhes disse:
7 Ze bespraken onder elkaar of Hij dat had gezegd omdat ze geen brood hadden meegenomen.
7 Eles, porém, começaram a discutir entre si, dizendo: — Ele diz isso porque não trouxemos pão.
8 Jezus merkte het en zei: “Kleingelovigen, waarom zijn jullie met elkaar aan het bespreken dat jullie geen brood hebben?
8 Jesus percebeu isso e perguntou:
9 Begrijpen jullie het nog niet? Weten jullie niet meer van de vijf broden voor de vijfduizend en hoeveel manden vol jullie verzamelden?
9 Vocês ainda não percebem, nem se lembram dos cinco pães para cinco mil homens e de quantos cestos vocês recolheram?
10 Of van de zeven broden voor de vierduizend en hoeveel korven vol jullie toen verzamelden?
10 Nem dos sete pães para os quatro mil e de quantos cestos vocês recolheram?
11 Hoe bestaat het dat jullie niet beseffen dat Ik het niet over brood had? Pas op voor de desem van de farizeeën en de sadduceeën.”
11 Como não compreendem que eu não estava falando com vocês a respeito de pães? Tenham cuidado com o fermento dos fariseus e dos saduceus.
12 Toen begrepen ze dat ze niet op hun hoede moesten zijn voor de desem in het brood, maar voor het onderwijs van de farizeeën en de sadduceeën.
12 Então entenderam que Jesus lhes tinha dito que tivessem cuidado não com o fermento usado no pão, mas com a doutrina dos fariseus e saduceus.
13 Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg Hij zijn leerlingen: “Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?”
13 Indo Jesus para a região de Cesareia de Filipe, perguntou a seus discípulos:
14 Ze zeiden: “Sommigen zeggen: Johannes de Doper, anderen: Elia, nog anderen: Jeremia of een van de profeten.”
14 E eles responderam: — Uns dizem que é João Batista; outros dizem que é Elias; e outros dizem que é Jeremias ou um dos profetas.
15 Jezus vroeg: “En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”
15 Ao que Jesus perguntou:
16 Simon Petrus antwoordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.”
16 Respondendo, Simão Pedro disse: — O senhor é o Cristo, o Filho do Deus vivo.
17 Toen zei Jezus tegen hem: “Simon Bar-Jona, jij bent gezegend, want dit is jou niet onthuld door mensen van vlees en bloed, maar door mijn Vader in de hemel.
17 Então Jesus lhe afirmou:
18 Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots. Op deze rots zal Ik mijn kerk bouwen en zelfs de dood zal haar niet kunnen overwinnen.
18 Também eu lhe digo que você é Pedro, e sobre esta pedra edificarei a minha igreja, e as portas do inferno não prevalecerão contra ela.
19 Ik zal jou de sleutels van Gods rijk geven, en wat jij op aarde bindend verklaart, zal in de hemel bindend zijn en wat jij op aarde ontbonden verklaart zal in de hemel ontbonden zijn.”
19 Eu lhe darei as chaves do Reino dos Céus; o que você ligar na terra terá sido ligado nos céus; e o que você desligar na terra terá sido desligado nos céus.
20 Toen droeg Hij zijn leerlingen op aan niemand te vertellen dat Hij de Messias was.
20 Então Jesus ordenou aos discípulos que não dissessem a ninguém que ele era o Cristo.
21 Vanaf toen begon Jezus aan zijn leerlingen uit te leggen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan, dat de oudsten, hoofdpriesters en Schriftgeleerden Hem veel leed zouden aandoen, dat Hij zou worden gedood en dat Hij op de derde dag weer tot leven zou worden gewekt.
21 Desde esse tempo, Jesus começou a mostrar aos seus discípulos que era necessário que ele fosse para Jerusalém, sofresse muitas coisas nas mãos dos anciãos, dos principais sacerdotes e dos escribas, fosse morto e, no terceiro dia, ressuscitasse.
22 Petrus nam Hem apart en begon Hem te berispen door te zeggen: “Dat nooit, Heer! Dat mag U in geen geval overkomen!”
22 Então Pedro, chamando-o à parte, começou a repreendê-lo, dizendo: — Que Deus não permita, Senhor! Isso de modo nenhum irá lhe acontecer.
23 Maar Jezus draaide zich om en zei tegen Petrus: “Ga weg, uit mijn ogen, jij satan! Je vormt een hinderpaal voor Me, omdat het jou niet om Gods belangen gaat, maar om die van de mensen.”
23 Mas Jesus, voltando-se, disse a Pedro:
24 Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: “Als iemand met Mij wil meekomen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.
24 Então Jesus disse aos seus discípulos:
25 Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven loslaat voor Mij, zal het vinden.
25 Pois quem quiser salvar a sua vida a perderá; e quem perder a vida por minha causa, esse a achará.
26 Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint maar zijn leven verliest? Wat zou een mens geven in ruil voor zijn leven?
26 De que adiantará uma pessoa ganhar o mundo inteiro e perder a sua alma? Ou que dará uma pessoa em troca de sua alma?
27 De Mensenzoon zal komen, gehuld in de hemelse pracht van zijn Vader en vergezeld door zijn engelen. Dan zal Hij iedereen geven wat hij verdiend heeft met zijn daden.
27 Porque o Filho do Homem há de vir na glória de seu Pai, com os seus anjos, e então retribuirá a cada um conforme as suas obras.
28 Ik verzeker jullie: sommigen die hier staan, zullen niet sterven voordat zij de Mensenzoon in zijn koninklijke glorie hebben zien komen.”
28 Em verdade lhes digo que, dos que aqui se encontram, existem alguns que não passarão pela morte até que vejam o Filho do Homem vir no seu Reino.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 16, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.