Mateus 10

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Jezus riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun het gezag om onreine geesten uit te drijven en elke ziekte en aandoening te genezen.
1 Tendo Jesus chamado os seus doze discípulos, deu-lhes autoridade sobre espíritos imundos para os expulsar e para curar todo tipo de doenças e enfermidades.
2 De namen van de twaalf apostelen zijn: vooreerst Simon die Petrus wordt genoemd, en zijn broer Andreas, verder Jakobus, de zoon van Zebedeüs, zijn broer Johannes,
2 Ora, os nomes dos doze apóstolos são estes: primeiro, Simão, chamado Pedro, e André, seu irmão; Tiago, filho de Zebedeu, e João, seu irmão;
3 Filippus, Bartolomeüs, Tomas, Matteüs de belastinginner, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs,
3 Filipe e Bartolomeu; Tomé e Mateus, o publicano; Tiago, filho de Alfeu, e Tadeu;
4 Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Jezus heeft verraden.
4 Simão, o Zelote, e Judas Iscariotes, que foi quem o traiu.
5 Deze twaalf stuurde Jezus op pad met de volgende instructies: “Begeef je niet onder de niet-Joden en ga geen Samaritaanse stad binnen.
5 Jesus enviou esses doze, dando-lhes as seguintes instruções:
6 Ga daarentegen naar het volk Israël, de verloren schapen,
6 mas, de preferência, procurem as ovelhas perdidas da casa de Israel.
7 en verkondig onderweg dat Gods rijk in aantocht is.
7 Pelo caminho, preguem que está próximo o Reino dos Céus.
8 Genees zieken, wek doden tot leven, maak mensen met huidziekten rein, en drijf demonen uit. Jullie hebben gratis gekregen en moeten zelf ook gratis geven.
8 Curem enfermos, ressuscitem mortos, purifiquem leprosos, expulsem demônios. Vocês receberam de graça; portanto, deem de graça.
9 Ga zonder gouden, zilveren of koperen munten in je geldriem
9 Não levem ouro, nem prata, nem cobre em seus cintos;
10 en zonder reistas, zonder extra kledij of schoenen en zonder wandelstok, want de arbeider is zijn levensonderhoud waard.
10 nem sacola para o caminho, nem duas túnicas, nem sandálias, nem bordão; porque o trabalhador é digno do seu alimento.
11 Wanneer jullie een stad of dorp bezoeken, ontdek dan wie het waard is jullie te ontvangen en blijf bij die persoon logeren totdat je vertrekt.
11 — E, em qualquer cidade ou aldeia em que vocês entrarem, perguntem quem nelas é digno; e fiquem ali até saírem daquele lugar.
12 Wens bij het binnengaan van het huis de mensen daar vrede toe.
12 Ao entrarem na casa, saúdem-na.
13 Als ze het waard zijn, zal je vredeswens op hen rusten. Maar als ze het niet waard zijn, zal je vredeswens geen effect op hen hebben.
13 Se a casa for digna, que a paz de vocês venha sobre ela; se, porém, não for digna, a paz voltará para vocês.
14 Als iemand je niet verwelkomt of niet naar je woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.
14 Se alguém não quiser recebê-los nem ouvir as palavras de vocês, ao saírem daquela casa ou daquela cidade, sacudam o pó dos pés.
15 Ik verzeker jullie: op de Oordeelsdag zal het draaglijker zijn voor de mensen van Sodom en Gomorra dan voor de mensen van die stad.
15 Em verdade lhes digo que haverá menos rigor para Sodoma e Gomorra, no Dia do Juízo, do que para aquela cidade.
16 Ik stuur jullie eropuit als schapen tussen de wolven. Wees dus zo behoedzaam als slangen en zo onschuldig als duiven.
16 — Eis que eu os envio como ovelhas para o meio de lobos. Portanto, sejam prudentes como as serpentes e simples como as pombas.
17 En pas op voor de mensen, want ze zullen jullie aan stadsraden uitleveren en jullie geselen in hun synagogen.
17 Tenham cuidado com os homens, porque eles os entregarão aos tribunais e os açoitarão nas suas sinagogas.
18 Omwille van Mij zullen jullie voor heersers en koningen worden geleid, om te getuigen tegenover hen en de volken.
18 Por minha causa vocês serão levados à presença de governadores e de reis, para lhes servir de testemunho, a eles e aos gentios.
19 Wanneer je wordt overgeleverd, wees dan niet ongerust over wat je precies zal zeggen, want de woorden zullen je op dat moment worden ingegeven.
19 E, quando entregarem vocês, não se preocupem quanto a como ou o que irão falar, porque, naquela hora, lhes será concedido o que vocês dirão.
20 Dan ben je het namelijk niet zelf die spreekt, maar dan spreekt in jullie de Geest van jullie Vader.
20 Afinal, não são vocês que estão falando, mas o Espírito do Pai de vocês é quem fala por meio de vocês.
21 De ene broer zal de andere uitleveren om te worden omgebracht, en een vader zijn kind; kinderen zullen tegen hun ouders in opstand komen en hen laten ombrengen.
21 — Um irmão entregará à morte outro irmão, e o pai entregará o filho. Haverá filhos que se levantarão contra os seus pais e os matarão.
22 Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered.
22 Todos odiarão vocês por causa do meu nome; aquele, porém, que ficar firme até o fim, esse será salvo.
23 Wanneer men jullie in de ene stad vervolgt, vlucht dan naar de andere. Want Ik verzeker jullie: jullie zullen niet in alle steden van Israël zijn geweest voordat de Mensenzoon komt.
23 Quando, porém, perseguirem vocês numa cidade, fujam para outra. Porque em verdade lhes digo que não terão percorrido as cidades de Israel, até que venha o Filho do Homem.
24 Een leerling staat niet boven zijn leraar en een slaaf niet boven zijn meester.
24 — O discípulo não está acima do seu mestre, nem o servo está acima do seu senhor.
25 Het is voor de leerling voldoende om te zijn als zijn leraar en voor de slaaf om te zijn als zijn meester. Als de mensen de huiseigenaar Beëlzebul hebben genoemd, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten uitmaken?
25 Basta ao discípulo ser como o seu mestre, e ao servo ser como o seu senhor. Se chamaram o dono da casa de Belzebu, quanto mais os membros da sua casa!
26 Wees dus niet bang voor de mensen, want er is niets verborgen dat niet zal worden onthuld en er is niets geheim dat niet zal worden bekendgemaakt.
26 — Portanto, não tenham medo deles. Pois não há nada encoberto que não venha a ser revelado, nem oculto que não venha a ser conhecido.
27 Wat Ik in het geheim tegen jullie zeg, moeten jullie in het openbaar doorvertellen en wat Ik jullie in het oor fluister, moeten jullie van de daken verkondigen.
27 O que lhes digo às escuras, repitam a plena luz; e o que é dito para vocês ao pé do ouvido, proclamem dos telhados.
28 Wees niet bang voor wie wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden; je zou beter bang zijn voor Hem die zowel de ziel als het lichaam kan vernietigen in de hel.
28 Não temam os que matam o corpo, mas não podem matar a alma; pelo contrário, temam aquele que pode fazer perecer no inferno tanto a alma como o corpo.
29 Worden mussen niet per twee verkocht voor een kopermuntje? Toch valt niet één mus op de grond buiten jullie Vader om.
29 — Não se vendem dois pardais por uma moedinha? Entretanto, nenhum deles cairá no chão sem o consentimento do Pai de vocês.
30 En alle haren op je hoofd zijn geteld.
30 E, quanto a vocês, até os cabelos da cabeça de vocês estão todos contados.
31 Jullie zijn veel meer waard dan mussen; wees dus niet bang.
31 Portanto, não temam! Vocês valem bem mais do que muitos pardais.
32 Ieder die Mij erkent bij de mensen, zal Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel.
32 — Portanto, todo aquele que me confessar diante dos outros, também eu o confessarei diante de meu Pai, que está nos céus;
33 En wie Mij verloochent bij de mensen, zal Ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.
33 mas aquele que me negar diante das pessoas, também eu o negarei diante de meu Pai, que está nos céus.
34 Denk niet dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
34 — Não pensem que eu vim trazer paz à terra; não vim trazer paz, mas espada.
35 Ik ben gekomen om vijandschap te brengen tussen mannen en hun vaders, tussen dochters en hun moeders, en tussen schoondochters en hun schoonmoeders.
35 Pois vim causar divisão entre o homem e o seu pai; entre a filha e a sua mãe e entre a nora e a sua sogra.
36 En huisgenoten zullen elkaars vijanden worden.
36 Assim, os inimigos de uma pessoa serão os da sua própria casa.
37 Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van Mij, is Mij niet waard, en wie meer van zijn zoon of dochter houdt dan van Mij, is Mij niet waard.
37 — Quem ama o seu pai ou a sua mãe mais do que a mim não é digno de mim; quem ama o seu filho ou a sua filha mais do que a mim não é digno de mim;
38 En wie niet zijn kruis op zich neemt en Mij volgt, is Mij niet waard.
38 e quem não toma a sua cruz e vem após mim não é digno de mim.
39 Wie het ware leven denkt te hebben gevonden, zal het verliezen, maar wie zijn leven loslaat voor Mij, zal het ware leven vinden.
39 Quem acha a sua vida a perderá; e quem perde a vida por minha causa, esse a achará.
40 Wie jullie verwelkomt, verwelkomt Mij en wie Mij verwelkomt, verwelkomt Degene die Mij heeft gezonden.
40 — Quem recebe vocês é a mim que recebe; e quem recebe a mim recebe aquele que me enviou.
41 Wie een profeet verwelkomt als een profeet, zal als een profeet worden beloond en wie een rechtvaardig mens verwelkomt als een rechtvaardig mens, zal als een rechtvaardig mens worden beloond.
41 Quem recebe um profeta, no caráter de profeta, receberá a recompensa de profeta; quem recebe um justo, no caráter de justo, receberá a recompensa de justo.
42 En wie een van deze eenvoudige mensen een beker koud water geeft, enkel en alleen omdat hij mijn volgeling is, Ik verzeker jullie dat hij zijn beloning zeker niet zal mislopen.”
42 E quem der de beber, ainda que seja um copo de água fria, a um destes pequeninos, por ser este meu discípulo, em verdade lhes digo que de modo nenhum perderá a sua recompensa.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.