Lucas 4

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Vol van de Heilige Geest keerde Jezus terug van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de wildernis geleid,
1 Jesus, cheio do Espírito Santo, voltou do rio Jordão e foi levado pelo Espírito ao deserto.
2 waar Hij veertig dagen lang door de duivel op de proef werd gesteld. Al die tijd at Hij niet en na afloop kreeg Hij honger.
2 Ali ele foi tentado pelo Diabo durante quarenta dias. Nesse tempo todo ele não comeu nada e depois sentiu fome.
3 De duivel zei tegen Hem: “Als U de Zoon van God bent, zeg dan dat deze steen een brood moet worden.”
3 Então o Diabo lhe disse: — Se você é o Filho de Deus, mande que esta pedra vire pão.
4 Maar Jezus antwoordde: “In de Schriften staat: ‘De mens leeft niet alleen van brood.’”
4 Jesus respondeu:
5 Toen leidde de duivel Hem naar een hoge plaats en toonde hij Hem in een oogwenk alle koninkrijken van de wereld.
5 Aí o Diabo levou Jesus para o alto, mostrou-lhe num instante todos os reinos do mundo
6 De duivel zei tegen Hem: “Ik zal U het gezag over dit alles geven, in al zijn pracht, want het is aan mij overhandigd en ik geef het aan wie ik wil.
6 e disse: — Eu lhe darei todo este poder e toda esta riqueza, pois tudo isto me foi dado, e posso dar a quem eu quiser.
7 Dus als U mij aanbidt, zal het allemaal van U zijn.”
7 Isto tudo será seu se você se ajoelhar diante de mim e me adorar.
8 Maar Jezus antwoordde: “In de Schriften staat: ‘Aanbid de Heer, je God, en dien alleen Hem.’”
8 Jesus respondeu:
9 Toen leidde hij Hem naar Jeruzalem, naar de hoogste plaats op het tempelterrein, en zei: “Als U de Zoon van God bent, spring dan van hier naar beneden,
9 Depois o Diabo o levou a Jerusalém e o colocou na parte mais alta do Templo e disse: — Se você é o Filho de Deus, jogue-se daqui,
10 want in de Schriften staat: ‘Hij zal zijn engelen bevelen jou te beschermen’,
10 pois as Escrituras Sagradas afirmam: “Deus mandará que os seus anjos cuidem de você.
11 en: ‘Zij zullen je op hun handen dragen, zodat je je voet niet aan een steen stoot.’”
11 Eles vão segurá-lo com as suas mãos, para que nem mesmo os seus pés sejam feridos nas pedras.”
12 Jezus antwoordde: “Er staat ook: ‘Stel de Heer, je God, niet op de proef.’”
12 Então Jesus respondeu:
13 Na afloop van al die verzoekingen bleef de duivel een tijdlang bij Jezus vandaan.
13 Quando o Diabo acabou de tentar Jesus de todas as maneiras, foi embora por algum tempo.
14 Jezus keerde naar Galilea terug, dankzij de kracht die de Geest Hem gaf. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele omgeving.
14 Jesus voltou para a região da Galileia, e o poder do Espírito Santo estava com ele. As notícias a respeito dele se espalhavam por toda aquela região.
15 Hij begon te onderwijzen in de synagogen en werd door iedereen geprezen.
15 Ele ensinava nas sinagogas e era elogiado por todos.
16 Toen Jezus in Nazaret kwam, waar Hij was opgegroeid, ging Hij zoals Hij gewoon was op de sabbat naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen
16 Jesus foi para a cidade de Nazaré, onde havia crescido. No sábado, conforme o seu costume, foi até a sinagoga . Ali ele se levantou para ler as Escrituras Sagradas ,
17 en het boek van de profeet Jesaja werd Hem aangereikt. Hij rolde het open om het gedeelte op te zoeken waar staat:
17 e lhe deram o livro do profeta Isaías. Ele abriu o livro e encontrou o lugar onde está escrito assim:
18 — ausente —
18 “O Senhor me deu o seu Espírito.
19 — ausente —
19 e anunciar que chegou o tempo
20 Hij rolde de boekrol dicht, gaf die terug aan de koster en ging zitten. Alle ogen in de synagoge waren op Hem gericht
20 Jesus fechou o livro, entregou-o para o ajudante da sinagoga e sentou-se. Todas as pessoas ali presentes olhavam para Jesus sem desviar os olhos.
21 en Hij sprak hen toe: “Vandaag is dit Schriftgedeelte in vervulling gegaan terwijl jullie ernaar luisterden.”
21 Então ele começou a falar. Ele disse:
22 Iedereen sprak lovend over Hem en men verbaasde zich over zijn welsprekendheid. Ze vroegen: “Is dit niet de zoon van Jozef?”
22 Todos começaram a elogiar Jesus, admirados com a sua maneira agradável e simpática de falar, e diziam: — Ele não é o filho de José?
23 Jezus zei tegen hen: “Jullie zullen ongetwijfeld de spreuk ‘Dokter, genees jezelf’ aanhalen en tegen Mij zeggen: doe de dingen waarvan wij hebben gehoord dat ze in Kafarnaüm zijn gebeurd, ook hier in uw thuisstad.
23 Então Jesus disse:
24 Maar Ik verzeker jullie: geen enkele profeet is welkom in zijn thuisstad.
24 E continuou:
25 Ik verzeker jullie: er waren veel weduwen in Israël in de tijd van Elia, toen het drie jaar en zes maanden niet regende en er grote hongersnood heerste in het hele land.
25 Eu digo a vocês que, de fato, havia muitas viúvas em Israel no tempo do profeta Elias, quando não choveu durante três anos e meio, e houve uma grande fome em toda aquela terra.
26 Elia werd naar geen van die vrouwen gestuurd, maar wel naar een weduwe in Sarepta bij Sidon.
26 Porém Deus não enviou Elias a nenhuma das viúvas que viviam em Israel, mas somente a uma viúva que morava em Sarepta, perto de Sidom.
27 En in de tijd van de profeet Elisa waren er in Israël veel mensen met een huidziekte die hen onrein maakte. Niemand van hen werd rein gemaakt, maar wel de Syriër Naäman.”
27 Havia também muitos leprosos em Israel no tempo do profeta Eliseu, mas nenhum deles foi curado. Só Naamã, o sírio, foi curado.
28 Alle mensen in de synagoge werden woedend toen ze dat hoorden.
28 Quando ouviram isso, todos os que estavam na sinagoga ficaram com muita raiva.
29 Ze sprongen op, sleurden Hem de stad uit en brachten Hem naar een richel op de berghelling waarop de stad was gebouwd. Ze wilden Hem in de afgrond duwen,
29 Então se levantaram, arrastaram Jesus para fora da cidade e o levaram até o alto do monte onde a cidade estava construída, para o jogar dali abaixo.
30 maar Hij wandelde midden tussen hen door en vertrok.
30 Mas ele passou pelo meio da multidão e foi embora.
31 Jezus ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea. Daar onderwees Hij de mensen telkens op de sabbat.
31 Então Jesus foi para Cafarnaum, uma cidade da região da Galileia. Ali ele ensinava o povo nos sábados.
32 Ze waren diep onder de indruk van zijn leer, want Hij sprak met gezag.
32 Eles estavam muito admirados com a sua maneira de ensinar, pois Jesus falava com autoridade.
33 Er was in de synagoge iemand met een demon, een onreine geest, in zich. Hij schreeuwde luid:
33 Havia um homem na sinagoga que estava dominado por um demônio. O homem gritou:
34 “Wat wilt U van ons, Jezus van Nazaret? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wie U bent: Gods Heilige.”
34 — Ei, Jesus de Nazaré! O que você quer de nós? Você veio para nos destruir? Sei muito bem quem é você: é o Santo que Deus enviou!
35 Jezus sprak hem echter berispend toe: “Zwijg en ga uit hem weg.” De demon gooide de man op de grond, midden tussen de mensen, en ging uit de man weg zonder hem te kwetsen.
35 Então Jesus ordenou ao demônio: Em frente de todos, o demônio atirou o homem no chão e saiu dele sem lhe causar nenhum ferimento.
36 Iedereen stond versteld en de mensen zeiden tegen elkaar: “Wat een woorden! Hij geeft vol gezag en macht bevelen aan de onreine geesten en ze gaan weg!”
36 Todos ficaram espantados e diziam uns para os outros: — Que tipo de palavras são essas? Este homem, com autoridade e poder, expulsa os espíritos maus, e eles vão embora.
37 Het nieuws over Jezus verspreidde zich naar alle plaatsen in de omgeving.
37 E as notícias a respeito de Jesus se espalharam por toda aquela região.
38 Jezus verliet de synagoge en ging naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts en men vroeg Jezus om iets voor haar te doen.
38 Jesus saiu da sinagoga e foi até a casa de Simão. A sogra de Simão estava doente, com febre alta; e contaram isso a Jesus.
39 Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verdween op hetzelfde moment en de vrouw stond op om hen te bedienen.
39 Aí ele foi, parou ao lado da cama dela e deu uma ordem à febre. A febre saiu da mulher, e, no mesmo instante, ela se levantou e começou a cuidar deles.
40 Bij zonsondergang brachten alle mensen hun zieken bij Hem; ze hadden allerlei verschillende aandoeningen. Hij legde elk van hen de handen op en genas hen.
40 Depois de anoitecer , todos os que tinham amigos enfermos, com várias doenças, os levaram a Jesus. Ele pôs as suas mãos sobre cada um deles e os curou.
41 Bij veel mensen gingen ook de demonen uit hen weg, terwijl ze schreeuwden: “U bent de Zoon van God!” Jezus sprak hen bestraffend toe en liet niet toe dat ze spraken, want ze wisten dat Hij de Messias was.
41 Os demônios saíram de muitas pessoas, gritando: — Você é o Filho de Deus! Eles sabiam que Jesus era o
42 Toen het ochtend werd, vertrok Jezus naar een eenzame plaats. De mensen zochten Hem en toen ze eindelijk bij Hem waren, probeerden ze te verhinderen dat Hij weg zou gaan.
42 Quando amanheceu, Jesus saiu da cidade e foi para um lugar deserto. Mas a multidão começou a procurá-lo, e, quando o encontraram, eles não queriam deixá-lo ir embora.
43 Maar Hij zei tegen hen: “Ik moet het evangelie van Gods koninkrijk ook verkondigen in de andere steden, want daarvoor ben Ik gezonden.”
43 Mas Jesus disse:
44 Vanaf toen preekte Hij in de synagogen van Judea.
44 E ele anunciava a mensagem nas sinagogas de todo o país.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.