Lucas 4

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Vol van de Heilige Geest keerde Jezus terug van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de wildernis geleid,
1 E Jesus, cheio do Espírito Santo, voltou do Jordão e foi levado pelo Espírito ao deserto.
2 waar Hij veertig dagen lang door de duivel op de proef werd gesteld. Al die tijd at Hij niet en na afloop kreeg Hij honger.
2 E quarenta dias foi tentado pelo diabo, e, naqueles dias, não comeu coisa alguma, e, terminados eles, teve fome.
3 De duivel zei tegen Hem: “Als U de Zoon van God bent, zeg dan dat deze steen een brood moet worden.”
3 E disse-lhe o diabo: Se tu és o Filho de Deus, dize a esta pedra que se transforme em pão.
4 Maar Jezus antwoordde: “In de Schriften staat: ‘De mens leeft niet alleen van brood.’”
4 E Jesus lhe respondeu, dizendo: Escrito está que nem só de pão viverá o homem, mas de toda palavra de Deus.
5 Toen leidde de duivel Hem naar een hoge plaats en toonde hij Hem in een oogwenk alle koninkrijken van de wereld.
5 E o diabo, levando-o a um alto monte, mostrou-lhe, num momento de tempo, todos os reinos do mundo.
6 De duivel zei tegen Hem: “Ik zal U het gezag over dit alles geven, in al zijn pracht, want het is aan mij overhandigd en ik geef het aan wie ik wil.
6 E disse-lhe o diabo: Dar-te-ei a ti todo este poder e a sua glória, porque a mim me foi entregue, e dou-o a quem quero.
7 Dus als U mij aanbidt, zal het allemaal van U zijn.”
7 Portanto, se tu me adorares, tudo será teu.
8 Maar Jezus antwoordde: “In de Schriften staat: ‘Aanbid de Heer, je God, en dien alleen Hem.’”
8 E Jesus, respondendo, disse-lhe: Vai-te, Satanás, porque está escrito: Adorarás o Senhor, teu Deus, e só a ele servirás.
9 Toen leidde hij Hem naar Jeruzalem, naar de hoogste plaats op het tempelterrein, en zei: “Als U de Zoon van God bent, spring dan van hier naar beneden,
9 Levou-o também a Jerusalém, e pô-lo sobre o pináculo do templo, e disse-lhe: Se tu és o Filho de Deus, lança-te daqui abaixo,
10 want in de Schriften staat: ‘Hij zal zijn engelen bevelen jou te beschermen’,
10 porque está escrito: Mandará aos seus anjos, acerca de ti, que te guardem
11 en: ‘Zij zullen je op hun handen dragen, zodat je je voet niet aan een steen stoot.’”
11 e que te sustenham nas mãos, para que nunca tropeces com o teu pé em alguma pedra.
12 Jezus antwoordde: “Er staat ook: ‘Stel de Heer, je God, niet op de proef.’”
12 E Jesus, respondendo, disse-lhe: Dito está: Não tentarás ao Senhor, teu Deus.
13 Na afloop van al die verzoekingen bleef de duivel een tijdlang bij Jezus vandaan.
13 E, acabando o diabo toda a tentação, ausentou-se dele por algum tempo.
14 Jezus keerde naar Galilea terug, dankzij de kracht die de Geest Hem gaf. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele omgeving.
14 Então, pela virtude do Espírito, voltou Jesus para a Galileia, e a sua fama correu por todas as terras em derredor.
15 Hij begon te onderwijzen in de synagogen en werd door iedereen geprezen.
15 E ensinava nas suas sinagogas e por todos era louvado.
16 Toen Jezus in Nazaret kwam, waar Hij was opgegroeid, ging Hij zoals Hij gewoon was op de sabbat naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen
16 E, chegando a Nazaré, onde fora criado, entrou num dia de sábado, segundo o seu costume, na sinagoga e levantou-se para ler.
17 en het boek van de profeet Jesaja werd Hem aangereikt. Hij rolde het open om het gedeelte op te zoeken waar staat:
17 E foi-lhe dado o livro do profeta Isaías; e, quando abriu o livro, achou o lugar em que estava escrito:
18 — ausente —
18 O Espírito do Senhor é sobre mim, pois que me ungiu para evangelizar os pobres, enviou-me a curar os quebrantados do coração,
19 — ausente —
19 a apregoar liberdade aos cativos, a dar vista aos cegos, a pôr em liberdade os oprimidos, a anunciar o ano aceitável do Senhor.
20 Hij rolde de boekrol dicht, gaf die terug aan de koster en ging zitten. Alle ogen in de synagoge waren op Hem gericht
20 E, cerrando o livro e tornando a dá- lo ao ministro, assentou-se; e os olhos de todos na sinagoga estavam fitos nele.
21 en Hij sprak hen toe: “Vandaag is dit Schriftgedeelte in vervulling gegaan terwijl jullie ernaar luisterden.”
21 Então, começou a dizer-lhes: Hoje se cumpriu esta Escritura em vossos ouvidos.
22 Iedereen sprak lovend over Hem en men verbaasde zich over zijn welsprekendheid. Ze vroegen: “Is dit niet de zoon van Jozef?”
22 E todos lhe davam testemunho, e se maravilhavam das palavras de graça que saíam da sua boca, e diziam: Não é este o filho de José?
23 Jezus zei tegen hen: “Jullie zullen ongetwijfeld de spreuk ‘Dokter, genees jezelf’ aanhalen en tegen Mij zeggen: doe de dingen waarvan wij hebben gehoord dat ze in Kafarnaüm zijn gebeurd, ook hier in uw thuisstad.
23 E ele lhes disse: Sem dúvida, me direis este provérbio: Médico, cura-te a ti mesmo; faze também aqui na tua pátria tudo o que ouvimos ter sido feito em Cafarnaum.
24 Maar Ik verzeker jullie: geen enkele profeet is welkom in zijn thuisstad.
24 E disse: Em verdade vos digo que nenhum profeta é bem-recebido na sua pátria.
25 Ik verzeker jullie: er waren veel weduwen in Israël in de tijd van Elia, toen het drie jaar en zes maanden niet regende en er grote hongersnood heerste in het hele land.
25 Em verdade vos digo que muitas viúvas existiam em Israel nos dias de Elias, quando o céu se cerrou por três anos e seis meses, de sorte que em toda a terra houve grande fome;
26 Elia werd naar geen van die vrouwen gestuurd, maar wel naar een weduwe in Sarepta bij Sidon.
26 e a nenhuma delas foi enviado Elias, senão a Sarepta de Sidom, a uma mulher viúva.
27 En in de tijd van de profeet Elisa waren er in Israël veel mensen met een huidziekte die hen onrein maakte. Niemand van hen werd rein gemaakt, maar wel de Syriër Naäman.”
27 E muitos leprosos havia em Israel no tempo do profeta Eliseu, e nenhum deles foi purificado, senão Naamã, o siro.
28 Alle mensen in de synagoge werden woedend toen ze dat hoorden.
28 E todos, na sinagoga, ouvindo essas coisas, se encheram de ira.
29 Ze sprongen op, sleurden Hem de stad uit en brachten Hem naar een richel op de berghelling waarop de stad was gebouwd. Ze wilden Hem in de afgrond duwen,
29 E, levantando-se, o expulsaram da cidade e o levaram até ao cume do monte em que a cidade deles estava edificada, para dali o precipitarem.
30 maar Hij wandelde midden tussen hen door en vertrok.
30 Ele, porém, passando pelo meio deles, retirou-se.
31 Jezus ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea. Daar onderwees Hij de mensen telkens op de sabbat.
31 E desceu a Cafarnaum, cidade da Galileia, e os ensinava nos sábados.
32 Ze waren diep onder de indruk van zijn leer, want Hij sprak met gezag.
32 E admiravam-se da sua doutrina, porque a sua palavra era com autoridade.
33 Er was in de synagoge iemand met een demon, een onreine geest, in zich. Hij schreeuwde luid:
33 E estava na sinagoga um homem que tinha um espírito de um demônio imundo, e este exclamou em alta voz,
34 “Wat wilt U van ons, Jezus van Nazaret? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wie U bent: Gods Heilige.”
34 dizendo: Ah! Que temos nós contigo, Jesus Nazareno? Vieste a destruir-nos? Bem sei quem és: o Santo de Deus.
35 Jezus sprak hem echter berispend toe: “Zwijg en ga uit hem weg.” De demon gooide de man op de grond, midden tussen de mensen, en ging uit de man weg zonder hem te kwetsen.
35 E Jesus o repreendeu, dizendo: Cala-te e sai dele. E o demônio, lançando-o por terra no meio do povo, saiu dele, sem lhe fazer mal.
36 Iedereen stond versteld en de mensen zeiden tegen elkaar: “Wat een woorden! Hij geeft vol gezag en macht bevelen aan de onreine geesten en ze gaan weg!”
36 E veio espanto sobre todos, e falavam uns e outros, dizendo: Que palavra é esta, que até aos espíritos imundos manda com autoridade e poder, e eles saem?
37 Het nieuws over Jezus verspreidde zich naar alle plaatsen in de omgeving.
37 E a sua fama divulgava-se por todos os lugares, em redor daquela comarca.
38 Jezus verliet de synagoge en ging naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts en men vroeg Jezus om iets voor haar te doen.
38 Ora, levantando-se Jesus da sinagoga, entrou em casa de Simão; e a sogra de Simão estava enferma com muita febre; e rogaram-lhe por ela.
39 Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verdween op hetzelfde moment en de vrouw stond op om hen te bedienen.
39 E, inclinando-se para ela, repreendeu a febre, e esta a deixou. E ela, levantando-se logo, servia-os.
40 Bij zonsondergang brachten alle mensen hun zieken bij Hem; ze hadden allerlei verschillende aandoeningen. Hij legde elk van hen de handen op en genas hen.
40 E, ao pôr do sol, todos os que tinham enfermos de várias doenças lhos traziam; e, impondo as mãos sobre cada um deles, os curava.
41 Bij veel mensen gingen ook de demonen uit hen weg, terwijl ze schreeuwden: “U bent de Zoon van God!” Jezus sprak hen bestraffend toe en liet niet toe dat ze spraken, want ze wisten dat Hij de Messias was.
41 E também de muitos saíam demônios, clamando e dizendo: Tu és o Cristo, o Filho de Deus. E ele, repreendendo- os, não os deixava falar, pois sabiam que ele era o Cristo.
42 Toen het ochtend werd, vertrok Jezus naar een eenzame plaats. De mensen zochten Hem en toen ze eindelijk bij Hem waren, probeerden ze te verhinderen dat Hij weg zou gaan.
42 E, sendo já dia, saiu e foi para um lugar deserto; e a multidão o procurava e chegou junto dele; e o detinham, para que não se ausentasse deles.
43 Maar Hij zei tegen hen: “Ik moet het evangelie van Gods koninkrijk ook verkondigen in de andere steden, want daarvoor ben Ik gezonden.”
43 Ele, porém, lhes disse: Também é necessário que eu anuncie a outras cidades o evangelho do Reino de Deus, porque para isso fui enviado.
44 Vanaf toen preekte Hij in de synagogen van Judea.
44 E pregava nas sinagogas da Galileia.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.