João 7

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Later reisde Jezus rond in Galilea. Hij wilde niet in Judea rondreizen, want de Joodse leiders waren van plan Hem te doden.
1 Depois disso, Jesus começou a andar pela Galileia; ele não queria andar pela Judeia, pois os líderes judeus dali estavam querendo matá-lo.
2 Binnenkort zou het Joodse Loofhuttenfeest plaatsvinden.
2 Aconteceu que a festa dos judeus chamada Festa das Barracas estava perto.
3 Daarom zeiden Jezus' broers tegen Hem: “Vertrek toch; ga naar Judea. Dan kunnen je leerlingen de bijzondere dingen zien die Jij doet.
3 Então os irmãos de Jesus disseram a ele: — Saia daqui e vá para a Judeia a fim de que os seus seguidores vejam o que você está fazendo.
4 Immers, niemand die bekend wil zijn, gaat in het geheim te werk. Als Jij al die bijzondere dingen doet, maak Jezelf dan aan de wereld bekend!”
4 Pois quem quer ser bem-conhecido não deve esconder o que está fazendo. Já que você faz essas coisas, deixe que todos o conheçam.
5 Zelfs zijn broers geloofden namelijk niet in Hem.
5 Até os irmãos de Jesus não criam nele.
6 Jezus antwoordde: “Mijn moment is nog niet gekomen, maar voor jullie is elk tijdstip goed.
6 Ele respondeu:
7 De wereld kan jullie niet haten, maar ze haat Mij, omdat Ik verklaar dat de dingen die zij doet, slecht zijn.
7 O mundo não pode ter ódio de vocês, mas tem ódio de mim porque eu afirmo que o que o mundo faz é mau.
8 Gaan jullie maar naar het feest. Ik ga niet naar dit feest omdat mijn moment nog niet is gekomen.”
8 Vão vocês à festa, mas eu não vou porque a minha hora ainda não chegou.
9 Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, bleef Hij in Galilea.
9 Jesus disse isso e ficou na Galileia.
10 Maar toen zijn broers naar het feest waren vertrokken, ging Hij zelf ook – onopvallend en in het geheim.
10 Depois que os seus irmãos foram à festa, Jesus também foi, mas fez isso em segredo e não publicamente.
11 Tijdens het feest zochten de Joodse leiders naar Jezus. Ze vroegen: “Waar is Hij?”
11 Os líderes judeus o procuravam na festa e perguntavam: — Onde é que está aquele homem?
12 Onder de mensen werd veel over Hem gefluisterd. Sommigen zeiden: “Hij is een goed mens”. Anderen zeiden: “Welnee, Hij misleidt het volk.”
12 Na multidão havia muita gente comentando sobre ele. Alguns diziam: — Ele é bom. — Não é não; ele engana o povo! — afirmavam outros.
13 Maar uit angst voor de Joodse leiders sprak niemand openlijk over Jezus.
13 Mas ninguém falava abertamente sobre ele porque todos tinham medo dos líderes judeus.
14 Halverwege het feest ging Jezus naar het tempelterrein; daar onderwees Hij.
14 Quando a festa já estava no meio, Jesus foi ao Templo e começou a ensinar.
15 De Joodse leiders verbaasden zich. Ze vroegen: “Hoe weet die Man dat allemaal? Hij heeft geen onderwijs genoten.”
15 Os líderes judeus ficaram muito admirados e diziam: — Como é que ele sabe tanto sem ter estudado?
16 Jezus reageerde: “Mijn onderwijs komt niet van Mijzelf, maar van Degene die Mij heeft gestuurd.
16 Jesus disse:
17 Als iemand ernaar verlangt, te doen wat God wil, zal hij weten of mijn onderwijs van God komt, of dat Ik spreek namens Mijzelf.
17 Quem quiser fazer a vontade de Deus saberá se o meu ensino vem de Deus ou se falo em meu próprio nome.
18 Wie namens zichzelf spreekt, is uit op eer voor zichzelf, maar wie wil dat degene die hem heeft gestuurd de eer krijgt, is oprecht en heeft geen kwaad in de zin.
18 Quem fala em seu próprio nome está procurando ser elogiado. Mas quem quer conseguir louvores para aquele que o enviou, esse é honesto, e não há falsidade nele.
19 Heeft Mozes jullie niet de Wet gegeven? Maar niemand van jullie houdt zich aan de Wet. Waarom willen jullie Mij doden?”
19 Foi Moisés quem deu a
20 De menigte antwoordde: “U heeft een demon in U. Wie probeert U te doden?”
20 A multidão respondeu: — Você está dominado por um demônio! Quem é que está querendo matá-lo?
21 Jezus antwoordde: “Ik heb één bijzondere daad verricht en jullie verbazen je allemaal.
21 Então Jesus disse:
22 Mozes heeft jullie de besnijdenis gegeven – niet dat de besnijdenis van Mozes komt; ze komt van de aartsvaders – en daarom besnijden jullie jongetjes ook op de sabbat.
22 Vocês
23 Maar als iemand op de sabbat wordt besneden om te vermijden dat de Wet van Mozes wordt overtreden, waarom zijn jullie dan boos dat Ik iemand gezond heb gemaakt op de sabbat?
23 Para não deixarem de cumprir a Lei de Moisés, vocês circuncidam um menino, mesmo no sábado. Então por que ficam com raiva de mim quando eu curo completamente uma pessoa no sábado?
24 Stop met oordelen op basis van uiterlijkheden, en oordeel op basis van wat rechtvaardig is.”
24 Parem de julgar pelas aparências e julguem com justiça.
25 Sommige inwoners van Jeruzalem vroegen: “Is dit niet de Man die ze willen doden?
25 Algumas pessoas que moravam em Jerusalém perguntavam: — Não é este o homem que estão querendo matar?
26 Maar kijk, Hij spreekt in het openbaar en ze zeggen er niets van. Zouden de autoriteiten misschien beseffen dat Hij de Messias is?
26 Vejam! Ele está falando em público, e ninguém diz nada contra ele! Será que as autoridades sabem mesmo que ele é o Messias ?
27 Van deze Man weten we echter waar Hij vandaan komt, terwijl niemand weet waar de Messias vandaan komt.”
27 No entanto, quando o Messias vier, ninguém saberá de onde ele é; e nós sabemos de onde este homem vem.
28 Toen Jezus op het tempelterrein aan het onderwijzen was, riep Hij uit: “Jullie weten wie Ik ben en waar Ik vandaan kom. Maar Ik ben niet namens Mijzelf gekomen. Hij die Mij gestuurd heeft, is de waarheid en jullie kennen Hem niet.
28 Quando estava ensinando no pátio do Templo, Jesus disse bem alto:
29 Ik ken Hem, omdat Ik bij Hem vandaan kom; Hij heeft Mij gezonden.”
29 Mas eu o conheço porque venho dele e fui mandado por ele.
30 Toen probeerden ze Hem te arresteren, maar niemand slaagde erin Hem te grijpen, want zijn moment was nog niet gekomen.
30 Então quiseram prender Jesus, mas ninguém fez isso porque a sua hora ainda não tinha chegado.
31 Toch geloofden veel mensen in Hem. Zij zeiden: “Wanneer de Messias komt, zal Hij toch niet meer wonderlijke tekenen verrichten dan deze Man?”
31 Porém muitas pessoas que estavam na multidão creram nele e perguntavam: — Quando o Messias vier, será que vai fazer milagres maiores do que este homem tem feito?
32 De farizeeën hoorden dat de mensen dit over Jezus fluisterden en de hoofdpriesters en farizeeën stuurden tempelwachters om Hem te arresteren.
32 Os fariseus ouviram a multidão comentando essas coisas sobre Jesus, e por isso eles e os chefes dos sacerdotes mandaram guardas para o prenderem.
33 Toen zei Jezus: “Ik zal nog even bij jullie zijn; dan ga Ik terug naar Degene die Mij heeft gestuurd.
33 Jesus disse:
34 Jullie zullen Mij zoeken zonder Mij te vinden en waar Ik dan zal zijn, kunnen jullie niet komen.”
34 Vocês vão me procurar e não vão me achar, pois não podem ir para onde eu vou.
35 De Joodse mensen zeiden tegen elkaar: “Waar zou Hij naartoe gaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Hij zal toch niet naar de Joodse diaspora in het buitenland gaan, om de Grieken te onderwijzen?
35 Então os líderes judeus começaram a comentar: — Para onde será que ele vai que não o poderemos achar? Será que ele vai morar com os judeus que moram no estrangeiro? Será que vai ensinar os não judeus?
36 Wat bedoelde Hij toen Hij zei: ‘Jullie zullen Mij zoeken zonder Mij te vinden en waar Ik dan zal zijn, kunnen jullie niet komen’?”
36 O que será que ele quis dizer quando afirmou: “Vocês vão me procurar e não vão me achar, pois não podem ir para onde eu vou”?
37 Op de laatste en belangrijkste dag van het feest ging Jezus voor de menigte staan en riep Hij uit: “Als iemand dorst heeft, laat hij dan bij Mij komen en drinken.
37 O último dia da festa era o mais importante. Naquele dia Jesus se pôs de pé e disse bem alto:
38 Zoals in de Schriften staat over wie in Mij gelooft: uit zijn binnenste zullen rivieren stromen van water dat leven geeft.”
38 Como dizem as
39 Hij zei dit over de Geest, die de mensen die in Jezus geloofden, zouden ontvangen. De Geest was er echter nog niet, want Jezus was nog niet naar Gods glorie teruggekeerd.
39 Jesus estava falando a respeito do Espírito Santo, que aqueles que criam nele iriam receber. Essas pessoas não tinham recebido o Espírito porque Jesus ainda não havia voltado para a presença gloriosa de Deus.
40 Toen sommige mensen deze woorden hoorden, zeiden ze: “Deze Man is werkelijk de profeet.”
40 Muitas pessoas que ouviram essas palavras afirmavam: — De fato, este homem é o
41 Anderen zeiden: “Hij is de Messias.” Nog anderen zeiden: “De Messias komt toch niet uit Galilea?
41 Outros diziam: — Ele é o E ainda outras pessoas perguntavam: — Mas será que o Messias virá da Galileia?
42 Zeggen de Schriften niet dat de Messias een van de afstammelingen van David zal zijn en uit Betlehem, de woonplaats van David, zal komen?”
42 As Escrituras Sagradas dizem que o Messias será descendente de Davi e vai nascer em Belém, onde Davi morou.
43 Zo ontstond er verdeeldheid onder de mensen over Wie Hij was.
43 Então o povo se dividiu por causa dele.
44 Sommigen probeerden Jezus te arresteren, maar niemand slaagde erin Hem te grijpen.
44 Alguns queriam prender Jesus, mas ninguém fez isso.
45 Toen gingen de tempelwachters terug naar de hoofdpriesters en farizeeën. Die vroegen hen: “Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?”
45 Os guardas voltaram para o lugar onde estavam os chefes dos sacerdotes e os fariseus , e eles perguntaram: — Por que vocês não trouxeram aquele homem?
46 De tempelwachters antwoordden: “Er heeft nog nooit iemand gesproken zoals Hij.”
46 Eles responderam: — Nunca ninguém falou como ele!
47 De farizeeën reageerden: “Heeft Hij jullie misschien ook misleid?
47 Então os fariseus disseram aos guardas: — Será que vocês também foram enganados?
48 Geen van de leiders en geen van de farizeeën gelooft toch in Hem?
48 Por acaso alguma autoridade ou algum fariseu creu nele?
49 Maar deze massa heeft geen besef van de Wet en zij is vervloekt!”
49 Essa gente que não conhece a Lei está amaldiçoada por Deus.
50 Nikodemus, die eerder bij Jezus was geweest en die een van de farizeeën was, vroeg hen:
50 Mas Nicodemos, que era um deles e que certa ocasião havia falado com Jesus, disse:
51 “Volgens onze wetten mag een mens toch niet worden veroordeeld zonder dat hij eerst wordt verhoord en zonder dat wordt onderzocht wat hij heeft gedaan?”
51 — De acordo com a nossa Lei não podemos condenar um homem sem ouvi-lo primeiro e descobrir o que ele fez.
52 Ze antwoordden: “Kom jij soms ook uit Galilea? Ga het maar na, dan zal je ontdekken dat uit Galilea geen profeet kan komen.”
52 — Por acaso você também é da Galileia? — perguntaram eles. — Estude as Escrituras Sagradas e verá que da Galileia nunca surgiu nenhum profeta .
53 Toen ging iedereen naar huis.
53 — ausente —

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 7, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.