João 15

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
1 Jesus disse:
2 Hij verwijdert elke rank aan Mij die geen vrucht draagt. En elke rank die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat deze meer vrucht zou dragen.
2 Todos os ramos que não dão uvas ele corta, embora eles estejam em mim. Mas os ramos que dão uvas ele poda a fim de que fiquem limpos e deem mais uvas ainda.
3 Jullie zijn reeds gesnoeid door de woorden die Ik tot jullie heb gesproken.
3 Vocês já estão limpos por meio dos ensinamentos que eu lhes tenho dado.
4 Blijf met Mij verbonden; dan blijf Ik met jullie verbonden. De rank kan uit zichzelf geen vrucht dragen; dat kan enkel als hij met de wijnstok verbonden blijft. Precies zo kunnen jullie enkel vrucht dragen als je met Mij verbonden blijft.
4 Continuem unidos comigo, e eu continuarei unido com vocês. Pois, assim como o ramo só dá uvas quando está unido com a planta, assim também vocês só podem dar fruto se ficarem unidos comigo.
5 Ik ben de wijnstok; jullie zijn de ranken. Als iemand met Mij verbonden blijft – en Ik met hem – draagt hij veel vrucht, want los van Mij kunnen jullie niets doen.
5 — Eu sou a videira, e vocês são os ramos. Quem está unido comigo e eu com ele, esse dá muito fruto porque sem mim vocês não podem fazer nada.
6 Wie niet met Mij verbonden blijft, is als een rank die wordt weggegooid en die verdort. De weggegooide ranken worden verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
6 Quem não ficar unido comigo será jogado fora e secará; será como os ramos secos que são juntados e jogados no fogo, onde são queimados.
7 Maar als jullie met Mij verbonden blijven en jullie je houden aan hetgeen Ik jullie heb verteld, mogen jullie vragen wat je wil, en het zal gebeuren.
7 Se vocês ficarem unidos comigo, e as minhas palavras continuarem em vocês, vocês receberão tudo o que pedirem.
8 De grootheid van mijn Vader wordt zichtbaar wanneer jullie veel vrucht dragen en daardoor laten zien dat jullie mijn leerlingen zijn.
8 E a natureza
9 Ik heb jullie lief zoals de Vader Mij liefheeft. Blijf verbonden met mijn liefde.
9 Assim como o meu Pai me ama, eu amo vocês; portanto, continuem unidos comigo por meio do meu amor por vocês.
10 Jullie blijven verbonden met mijn liefde door je aan mijn geboden te houden, net zoals Ik met de liefde van mijn Vader verbonden blijf door Me aan zijn geboden te houden.
10 Se obedecerem aos meus mandamentos, eu continuarei amando vocês, assim como eu obedeço aos mandamentos do meu Pai e ele continua a me amar.
11 Ik heb deze dingen tegen jullie gezegd opdat de vreugde die Ik heb, ook in jullie aanwezig zal zijn en opdat jullie vreugde volkomen zal zijn.
11 — Eu estou dizendo isso para que a minha alegria esteja em vocês, e a alegria de vocês seja completa.
12 Mijn gebod voor jullie is: heb elkaar lief op dezelfde manier als Ik jullie heb liefgehad.
12 O meu mandamento é este: amem uns aos outros como eu amo vocês.
13 Er is geen grotere liefde dan dat je je leven geeft voor je vrienden.
13 Ninguém tem mais amor pelos seus amigos do que aquele que dá a sua vida por eles.
14 En jullie zijn mijn vrienden als jullie doen wat Ik jullie opdraag.
14 Vocês são meus amigos se fazem o que eu mando.
15 Ik noem jullie niet langer dienaren, want een dienaar weet niet wat zijn meester doet. Nee, Ik noem jullie vrienden, want Ik heb alles wat Ik van mijn Vader heb vernomen, aan jullie bekendgemaakt.
15 Eu não chamo mais vocês de empregados, pois o empregado não sabe o que o seu patrão faz; mas chamo vocês de amigos, pois tenho dito a vocês tudo o que ouvi do meu Pai.
16 Jullie hebben Mij niet uitgekozen, Ik heb jullie uitgekozen en jullie aangesteld om eropuit te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Dan zal de Vader jullie alles geven wat jullie in mijn naam van Hem vragen.
16 Não foram vocês que me escolheram; pelo contrário, fui eu que os escolhi para que vão e deem fruto e que esse fruto não se perca. Isso a fim de que o Pai lhes dê tudo o que pedirem em meu nome.
17 Ik beveel jullie dus: ga liefdevol met elkaar om.
17 O que eu mando a vocês é isto: amem uns aos outros.
18 Als de wereld jullie haat, besef dan dat ze Mij haatte voordat ze jullie haatte.
18 Jesus continuou:
19 Als jullie bij de wereld zouden horen, zou de wereld van jullie houden omdat jullie van haar zouden zijn. Maar omdat Ik jullie uit de wereld heb uitgekozen, zijn jullie niet van de wereld en haat de wereld jullie.
19 Se vocês fossem do mundo, o mundo os amaria por vocês serem dele. Mas eu os escolhi entre as pessoas do mundo, e vocês não são mais dele. Por isso o mundo odeia vocês.
20 Onthoud wat Ik jullie heb verteld: een slaaf staat niet boven zijn meester. Als de mensen Mij hebben vervolgd, zullen ze ook jullie vervolgen, maar als ze zich hielden aan hetgeen Ik zei, dan zullen ze zich ook houden aan hetgeen jullie zeggen.
20 Lembrem do que eu disse: “O empregado não é mais importante do que o patrão”. Se as pessoas que são do mundo me perseguiram, também perseguirão vocês; se elas obedeceram aos meus ensinamentos, também obedecerão aos ensinamentos de vocês.
21 Dit alles zullen ze jullie aandoen omwille van mijn naam, omdat ze Degene die Mij heeft gestuurd niet kennen.
21 Por causa de mim, essas pessoas vão lhes fazer tudo isso porque não conhecem aquele que me enviou.
22 Ze zouden niet schuldig zijn geweest als Ik niet was gekomen om hen toe te spreken, maar nu hebben ze geen excuus voor hun schuld.
22 Elas não teriam nenhum pecado se eu não tivesse vindo e falado a elas. Mas agora essas pessoas não têm desculpa para o seu pecado.
23 Wie Mij haat, haat ook mijn Vader.
23 Quem me odeia odeia também o meu Pai.
24 Ze zouden niet schuldig zijn geweest als Ik niet te midden van hen de dingen had gedaan die niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben die daden gezien en ze haten zowel Mij als mijn Vader.
24 Se eu não tivesse feito entre elas essas coisas que nenhum outro fez, elas não teriam nenhum pecado. Mas agora viram o que eu fiz e continuam a odiar tanto a mim como o meu Pai.
25 Zo gaat in vervulling wat in hun Wet staat: ‘Ze haatten Mij zonder reden.’
25 Mas isso é para que se cumpra o que está escrito na
26 Wanneer de Raadgever komt die Ik van bij de Vader naar jullie zal sturen – de Geest die van de Vader afkomstig is en die de waarheid brengt – dan zal Hij van Mij getuigen.
26 — Quando chegar o Auxiliador, o Espírito da verdade, que vem do Pai, ele falará a respeito de mim. E sou eu quem enviará esse Auxiliador a vocês da parte do Pai.
27 En ook jullie zullen getuigen, omdat jullie vanaf het begin bij Mij zijn geweest.
27 E vocês também falarão a meu respeito porque estão comigo desde o começo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 15, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.