João 15

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
1 Eu sou a videira verdadeira, e meu Pai é o agricultor.
2 Hij verwijdert elke rank aan Mij die geen vrucht draagt. En elke rank die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat deze meer vrucht zou dragen.
2 Todo ramo que, estando em mim, não der fruto, ele o corta; e todo o que dá fruto limpa, para que produza mais fruto ainda.
3 Jullie zijn reeds gesnoeid door de woorden die Ik tot jullie heb gesproken.
3 Vós já estais limpos pela palavra que vos tenho falado;
4 Blijf met Mij verbonden; dan blijf Ik met jullie verbonden. De rank kan uit zichzelf geen vrucht dragen; dat kan enkel als hij met de wijnstok verbonden blijft. Precies zo kunnen jullie enkel vrucht dragen als je met Mij verbonden blijft.
4 permanecei em mim, e eu permanecerei em vós. Como não pode o ramo produzir fruto de si mesmo, se não permanecer na videira, assim, nem vós o podeis dar, se não permanecerdes em mim.
5 Ik ben de wijnstok; jullie zijn de ranken. Als iemand met Mij verbonden blijft – en Ik met hem – draagt hij veel vrucht, want los van Mij kunnen jullie niets doen.
5 Eu sou a videira, vós, os ramos. Quem permanece em mim, e eu, nele, esse dá muito fruto; porque sem mim nada podeis fazer.
6 Wie niet met Mij verbonden blijft, is als een rank die wordt weggegooid en die verdort. De weggegooide ranken worden verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
6 Se alguém não permanecer em mim, será lançado fora, à semelhança do ramo, e secará; e o apanham, lançam no fogo e o queimam.
7 Maar als jullie met Mij verbonden blijven en jullie je houden aan hetgeen Ik jullie heb verteld, mogen jullie vragen wat je wil, en het zal gebeuren.
7 Se permanecerdes em mim, e as minhas palavras permanecerem em vós, pedireis o que quiserdes, e vos será feito.
8 De grootheid van mijn Vader wordt zichtbaar wanneer jullie veel vrucht dragen en daardoor laten zien dat jullie mijn leerlingen zijn.
8 Nisto é glorificado meu Pai, em que deis muito fruto; e assim vos tornareis meus discípulos.
9 Ik heb jullie lief zoals de Vader Mij liefheeft. Blijf verbonden met mijn liefde.
9 Como o Pai me amou, também eu vos amei; permanecei no meu amor.
10 Jullie blijven verbonden met mijn liefde door je aan mijn geboden te houden, net zoals Ik met de liefde van mijn Vader verbonden blijf door Me aan zijn geboden te houden.
10 Se guardardes os meus mandamentos, permanecereis no meu amor; assim como também eu tenho guardado os mandamentos de meu Pai e no seu amor permaneço.
11 Ik heb deze dingen tegen jullie gezegd opdat de vreugde die Ik heb, ook in jullie aanwezig zal zijn en opdat jullie vreugde volkomen zal zijn.
11 Tenho-vos dito estas coisas para que o meu gozo esteja em vós, e o vosso gozo seja completo.
12 Mijn gebod voor jullie is: heb elkaar lief op dezelfde manier als Ik jullie heb liefgehad.
12 O meu mandamento é este: que vos ameis uns aos outros, assim como eu vos amei.
13 Er is geen grotere liefde dan dat je je leven geeft voor je vrienden.
13 Ninguém tem maior amor do que este: de dar alguém a própria vida em favor dos seus amigos.
14 En jullie zijn mijn vrienden als jullie doen wat Ik jullie opdraag.
14 Vós sois meus amigos, se fazeis o que eu vos mando.
15 Ik noem jullie niet langer dienaren, want een dienaar weet niet wat zijn meester doet. Nee, Ik noem jullie vrienden, want Ik heb alles wat Ik van mijn Vader heb vernomen, aan jullie bekendgemaakt.
15 Já não vos chamo servos, porque o servo não sabe o que faz o seu senhor; mas tenho-vos chamado amigos, porque tudo quanto ouvi de meu Pai vos tenho dado a conhecer.
16 Jullie hebben Mij niet uitgekozen, Ik heb jullie uitgekozen en jullie aangesteld om eropuit te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Dan zal de Vader jullie alles geven wat jullie in mijn naam van Hem vragen.
16 Não fostes vós que me escolhestes a mim; pelo contrário, eu vos escolhi a vós outros e vos designei para que vades e deis fruto, e o vosso fruto permaneça; a fim de que tudo quanto pedirdes ao Pai em meu nome, ele vo-lo conceda.
17 Ik beveel jullie dus: ga liefdevol met elkaar om.
17 Isto vos mando: que vos ameis uns aos outros.
18 Als de wereld jullie haat, besef dan dat ze Mij haatte voordat ze jullie haatte.
18 Se o mundo vos odeia, sabei que, primeiro do que a vós outros, me odiou a mim.
19 Als jullie bij de wereld zouden horen, zou de wereld van jullie houden omdat jullie van haar zouden zijn. Maar omdat Ik jullie uit de wereld heb uitgekozen, zijn jullie niet van de wereld en haat de wereld jullie.
19 Se vós fôsseis do mundo, o mundo amaria o que era seu; como, todavia, não sois do mundo, pelo contrário, dele vos escolhi, por isso, o mundo vos odeia.
20 Onthoud wat Ik jullie heb verteld: een slaaf staat niet boven zijn meester. Als de mensen Mij hebben vervolgd, zullen ze ook jullie vervolgen, maar als ze zich hielden aan hetgeen Ik zei, dan zullen ze zich ook houden aan hetgeen jullie zeggen.
20 Lembrai-vos da palavra que eu vos disse: não é o servo maior do que seu senhor. Se me perseguiram a mim, também perseguirão a vós outros; se guardaram a minha palavra, também guardarão a vossa.
21 Dit alles zullen ze jullie aandoen omwille van mijn naam, omdat ze Degene die Mij heeft gestuurd niet kennen.
21 Tudo isto, porém, vos farão por causa do meu nome, porquanto não conhecem aquele que me enviou.
22 Ze zouden niet schuldig zijn geweest als Ik niet was gekomen om hen toe te spreken, maar nu hebben ze geen excuus voor hun schuld.
22 Se eu não viera, nem lhes houvera falado, pecado não teriam; mas, agora, não têm desculpa do seu pecado.
23 Wie Mij haat, haat ook mijn Vader.
23 Quem me odeia odeia também a meu Pai.
24 Ze zouden niet schuldig zijn geweest als Ik niet te midden van hen de dingen had gedaan die niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben die daden gezien en ze haten zowel Mij als mijn Vader.
24 Se eu não tivesse feito entre eles tais obras, quais nenhum outro fez, pecado não teriam; mas, agora, não somente têm eles visto, mas também odiado, tanto a mim como a meu Pai.
25 Zo gaat in vervulling wat in hun Wet staat: ‘Ze haatten Mij zonder reden.’
25 Isto, porém, é para que se cumpra a palavra escrita na sua lei:
26 Wanneer de Raadgever komt die Ik van bij de Vader naar jullie zal sturen – de Geest die van de Vader afkomstig is en die de waarheid brengt – dan zal Hij van Mij getuigen.
26 Quando, porém, vier o Consolador, que eu vos enviarei da parte do Pai, o Espírito da verdade, que dele procede, esse dará testemunho de mim;
27 En ook jullie zullen getuigen, omdat jullie vanaf het begin bij Mij zijn geweest.
27 e vós também testemunhareis, porque estais comigo desde o princípio.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 15, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.