Hebreus 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 In het verleden heeft God op allerlei verschillende manieren tot onze voorouders gesproken via de profeten.
1 Antigamente, Deus falou, muitas vezes e de muitas maneiras, aos pais, pelos profetas,
2 Maar nu, aan het einde van de tijd, spreekt Hij tot ons door de Zoon, die door Hem is aangesteld tot uiteindelijke eigenaar van alles wat bestaat. Ook heeft Hij door Hem het heelal gemaakt.
2 mas, nestes últimos dias, nos falou pelo Filho, a quem constituiu herdeiro de todas as coisas e pelo qual também fez o universo.
3 De Zoon is de afstraling van Gods luister en de afspiegeling van zijn wezen. Hij onderhoudt alles wat bestaat met zijn krachtig bevel en nadat Hij het mogelijk heeft gemaakt om van onze zonden te worden gereinigd, heeft Hij plaatsgenomen aan de rechterzijde van de allerhoogste Majesteit.
3 O Filho, que é o resplendor da glória de Deus e a expressão exata do seu Ser, sustentando todas as coisas pela sua palavra poderosa, depois de ter feito a purificação dos pecados, assentou-se à direita da Majestade, nas alturas,
4 De Zoon heeft een hogere positie verkregen dan de engelen, en een naam die de hunne overstijgt.
4 tendo-se tornado tão superior aos anjos quanto herdou mais excelente nome do que eles.
5 Immers, tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: “Jij bent mijn Zoon, vandaag heb Ik Je verwekt”, of ook: “Ik zal zijn Vader zijn en Hij zal mijn Zoon zijn”?
5 Pois a qual dos anjos Deus em algum momento disse: “Você é meu Filho, hoje eu gerei você”? E, outra vez: “Eu lhe serei Pai, e ele me será Filho”?
6 Bovendien zei God, toen Hij de Eerstgeboren Zoon naar de wereld stuurde: “Hem moeten al Gods engelen aanbidden.”
6 E, novamente, ao introduzir o Primogênito no mundo, diz: “E todos os anjos de Deus o adorem.”
7 Over de engelen zegt God: “Hij maakt dat zijn engelen zijn als de wind en zijn dienaren als vuurvlammen”,
7 Ainda, quanto aos anjos, diz: “Aquele que a seus anjos faz ventos, e a seus ministros, labareda de fogo.”
8 maar over de Zoon zegt Hij: “Uw troon, o God, houdt stand voor eeuwig en altijd” en: “U heerst in alle rechtvaardigheid over uw koninkrijk.
8 Mas, a respeito do Filho, diz: “O teu trono, ó Deus, é para todo o sempre; cetro de justiça é o cetro do teu reino.
9 U houdt van gerechtigheid en haat wetteloosheid. Daarom, o God, heeft uw God U boven uw metgezellen gesteld en U met vreugde gezalfd als met olie.”
9 Amaste a justiça e odiaste a iniquidade; por isso, Deus, o teu Deus, te ungiu com o óleo de alegria como a nenhum dos teus companheiros.”
10 Ook zegt God: “In het begin legde U, Heer, de fundering van de aarde; ook de hemelen zijn door U gemaakt.
10 Diz ainda: “No princípio, Senhor, lançaste os fundamentos da terra, e os céus são obra das tuas mãos.
11 Zij zullen vergaan, maar U blijft bestaan. Als een kledingstuk zullen ze verslijten.
11 Eles perecerão, mas tu permaneces; todos eles envelhecerão como veste;
12 Als een mantel zal U hen oprollen, als een kledingstuk zullen ze worden verwisseld; maar U blijft altijd dezelfde en er komt geen einde aan uw bestaan.”
12 como manto tu os enrolarás, e, como roupas, serão igualmente mudados. Tu, porém, és o mesmo, e os teus anos jamais terão fim.”
13 Tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: “Neem plaats aan mijn rechterzijde, totdat Ik je vijanden aan je heb onderworpen.”?
13 Ora, a qual dos anjos Deus em algum momento disse: “Sente-se à minha direita, até que eu ponha os seus inimigos por estrado dos seus pés”?
14 Integendeel, alle engelen zijn geesten in dienst van God; ze worden uitgezonden ten behoeve van de mensen die de redding zullen ontvangen.
14 Não são todos eles espíritos ministradores, enviados para serviço a favor dos que hão de herdar a salvação?

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.