Hebreus 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 In het verleden heeft God op allerlei verschillende manieren tot onze voorouders gesproken via de profeten.
1 Havendo Deus, antigamente, falado, muitas vezes e de muitas maneiras, aos pais, pelos profetas, a nós falou-nos, nestes últimos dias, pelo Filho,
2 Maar nu, aan het einde van de tijd, spreekt Hij tot ons door de Zoon, die door Hem is aangesteld tot uiteindelijke eigenaar van alles wat bestaat. Ook heeft Hij door Hem het heelal gemaakt.
2 a quem constituiu herdeiro de tudo, por quem fez também o mundo.
3 De Zoon is de afstraling van Gods luister en de afspiegeling van zijn wezen. Hij onderhoudt alles wat bestaat met zijn krachtig bevel en nadat Hij het mogelijk heeft gemaakt om van onze zonden te worden gereinigd, heeft Hij plaatsgenomen aan de rechterzijde van de allerhoogste Majesteit.
3 O qual, sendo o resplendor da sua glória, e a expressa imagem da sua pessoa, e sustentando todas as coisas pela palavra do seu poder, havendo feito por si mesmo a purificação dos nossos pecados, assentou-se à destra da Majestade, nas alturas;
4 De Zoon heeft een hogere positie verkregen dan de engelen, en een naam die de hunne overstijgt.
4 feito tanto mais excelente do que os anjos, quanto herdou mais excelente nome do que eles.
5 Immers, tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: “Jij bent mijn Zoon, vandaag heb Ik Je verwekt”, of ook: “Ik zal zijn Vader zijn en Hij zal mijn Zoon zijn”?
5 Porque a qual dos anjos disse jamais: Tu és meu Filho, hoje te gerei? E outra vez: Eu lhe serei por Pai, e ele me será por Filho?
6 Bovendien zei God, toen Hij de Eerstgeboren Zoon naar de wereld stuurde: “Hem moeten al Gods engelen aanbidden.”
6 E, quando outra vez introduz no mundo o Primogênito, diz: E todos os anjos de Deus o adorem.
7 Over de engelen zegt God: “Hij maakt dat zijn engelen zijn als de wind en zijn dienaren als vuurvlammen”,
7 E, quanto aos anjos, diz: O que de seus anjos faz ventos e de seus ministros, labareda de fogo.
8 maar over de Zoon zegt Hij: “Uw troon, o God, houdt stand voor eeuwig en altijd” en: “U heerst in alle rechtvaardigheid over uw koninkrijk.
8 Mas, do Filho, diz: Ó Deus, o teu trono subsiste pelos séculos dos séculos, cetro de equidade é o cetro do teu reino.
9 U houdt van gerechtigheid en haat wetteloosheid. Daarom, o God, heeft uw God U boven uw metgezellen gesteld en U met vreugde gezalfd als met olie.”
9 Amaste a justiça e aborreceste a iniquidade; por isso, Deus, o teu Deus, te ungiu com óleo de alegria, mais do que a teus companheiros.
10 Ook zegt God: “In het begin legde U, Heer, de fundering van de aarde; ook de hemelen zijn door U gemaakt.
10 E: Tu, Senhor, no princípio, fundaste a terra, e os céus são obra de tuas mãos;
11 Zij zullen vergaan, maar U blijft bestaan. Als een kledingstuk zullen ze verslijten.
11 eles perecerão, mas tu permanecerás; e todos eles, como roupa, envelhecerão,
12 Als een mantel zal U hen oprollen, als een kledingstuk zullen ze worden verwisseld; maar U blijft altijd dezelfde en er komt geen einde aan uw bestaan.”
12 e, como um manto, os enrolarás, e, como uma veste, se mudarão; mas tu és o mesmo, e os teus anos não acabarão.
13 Tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: “Neem plaats aan mijn rechterzijde, totdat Ik je vijanden aan je heb onderworpen.”?
13 E a qual dos anjos disse jamais: Assenta-te à minha destra, até que ponha os teus inimigos por escabelo de teus pés?
14 Integendeel, alle engelen zijn geesten in dienst van God; ze worden uitgezonden ten behoeve van de mensen die de redding zullen ontvangen.
14 Não são, porventura, todos eles espíritos ministradores, enviados para servir a favor daqueles que hão de herdar a salvação?

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.