Gálatas 3

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Dwaze Galaten, wie heeft jullie betoverd? Er is toch duidelijk aan jullie beschreven hoe Jezus Christus in het openbaar is gekruisigd?
1 Ó gálatas insensatos! Quem foi que os enfeitiçou? Não foi diante dos olhos de vocês que Jesus Cristo foi exposto como crucificado?
2 Ik wil maar één ding van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen omdat jullie de Wet naleven, of gebeurde dat omdat jullie geloven wat jullie hebben gehoord?
2 Quero apenas saber isto: vocês receberam o Espírito pelas obras da lei ou pela pregação da fé?
3 Zijn jullie zo dwaas? Jullie waren begonnen met de Geest, gaan jullie nu eindigen met menselijke inspanningen?
3 Será que vocês são tão insensatos que, tendo começado no Espírito, agora querem se aperfeiçoar na carne?
4 Hebben jullie tevergeefs zoveel doorstaan?
4 Será que vocês sofreram tantas coisas em vão? Se é que, na verdade, foram em vão.
5 Dat was toch niet voor niets? Schenkt God jullie vrijgevig de Geest en doet Hij machtige daden bij jullie omdat jullie de Wet naleven of doet Hij dat omdat jullie geloven wat jullie hebben gehoord?
5 Aquele que lhes concede o Espírito e que opera milagres entre vocês, será que ele o faz pelas obras da lei ou pela pregação da fé?
6 Het is als bij Abraham: hij werd door God rechtvaardig verklaard op grond van zijn geloof.
6 É o caso de Abraão, que “creu em Deus, e isso lhe foi atribuído para justiça”.
7 En jullie moeten begrijpen dat zij die geloven de ware kinderen van Abraham zijn.
7 Saibam, portanto, que os que têm fé é que são filhos de Abraão.
8 De Schriften voorzagen dat God de niet-Joden rechtvaardig zou verklaren op grond van hun geloof, en zij verkondigden vooraf het evangelie aan Abraham. In de Schriften staat immers: “In jou zullen alle volken worden gezegend.”
8 Ora, tendo a Escritura previsto que Deus justificaria os gentios pela fé, preanunciou o evangelho a Abraão, dizendo: “Em você serão abençoados todos os povos.”
9 Samen met Abraham, die geloofde, zijn zij die geloven dus gezegend.
9 De modo que os que têm fé são abençoados com o crente Abraão.
10 Maar zij die rekenen op het naleven van de Wet leven onder een vloek, want in de Schriften staat: “Wie niet voortdurend alle voorschriften naleeft die in de Wet staan, is vervloekt.”
10 Pois todos os que são das obras da lei estão debaixo de maldição, porque está escrito: “Maldito todo aquele que não permanece em todas as coisas escritas no Livro da Lei, para praticá-las.”
11 Het is duidelijk dat niemand rechtvaardig verklaard wordt op grond van de Wet. Immers: “De rechtvaardige zal het leven ontvangen door middel van het geloof”.
11 E é evidente que, pela lei, ninguém é justificado diante de Deus, porque “o justo viverá pela fé”.
12 Bij de Wet komt het niet aan op geloven, maar op “wie zo handelt, zal leven”.
12 Ora, a lei não procede de fé, mas “aquele que observar os seus preceitos por eles viverá”.
13 Christus heeft ons van de vloek van de Wet vrijgekocht door voor ons vervloekt te worden. In de Schriften staat immers: “Ieder die aan een paal hangt, is vervloekt”.
13 Cristo nos resgatou da maldição da lei, fazendo-se ele próprio maldição em nosso lugar — porque está escrito: “Maldito todo aquele que for pendurado em madeiro” —,
14 In Jezus Christus is de zegen van Abraham dus beschikbaar geworden voor de niet-Joden, zodat wij de beloofde Geest ontvangen door ons geloof.
14 para que a bênção de Abraão chegasse aos gentios, em Cristo Jesus, a fim de que recebêssemos, pela fé, o Espírito prometido.
15 Broeders en zusters, ik geef een voorbeeld uit het dagelijks leven. Nadat een menselijk verbond is bekrachtigd, kan het door niemand ongeldig worden verklaard of worden gewijzigd.
15 Irmãos, falo em termos humanos. Ainda que uma aliança seja meramente humana, uma vez ratificada, ninguém a revoga ou lhe acrescenta coisa alguma.
16 De beloften zijn gegeven aan Abraham en zijn afstammeling. Er staat niet “afstammelingen” in het meervoud, maar “aan jouw afstammeling”. Het gaat dus over Christus.
16 Ora, as promessas foram feitas a Abraão e ao seu descendente. Não diz: “e aos descendentes”, como falando de muitos, porém como falando de um só: “e ao seu descendente”, que é Cristo.
17 Ik bedoel dit: het verbond dat voorheen door God was bekrachtigd, is niet ongeldig verklaard door de Wet die 430 jaar later kwam. De belofte is dus niet ongeldig geworden.
17 E digo isto: uma aliança já anteriormente confirmada por Deus não pode ser revogada pela lei, que veio quatrocentos e trinta anos depois, a ponto de anular a promessa.
18 Indien de erfenis wordt gegeven op grond van de Wet, wordt zij niet gegeven op grond van een belofte. God gaf haar echter aan Abraham op grond van een belofte.
18 Porque, se a herança provém de lei, já não decorre de promessa. Mas foi pela promessa que Deus a concedeu gratuitamente a Abraão.
19 Waarvoor dient de Wet dan? Die is aan de belofte toegevoegd om duidelijk te maken wat de overtredingen zijn, totdat de Afstammeling zou komen naar wie die belofte verwees. De Wet is gegeven met behulp van engelen en werd toevertrouwd aan een tussenpersoon.
19 Logo, para que é a lei? Ela foi acrescentada por causa das transgressões, até que viesse o descendente a quem se fez a promessa, e foi promulgada por meio de anjos, pela mão de um mediador.
20 Een tussenpersoon is enkel nodig wanneer er meerdere partijen zijn, terwijl God één is.
20 Ora, o mediador não é de um só, mas Deus é um só.
21 Is de Wet dan in strijd met Gods beloften? Absoluut niet! Als er een wet beschikbaar zou zijn die leven schenkt, dan zou het mogelijk zijn om op grond van die wet met God in het reine te komen.
21 Seria, então, a lei contrária às promessas de Deus? De modo nenhum! Porque, se fosse promulgada uma lei que pudesse dar vida, então a justiça seria, de fato, procedente de lei.
22 De Schrift leert echter dat de hele wereld in de macht van de zonde is. Daarom wordt het beloofde aan de gelovigen geschonken op grond van hun geloof in Jezus Christus.
22 Mas a Escritura encerrou tudo sob o pecado, para que, mediante a fé em Jesus Cristo, a promessa fosse concedida aos que creem.
23 Voordat dit geloof kwam, werden we door de Wet gevangengehouden en bewaakt totdat het geloof geopenbaard zou worden.
23 Mas, antes que viesse a fé, estávamos sob a tutela da lei e nela encerrados, para essa fé que, no futuro, haveria de ser revelada.
24 De Wet hield dus toezicht op ons totdat Christus kwam en we door het geloof met God in het reine konden komen.
24 De maneira que a lei se tornou nosso guardião para nos conduzir a Cristo, a fim de que fôssemos justificados pela fé.
25 Maar nu het geloof is gekomen, staan we niet meer onder dat toezicht.
25 Mas, agora que veio a fé, já não permanecemos subordinados ao guardião.
26 Ieder van jullie is een zoon van God, door het geloof in Christus Jezus.
26 Pois todos vocês são filhos de Deus mediante a fé em Cristo Jesus;
27 Want ieder die gedoopt is om voortaan christen te zijn, leeft nu met Christus.
27 porque todos vocês que foram batizados em Cristo de Cristo se revestiram.
28 Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen Jood en niet-Jood, tussen slaaf en vrij mens, tussen mannelijk en vrouwelijk, want jullie zijn allen op dezelfde wijze met Christus Jezus verbonden.
28 Assim sendo, não pode haver judeu nem grego; nem escravo nem liberto; nem homem nem mulher; porque todos vocês são um em Cristo Jesus.
29 En omdat jullie bij Christus horen, zijn jullie afstammelingen van Abraham en erfgenamen van het beloofde.
29 E, se vocês são de Cristo, são também descendentes de Abraão e herdeiros segundo a promessa.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gálatas 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.