Gálatas 3

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Dwaze Galaten, wie heeft jullie betoverd? Er is toch duidelijk aan jullie beschreven hoe Jezus Christus in het openbaar is gekruisigd?
1 Ó insensatos gálatas! Quem vos fascinou para não obedecerdes à verdade, a vós, perante os olhos de quem Jesus Cristo foi já representado como crucificado?
2 Ik wil maar één ding van jullie weten: hebben jullie de Geest ontvangen omdat jullie de Wet naleven, of gebeurde dat omdat jullie geloven wat jullie hebben gehoord?
2 Só quisera saber isto de vós: recebestes o Espírito pelas obras da lei ou pela pregação da fé?
3 Zijn jullie zo dwaas? Jullie waren begonnen met de Geest, gaan jullie nu eindigen met menselijke inspanningen?
3 Sois vós tão insensatos que, tendo começado pelo Espírito, acabeis agora pela carne?
4 Hebben jullie tevergeefs zoveel doorstaan?
4 Será em vão que tenhais padecido tanto? Se é que isso também foi em vão.
5 Dat was toch niet voor niets? Schenkt God jullie vrijgevig de Geest en doet Hij machtige daden bij jullie omdat jullie de Wet naleven of doet Hij dat omdat jullie geloven wat jullie hebben gehoord?
5 Aquele, pois, que vos dá o Espírito e que opera maravilhas entre vós o faz pelas obras da lei ou pela pregação da fé?
6 Het is als bij Abraham: hij werd door God rechtvaardig verklaard op grond van zijn geloof.
6 É o caso de Abraão, que creu em Deus, e isso lhe foi imputado como justiça.
7 En jullie moeten begrijpen dat zij die geloven de ware kinderen van Abraham zijn.
7 Sabei, pois, que os que são da fé são filhos de Abraão.
8 De Schriften voorzagen dat God de niet-Joden rechtvaardig zou verklaren op grond van hun geloof, en zij verkondigden vooraf het evangelie aan Abraham. In de Schriften staat immers: “In jou zullen alle volken worden gezegend.”
8 Ora, tendo a Escritura previsto que Deus havia de justificar pela fé os gentios, anunciou primeiro o evangelho a Abraão, dizendo: Todas as nações serão benditas em ti.
9 Samen met Abraham, die geloofde, zijn zij die geloven dus gezegend.
9 De sorte que os que são da fé são benditos com o crente Abraão.
10 Maar zij die rekenen op het naleven van de Wet leven onder een vloek, want in de Schriften staat: “Wie niet voortdurend alle voorschriften naleeft die in de Wet staan, is vervloekt.”
10 Todos aqueles, pois, que são das obras da lei estão debaixo da maldição; porque escrito está: Maldito todo aquele que não permanecer em todas as coisas que estão escritas no livro da lei, para fazê-las.
11 Het is duidelijk dat niemand rechtvaardig verklaard wordt op grond van de Wet. Immers: “De rechtvaardige zal het leven ontvangen door middel van het geloof”.
11 E é evidente que, pela lei, ninguém será justificado diante de Deus, porque o justo viverá da fé.
12 Bij de Wet komt het niet aan op geloven, maar op “wie zo handelt, zal leven”.
12 Ora, a lei não é da fé, mas o homem que fizer estas coisas por elas viverá.
13 Christus heeft ons van de vloek van de Wet vrijgekocht door voor ons vervloekt te worden. In de Schriften staat immers: “Ieder die aan een paal hangt, is vervloekt”.
13 Cristo nos resgatou da maldição da lei, fazendo-se maldição por nós, porque está escrito: Maldito todo aquele que for pendurado no madeiro;
14 In Jezus Christus is de zegen van Abraham dus beschikbaar geworden voor de niet-Joden, zodat wij de beloofde Geest ontvangen door ons geloof.
14 para que a bênção de Abraão chegasse aos gentios por Jesus Cristo e para que, pela fé, nós recebamos a promessa do Espírito.
15 Broeders en zusters, ik geef een voorbeeld uit het dagelijks leven. Nadat een menselijk verbond is bekrachtigd, kan het door niemand ongeldig worden verklaard of worden gewijzigd.
15 Irmãos, como homem falo. Se o testamento de um homem for confirmado, ninguém o anula nem lhe acrescenta alguma coisa.
16 De beloften zijn gegeven aan Abraham en zijn afstammeling. Er staat niet “afstammelingen” in het meervoud, maar “aan jouw afstammeling”. Het gaat dus over Christus.
16 Ora, as promessas foram feitas a Abraão e à sua posteridade. Não diz: E às posteridades, como falando de muitas, mas como de uma só: E à tua posteridade, que é Cristo.
17 Ik bedoel dit: het verbond dat voorheen door God was bekrachtigd, is niet ongeldig verklaard door de Wet die 430 jaar later kwam. De belofte is dus niet ongeldig geworden.
17 Mas digo isto: que tendo sido o testamento anteriormente confirmado por Deus, a lei, que veio quatrocentos e trinta anos depois, não o invalida, de forma a abolir a promessa.
18 Indien de erfenis wordt gegeven op grond van de Wet, wordt zij niet gegeven op grond van een belofte. God gaf haar echter aan Abraham op grond van een belofte.
18 Porque, se a herança provém da lei, já não provém da promessa; mas Deus, pela promessa, a deu gratuitamente a Abraão.
19 Waarvoor dient de Wet dan? Die is aan de belofte toegevoegd om duidelijk te maken wat de overtredingen zijn, totdat de Afstammeling zou komen naar wie die belofte verwees. De Wet is gegeven met behulp van engelen en werd toevertrouwd aan een tussenpersoon.
19 Logo, para que é a lei? Foi ordenada por causa das transgressões, até que viesse a posteridade a quem a promessa tinha sido feita, e foi posta pelos anjos na mão de um medianeiro.
20 Een tussenpersoon is enkel nodig wanneer er meerdere partijen zijn, terwijl God één is.
20 Ora, o medianeiro não o é de um só, mas Deus é um.
21 Is de Wet dan in strijd met Gods beloften? Absoluut niet! Als er een wet beschikbaar zou zijn die leven schenkt, dan zou het mogelijk zijn om op grond van die wet met God in het reine te komen.
21 Logo, a lei é contra as promessas de Deus? De nenhuma sorte; porque, se dada fosse uma lei que pudesse vivificar, a justiça, na verdade, teria sido pela lei.
22 De Schrift leert echter dat de hele wereld in de macht van de zonde is. Daarom wordt het beloofde aan de gelovigen geschonken op grond van hun geloof in Jezus Christus.
22 Mas a Escritura encerrou tudo debaixo do pecado, para que a promessa pela fé em Jesus Cristo fosse dada aos crentes.
23 Voordat dit geloof kwam, werden we door de Wet gevangengehouden en bewaakt totdat het geloof geopenbaard zou worden.
23 Mas, antes que a fé viesse, estávamos guardados debaixo da lei e encerrados para aquela fé que se havia de manifestar.
24 De Wet hield dus toezicht op ons totdat Christus kwam en we door het geloof met God in het reine konden komen.
24 De maneira que a lei nos serviu de aio, para nos conduzir a Cristo, para que, pela fé, fôssemos justificados.
25 Maar nu het geloof is gekomen, staan we niet meer onder dat toezicht.
25 Mas, depois que a fé veio, já não estamos debaixo de aio.
26 Ieder van jullie is een zoon van God, door het geloof in Christus Jezus.
26 Porque todos sois filhos de Deus pela fé em Cristo Jesus;
27 Want ieder die gedoopt is om voortaan christen te zijn, leeft nu met Christus.
27 porque todos quantos fostes batizados em Cristo já vos revestistes de Cristo.
28 Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen Jood en niet-Jood, tussen slaaf en vrij mens, tussen mannelijk en vrouwelijk, want jullie zijn allen op dezelfde wijze met Christus Jezus verbonden.
28 Nisto não há judeu nem grego; não há servo nem livre; não há macho nem fêmea; porque todos vós sois um em Cristo Jesus.
29 En omdat jullie bij Christus horen, zijn jullie afstammelingen van Abraham en erfgenamen van het beloofde.
29 E, se sois de Cristo, então, sois descendência de Abraão e herdeiros conforme a promessa.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gálatas 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.