2 Tessalonicenses 2

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Broeders en zusters, wat de komst van onze Heer Jezus Christus en onze vereniging met Hem betreft, vragen wij jullie met aandrang:
1 Ora, irmãos, rogamo-vos, pela vinda de nosso Senhor Jesus Cristo e pela nossa reunião com ele,
2 laat je niet meteen van de wijs brengen of ongerust maken door een profetie, een uitspraak of een brief, zogenaamd van ons, waarin wordt beweerd dat de Dag van de Heer reeds is aangebroken.
2 que não vos movais facilmente do vosso entendimento, nem vos perturbeis, quer por espírito, quer por palavra, quer por epístola, como de nós, como se o Dia de Cristo estivesse já perto.
3 Laat je door niemand misleiden, op welke manier ook, want die dag komt pas nadat eerst de grote opstand tegen God gekomen is en de wetteloze mens verschijnt, die bestemd is voor de hel.
3 Ninguém, de maneira alguma, vos engane, porque não será assim sem que antes venha a apostasia e se manifeste o homem do pecado, o filho da perdição,
4 Hij zal zich keren tegen alles wat als een god beschouwd of vereerd wordt, en zich erboven verheffen. Hij zal zelfs in Gods tempel plaatsnemen en zichzelf tot god uitroepen.
4 o qual se opõe e se levanta contra tudo o que se chama Deus ou se adora; de sorte que se assentará, como Deus, no templo de Deus, querendo parecer Deus.
5 Weten jullie niet meer dat ik dit meermaals aan jullie verteld heb toen ik nog bij jullie was?
5 Não vos lembrais de que estas coisas vos dizia quando ainda estava convosco?
6 Jullie weten wat hem tegenhoudt, waardoor hij pas op de bestemde tijd zal verschijnen.
6 E, agora, vós sabeis o que o detém, para que a seu próprio tempo seja manifestado.
7 De wetteloosheid is reeds in het geheim werkzaam; alleen moet degene die hem tegenhoudt nog vertrekken.
7 Porque já o mistério da injustiça opera; somente há um que, agora, resiste até que do meio seja tirado;
8 Pas dan zal de wetteloze mens verschijnen. En wanneer de Heer komt, zal Hij hem met zijn adem verteren en met zijn luister vernietigen.
8 e, então, será revelado o iníquo, a quem o Senhor desfará pelo assopro da sua boca e aniquilará pelo esplendor da sua vinda;
9 De komst van de grote zondaar is het werk van de satan en zal gepaard gaan met groot machtsvertoon en met valse tekenen en wonderen.
9 a esse cuja vinda é segundo a eficácia de Satanás, com todo o poder, e sinais, e prodígios de mentira,
10 En zij die de waarheid die hen had kunnen redden, niet hebben liefgehad en verwelkomd, zullen dan op allerlei kwaadaardige wijzen worden misleid.
10 e com todo engano da injustiça para os que perecem, porque não receberam o amor da verdade para se salvarem.
11 God zal een krachtige misleiding naar hen toe sturen, zodat ze de leugen gaan geloven.
11 E, por isso, Deus lhes enviará a operação do erro, para que creiam a mentira,
12 En dan zullen allen die de waarheid niet geloven, maar de voorkeur geven aan het kwaad, worden veroordeeld.
12 para que sejam julgados todos os que não creram a verdade; antes, tiveram prazer na iniquidade.
13 Maar voor jullie, door de Heer geliefde broeders en zusters, zijn wij God voortdurend dank verschuldigd, want Hij heeft jullie uitgekozen om als eersten te worden gered, door het zuiverende werk van de Geest en jullie geloof in de waarheid.
13 Mas devemos sempre dar graças a Deus, por vós, irmãos amados do Senhor, por vos ter Deus elegido desde o princípio para a salvação, em santificação do Espírito e fé da verdade,
14 God heeft jullie geroepen door middel van onze verkondiging van het evangelie, opdat jullie zouden mogen delen in de hemelse pracht van onze Heer Jezus Christus.
14 para o que, pelo nosso evangelho, vos chamou, para alcançardes a glória de nosso Senhor Jesus Cristo.
15 Broeders en zusters, wees dus standvastig en blijf bij de leer die wij aan jullie doorgegeven hebben, zowel mondeling als in onze brieven.
15 Então, irmãos, estai firmes e retende as tradições que vos foram ensinadas, seja por palavra, seja por epístola nossa.
16 Wij bidden dat onze Heer Jezus Christus zelf, en God, onze Vader, die ons in zijn genade liefheeft en ons zijn eeuwige troost en goede hoop geeft,
16 E o próprio nosso Senhor Jesus Cristo, e nosso Deus e Pai, que nos amou e em graça nos deu uma eterna consolação e boa esperança,
17 jullie de moed en innerlijke kracht zullen geven om voortdurend het goede te doen en te zeggen.
17 console o vosso coração e vos conforte em toda boa palavra e obra.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Tessalonicenses 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.