2 Tessalonicenses 2

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Broeders en zusters, wat de komst van onze Heer Jezus Christus en onze vereniging met Hem betreft, vragen wij jullie met aandrang:
1 Irmãos, no que diz respeito à vinda de nosso Senhor Jesus Cristo e à nossa reunião com ele, nós vos exortamos
2 laat je niet meteen van de wijs brengen of ongerust maken door een profetie, een uitspraak of een brief, zogenaamd van ons, waarin wordt beweerd dat de Dag van de Heer reeds is aangebroken.
2 a que não vos demovais da vossa mente, com facilidade, nem vos perturbeis, quer por espírito, quer por palavra, quer por epístola, como se procedesse de nós, supondo tenha chegado o Dia do Senhor.
3 Laat je door niemand misleiden, op welke manier ook, want die dag komt pas nadat eerst de grote opstand tegen God gekomen is en de wetteloze mens verschijnt, die bestemd is voor de hel.
3 Ninguém, de nenhum modo, vos engane, porque isto não acontecerá sem que primeiro venha a apostasia e seja revelado o homem da iniquidade, o filho da perdição,
4 Hij zal zich keren tegen alles wat als een god beschouwd of vereerd wordt, en zich erboven verheffen. Hij zal zelfs in Gods tempel plaatsnemen en zichzelf tot god uitroepen.
4 o qual se opõe e se levanta contra tudo que se chama Deus ou é objeto de culto, a ponto de assentar-se no santuário de Deus, ostentando-se como se fosse o próprio Deus.
5 Weten jullie niet meer dat ik dit meermaals aan jullie verteld heb toen ik nog bij jullie was?
5 Não vos recordais de que, ainda convosco, eu costumava dizer-vos estas coisas?
6 Jullie weten wat hem tegenhoudt, waardoor hij pas op de bestemde tijd zal verschijnen.
6 E, agora, sabeis o que o detém, para que ele seja revelado somente em ocasião própria.
7 De wetteloosheid is reeds in het geheim werkzaam; alleen moet degene die hem tegenhoudt nog vertrekken.
7 Com efeito, o mistério da iniquidade já opera e aguarda somente que seja afastado aquele que agora o detém;
8 Pas dan zal de wetteloze mens verschijnen. En wanneer de Heer komt, zal Hij hem met zijn adem verteren en met zijn luister vernietigen.
8 então, será, de fato, revelado o iníquo, a quem o Senhor Jesus matará com o sopro de sua boca e o destruirá pela manifestação de sua vinda.
9 De komst van de grote zondaar is het werk van de satan en zal gepaard gaan met groot machtsvertoon en met valse tekenen en wonderen.
9 Ora, o aparecimento do iníquo é segundo a eficácia de Satanás, com todo poder, e sinais, e prodígios da mentira,
10 En zij die de waarheid die hen had kunnen redden, niet hebben liefgehad en verwelkomd, zullen dan op allerlei kwaadaardige wijzen worden misleid.
10 e com todo engano de injustiça aos que perecem, porque não acolheram o amor da verdade para serem salvos.
11 God zal een krachtige misleiding naar hen toe sturen, zodat ze de leugen gaan geloven.
11 É por este motivo, pois, que Deus lhes manda a operação do erro, para darem crédito à mentira,
12 En dan zullen allen die de waarheid niet geloven, maar de voorkeur geven aan het kwaad, worden veroordeeld.
12 a fim de serem julgados todos quantos não deram crédito à verdade; antes, pelo contrário, deleitaram-se com a injustiça.
13 Maar voor jullie, door de Heer geliefde broeders en zusters, zijn wij God voortdurend dank verschuldigd, want Hij heeft jullie uitgekozen om als eersten te worden gered, door het zuiverende werk van de Geest en jullie geloof in de waarheid.
13 Entretanto, devemos sempre dar graças a Deus por vós, irmãos amados pelo Senhor, porque Deus vos escolheu desde o princípio para a salvação, pela santificação do Espírito e fé na verdade,
14 God heeft jullie geroepen door middel van onze verkondiging van het evangelie, opdat jullie zouden mogen delen in de hemelse pracht van onze Heer Jezus Christus.
14 para o que também vos chamou mediante o nosso evangelho, para alcançardes a glória de nosso Senhor Jesus Cristo.
15 Broeders en zusters, wees dus standvastig en blijf bij de leer die wij aan jullie doorgegeven hebben, zowel mondeling als in onze brieven.
15 Assim, pois, irmãos, permanecei firmes e guardai as tradições que vos foram ensinadas, seja por palavra, seja por epístola nossa.
16 Wij bidden dat onze Heer Jezus Christus zelf, en God, onze Vader, die ons in zijn genade liefheeft en ons zijn eeuwige troost en goede hoop geeft,
16 Ora, nosso Senhor Jesus Cristo mesmo e Deus, o nosso Pai, que nos amou e nos deu eterna consolação e boa esperança, pela graça,
17 jullie de moed en innerlijke kracht zullen geven om voortdurend het goede te doen en te zeggen.
17 consolem o vosso coração e vos confirmem em toda boa obra e boa palavra.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Tessalonicenses 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.