2 Tessalonicenses 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Van: Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan: de kerkgemeenschap in Tessalonica, die toebehoort aan God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus.
1 Paulo, e Silvano, e Timóteo, à igreja dos tessalonicenses, em Deus, nosso Pai, e no Senhor Jesus Cristo:
2 Wij wensen jullie de genade en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus toe.
2 graça e paz a vós, da parte de Deus, nosso Pai, e da do Senhor Jesus Cristo.
3 Broeders en zusters, wij behoren God voortdurend voor jullie te danken. Dat is gepast omdat jullie geloof sterk groeit en de liefde die jullie allen elkaar toedragen, toeneemt.
3 Sempre devemos, irmãos, dar graças a Deus por vós, como é de razão, porque a vossa fé cresce muitíssimo, e o amor de cada um de vós aumenta de uns para com os outros,
4 Wij vertellen fier aan Gods andere kerkgemeenschappen over het volhardende geloof waarmee jullie alle vervolging en verdrukking ondergaan.
4 de maneira que nós mesmos nos gloriamos de vós nas igrejas de Deus, por causa da vossa paciência e fé, e em todas as vossas perseguições e aflições que suportais,
5 Het toont aan dat Gods oordeel rechtvaardig is en dat jullie Gods koninkrijk, waarvoor jullie momenteel lijden, waardig geacht worden.
5 prova clara do justo juízo de Deus, para que sejais havidos por dignos do Reino de Deus, pelo qual também padeceis;
6 God is inderdaad rechtvaardig: Hij zal afrekenen met de mensen die jullie verdrukken, door hen zwaar te straffen.
6 se, de fato, é justo diante de Deus que dê em paga tribulação aos que vos atribulam,
7 En jullie die verdrukking lijden, zullen daarvan worden bevrijd – net als wij – wanneer de Heer Jezus uit de hemel verschijnt met zijn machtige engelen
7 e a vós, que sois atribulados, descanso conosco, quando se manifestar o Senhor Jesus desde o céu, com os anjos do seu poder,
8 en met een laaiend vuur. Dan zal Hij de mensen straffen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.
8 como labareda de fogo, tomando vingança dos que não conhecem a Deus e dos que não obedecem ao evangelho de nosso Senhor Jesus Cristo;
9 Zij zullen bestraft worden met Gods eeuwige straf: ze zullen voor altijd van de aanwezigheid van de Heer en van zijn grote hemelse pracht worden buitengesloten.
9 os quais, por castigo, padecerão eterna perdição, ante a face do Senhor e a glória do seu poder,
10 Dat zal gebeuren op de dag dat Hij komt om te worden verheerlijkt en bewonderd door de mensen die bij Hem horen, door allen die in Hem geloven – ook door jullie, omdat jullie onze getuigenis geloven.
10 quando vier para ser glorificado nos seus santos e para se fazer admirável, naquele Dia, em todos os que creem (porquanto o nosso testemunho foi crido entre vós).
11 Daarom bidden wij voortdurend voor jullie, dat jullie de roeping van onze God waardig zullen zijn, dat Hij al jullie verlangens naar het goede zal waarmaken en dat de daden die jullie uit geloof doen vol van zijn kracht zullen zijn.
11 Pelo que também rogamos sempre por vós, para que o nosso Deus vos faça dignos da sua vocação e cumpra todo desejo da sua bondade e a obra da fé com poder;
12 Dan wordt onze Heer Jezus door jullie geëerd en ontvangen jullie eer van Hem, dankzij de genade van onze God en de Heer Jezus Christus.
12 para que o nome de nosso Senhor Jesus Cristo seja em vós glorificado, e vós nele, segundo a graça de nosso Deus e do Senhor Jesus Cristo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Tessalonicenses 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.