2 Tessalonicenses 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Van: Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan: de kerkgemeenschap in Tessalonica, die toebehoort aan God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus.
1 Paulo, Silvano e Timóteo, à igreja dos tessalonicenses, em Deus, nosso Pai, e no Senhor Jesus Cristo,
2 Wij wensen jullie de genade en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus toe.
2 graça e paz a vós outros, da parte de Deus Pai e do Senhor Jesus Cristo.
3 Broeders en zusters, wij behoren God voortdurend voor jullie te danken. Dat is gepast omdat jullie geloof sterk groeit en de liefde die jullie allen elkaar toedragen, toeneemt.
3 Irmãos, cumpre-nos dar sempre graças a Deus no tocante a vós outros, como é justo, pois a vossa fé cresce sobremaneira, e o vosso mútuo amor de uns para com os outros vai aumentando,
4 Wij vertellen fier aan Gods andere kerkgemeenschappen over het volhardende geloof waarmee jullie alle vervolging en verdrukking ondergaan.
4 a tal ponto que nós mesmos nos gloriamos de vós nas igrejas de Deus, à vista da vossa constância e fé, em todas as vossas perseguições e nas tribulações que suportais,
5 Het toont aan dat Gods oordeel rechtvaardig is en dat jullie Gods koninkrijk, waarvoor jullie momenteel lijden, waardig geacht worden.
5 sinal evidente do reto juízo de Deus, para que sejais considerados dignos do reino de Deus, pelo qual, com efeito, estais sofrendo;
6 God is inderdaad rechtvaardig: Hij zal afrekenen met de mensen die jullie verdrukken, door hen zwaar te straffen.
6 se, de fato, é justo para com Deus que ele dê em paga tribulação aos que vos atribulam
7 En jullie die verdrukking lijden, zullen daarvan worden bevrijd – net als wij – wanneer de Heer Jezus uit de hemel verschijnt met zijn machtige engelen
7 e a vós outros, que sois atribulados, alívio juntamente conosco, quando do céu se manifestar o Senhor Jesus com os anjos do seu poder,
8 en met een laaiend vuur. Dan zal Hij de mensen straffen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.
8 em chama de fogo, tomando vingança contra os que não conhecem a Deus e contra os que não obedecem ao evangelho de nosso Senhor Jesus.
9 Zij zullen bestraft worden met Gods eeuwige straf: ze zullen voor altijd van de aanwezigheid van de Heer en van zijn grote hemelse pracht worden buitengesloten.
9 Estes sofrerão penalidade de eterna destruição, banidos da face do Senhor e da glória do seu poder,
10 Dat zal gebeuren op de dag dat Hij komt om te worden verheerlijkt en bewonderd door de mensen die bij Hem horen, door allen die in Hem geloven – ook door jullie, omdat jullie onze getuigenis geloven.
10 quando vier para ser glorificado nos seus santos e ser admirado em todos os que creram, naquele dia (porquanto foi crido entre vós o nosso testemunho).
11 Daarom bidden wij voortdurend voor jullie, dat jullie de roeping van onze God waardig zullen zijn, dat Hij al jullie verlangens naar het goede zal waarmaken en dat de daden die jullie uit geloof doen vol van zijn kracht zullen zijn.
11 Por isso, também não cessamos de orar por vós, para que o nosso Deus vos torne dignos da sua vocação e cumpra com poder todo propósito de bondade e obra de fé,
12 Dan wordt onze Heer Jezus door jullie geëerd en ontvangen jullie eer van Hem, dankzij de genade van onze God en de Heer Jezus Christus.
12 a fim de que o nome de nosso Senhor Jesus seja glorificado em vós, e vós, nele, segundo a graça do nosso Deus e do Senhor Jesus Cristo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Tessalonicenses 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.