2 Coríntios 10

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Op grond van de zachtmoedigheid en welwillendheid van Christus heb ik – Paulus, die zogezegd timide ben in jullie gezelschap, maar een grote mond heb op afstand – het volgende verzoek voor jullie.
1 E eu mesmo, Paulo, vos rogo, pela mansidão e benignidade de Cristo, eu que, na verdade, quando presente entre vós, sou humilde; mas, quando ausente, ousado para convosco,
2 Wellicht zal ik, wanneer ik bij jullie kom, vrijmoedig en streng moeten optreden tegen sommigen, die van mening zijn dat wij handelen als zondige mensen. Ik wil jullie vragen dat dat niet nodig zal zijn.
2 sim, eu vos rogo que não tenha de ser ousado, quando presente, servindo-me daquela firmeza com que penso devo tratar alguns que nos julgam como se andássemos em disposições de mundano proceder.
3 Want hoewel wij mensen van vlees en bloed zijn, voeren we geen strijd met menselijke middelen.
3 Porque, embora andando na carne, não militamos segundo a carne.
4 De wapens waarmee wij strijden zijn niet menselijk, maar hebben de door God gegeven kracht om verdedigingswerken te vernietigen. Wij halen foute redeneringen onderuit, evenals
4 Porque as armas da nossa milícia não são carnais, e sim poderosas em Deus, para destruir fortalezas, anulando nós sofismas
5 alle barrières die tegen het kennen van God worden opgeworpen. Ook nemen we ieder idee gevangen en dwingen het tot gehoorzaamheid aan Christus.
5 e toda altivez que se levante contra o conhecimento de Deus, e levando cativo todo pensamento à obediência de Cristo,
6 En wanneer jullie volkomen gehoorzaam geworden zijn, staan we gereed om alle andere vormen van ongehoorzaamheid te bestraffen.
6 e estando prontos para punir toda desobediência, uma vez completa a vossa submissão.
7 Zien jullie niet wat er gaande is? Als iemand ervan overtuigd is dat hij Christus toebehoort, laat hij dan bedenken dat ook wij Christus toebehoren, net als hij.
7 Observai o que está evidente. Se alguém confia em si que é de Cristo, pense outra vez consigo mesmo que, assim como ele é de Cristo, também nós o somos.
8 Dus zelfs als ik iets te veel poch over ons gezag – gezag dat de Heer ons heeft toevertrouwd om jullie op te bouwen, niet om jullie af te breken – dan zal ik niet worden beschaamd.
8 Porque, se eu me gloriar um pouco mais a respeito da nossa autoridade, a qual o Senhor nos conferiu para edificação e não para destruição vossa, não me envergonharei,
9 Ik wil niet de indruk wekken dat ik jullie met mijn brieven schrik wil aanjagen.
9 para que não pareça ser meu intuito intimidar-vos por meio de cartas.
10 Er wordt namelijk gezegd: “Zijn brieven zijn wel gewichtig en streng, maar zijn persoonlijk optreden is zwak en zijn spreken is beneden peil.”
10 As cartas, com efeito, dizem, são graves e fortes; mas a presença pessoal dele é fraca, e a palavra, desprezível.
11 Wie zoiets zegt, dient te beseffen dat wanneer we binnenkort bij jullie zijn, we zullen optreden op dezelfde manier als we nu schrijven vanop afstand.
11 Considere o tal isto: que o que somos na palavra por cartas, estando ausentes, tal seremos em atos, quando presentes.
12 Wij durven onszelf niet gelijk te stellen aan bepaalde mensen die zichzelf aanbevelen. We willen ons ook niet met hen vergelijken. Als zij zichzelf als maatstaf nemen en zich dus met zichzelf vergelijken, hebben ze geen inzicht.
12 Porque não ousamos classificar-nos ou comparar-nos com alguns que se louvam a si mesmos; mas eles, medindo-se consigo mesmos e comparando-se consigo mesmos, revelam insensatez.
13 Wij zullen echter niet te veel pochen, maar ons beperken tot het werkgebied dat God ons heeft toebedeeld – en jullie maken daarvan deel uit.
13 Nós, porém, não nos gloriaremos sem medida, mas respeitamos o limite da esfera de ação que Deus nos demarcou e que se estende até vós.
14 Wij gaan onze grenzen niet te buiten. Dat zou wel het geval zijn geweest als we jullie niet hadden bereikt. Maar wij waren als eersten bij jullie met het evangelie van Christus.
14 Porque não ultrapassamos os nossos limites como se não devêssemos chegar até vós, posto que já chegamos até vós com o evangelho de Cristo;
15 Wij gaan niet te ver: wij proberen niet de eer op te strijken van andermans werk. Maar wij hopen dat wanneer jullie geloof toeneemt, ons werk bij jullie nog verder zal groeien.
15 não nos gloriando fora de medida nos trabalhos alheios e tendo esperança de que, crescendo a vossa fé, seremos sobremaneira engrandecidos entre vós, dentro da nossa esfera de ação,
16 Dan zullen wij het evangelie ook verkondigen in verder gelegen gebieden, zonder de eer op te strijken voor hetgeen bereikt is in het werkgebied van een ander.
16 a fim de anunciar o evangelho para além das vossas fronteiras, sem com isto nos gloriarmos de coisas já realizadas em campo alheio.
17 Immers: “Als iemand ergens fier op wil zijn, laat hij dan fier zijn op de Heer.”
17 Aquele, porém, que se gloria, glorie-se no Senhor.
18 Want niet wie zichzelf aanbeveelt heeft de proef doorstaan, maar wie door de Heer wordt aanbevolen.
18 Porque não é aprovado quem a si mesmo se louva, e sim aquele a quem o Senhor louva.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Coríntios 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.