Jeremias 13

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen, en koop u een linnen gordel, en doe dien aan uw lenden, maar breng hem niet in het water.
1 O Senhor Deus me mandou comprar uma roupa de baixo, isto é, um calção novo, e vesti-lo. Mas disse que eu não o lavasse antes.
2 En ik kocht een gordel naar het woord des HEEREN, en ik deed dien aan mijn lenden.
2 Eu fiz o que o Senhor mandou: comprei o calção e vesti.
3 Toen geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:
3 Aí o Senhor falou comigo outra vez. Ele disse:
4 Neem den gordel, dien gij gekocht hebt, die aan uw lenden is, en maak u op, en ga henen naar den Frath, en versteek dien aldaar in de klove ener steenrots.
4 — Vá até o rio Eufrates e esconda o calção num buraco na rocha.
5 Zo ging ik henen, en verstak dien bij den Frath, gelijk als de HEERE mij geboden had.
5 Eu fui e o escondi perto do rio Eufrates, como o Senhor havia mandado.
6 Het geschiedde nu ten einde van vele dagen, dat de HEERE tot mij zeide: Maak u op, ga henen naar den Frath, en neem den gordel van daar, dien Ik u geboden heb aldaar te versteken.
6 Algum tempo depois, o Senhor me disse que voltasse ao rio e apanhasse o calção que ele me havia mandado esconder ali.
7 Zo ging ik naar den Frath, en groef, en nam den gordel van de plaats, alwaar ik dien verstoken had; en ziet, de gordel was verdorven en deugde nergens toe.
7 Voltei lá, procurei e achei o lugar onde o havia escondido. Mas o calção tinha apodrecido e não prestava mais.
8 Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
8 Então o Senhor me falou de novo. Ele disse:
9 Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verderven de hovaardij van Juda, en die grote hovaardij van Jeruzalem.
9 — É assim que eu vou destruir o orgulho do povo de Judá e o grande orgulho de Jerusalém.
10 Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijns harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt.
10 Esse povo mau não quer ouvir o que eu digo e sempre foi teimoso. Eles adoram e seguem outros deuses. Por isso, vão ficar como essa roupa, que não presta mais para nada.
11 Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden eens mans, alzo heb Ik het ganse huis Israels en het ganse huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt de HEERE, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord.
11 E, assim como o calção fica bem justo na cintura, eu gostaria que todo o povo de Israel e de Judá ficasse bem perto de mim. Eu queria que eles fossem o meu povo para darem louvor e glória ao meu nome; mas eles não quiseram me obedecer.
12 Daarom zeg dit woord tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Alle flessen zullen met wijn gevuld worden. Dan zullen zij tot u zeggen: Weten wij niet zeer wel, dat alle flessen met wijn gevuld zullen worden?
12 Deus me disse: — Jeremias, fale ao povo de Israel que eu, o
13 Maar gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal alle inwoners deze lands, zelfs de koningen, die op Davids troon zitten, en de priesters, en de profeten, en alle inwoners van Jeruzalem, opvullen met dronkenschap.
13 Diga-lhes então que eu, o Senhor , vou encher de vinho o povo desta terra até que todos fiquem bêbados: os reis, que são descendentes de Davi, os sacerdotes, os profetas e todo o povo de Jerusalém.
14 En Ik zal hen in stukken slaan, den een tegen den ander, zo de vaders als de kinderen te zamen, spreekt de HEERE; Ik zal niet verschonen noch sparen, noch Mij ontfermen, dat Ik hen niet zou verderven.
14 Então quebrarei todos, tanto os velhos quanto os jovens, como se quebram os jarros que são jogados uns contra os outros. Destruirei essa gente sem dó, sem piedade e sem misericórdia.
15 Hoort en neemt ter ore, verheft u niet; want de HEERE heeft het gesproken.
15 Povo de Israel, é Deus quem está falando. Sejam humildes e prestem atenção.
16 Geeft eer den HEERE, uw God, eer dat Hij het duister maakt, en eer uw voeten zich stoten aan de schemerende bergen; dat gij naar licht wacht, en Hij datzelve tot een schaduw des doods stelle, en tot een donkerheid zette.
16 Confessem os seus pecados ao Senhor , seu Deus, antes que ele faça vir a escuridão, e, no escuro, vocês tropecem nas montanhas. Vocês esperam a luz, mas ele a mudará em sombras escuras, ele a transformará em profunda escuridão.
17 Zult gijlieden dat dan nog niet horen, zo zal mijn ziel in verborgene plaatsen wenen vanwege den hoogmoed, en mijn oog zal bitterlijk tranen, ja, van tranen nederdalen, omdat des HEEREN kudde gevankelijk is weggevoerd.
17 Se vocês não prestarem atenção, eu chorarei em segredo por causa do seu orgulho. Chorarei amargamente, derramarei lágrimas porque o povo de Deus foi levado como prisioneiro.
18 Zeg tot den koning en tot de koningin: Vernedert u, zet u neder; want uw ganse hoofdsieraad, de kroon uwer heerlijkheid, is nedergedaald.
18 Deus me disse mais isto: — Diga ao rei e à mãe do rei que desçam dos seus tronos porque as suas lindas coroas caíram da sua cabeça.
19 De steden van het zuiden zijn toegesloten, en er is niemand, die ze opent; het ganse Juda is weggevoerd, het is geheel en al weggevoerd.
19 As cidades da região sul estão cercadas pelos inimigos, e ninguém pode chegar lá. Todo o povo de Judá foi levado prisioneiro, foram todos levados para fora do país.
20 Hef uw ogen op, en zie, die daar van het noorden komen! waar is de kudde, die u gegeven was, de schapen uwer heerlijkheid?
20 — Olhe, povo de Jerusalém! Os inimigos vêm vindo do Norte! Onde estão as pessoas que foram entregues para que vocês cuidassem delas? Onde está o povo que é o seu lindo rebanho?
21 Wat zult gij zeggen, wanneer Hij bezoeking over u doen zal, daar gij hem geleerd hebt tot vorsten, tot een hoofd over u te zijn; zullen u de smarten niet aangrijpen, als een barende vrouw?
21 O que é que vocês vão dizer quando aqueles que vocês pensavam que eram seus amigos forem colocados acima de vocês, como seus governadores? Vocês vão sentir dores como a mulher que está dando à luz.
22 Wanneer gij dan in uw hart zult zeggen: Waarom zijn mij deze dingen bejegend? Om de veelheid uwer ongerechtigheid, zijn uw zomen ontdekt, en uw hielen hebben geweld geleden.
22 Jerusalém, você pode perguntar a você mesma: “Por que aconteceu isso comigo? Por que arrancaram as minhas roupas? Por que abusaram de mim?” Então fique sabendo que é porque os seus pecados são muitos.
23 Zal ook een Moorman zijn huid veranderen? of een luipaard zijn vlekken? Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen.
23 — Por acaso, um homem preto pode mudar a cor da sua pele ou um leopardo tirar as suas manchas? Se isso fosse possível, vocês, que só sabem fazer o mal, também poderiam aprender a fazer o bem.
24 Daarom zal Ik hen verstrooien als een stoppel, die doorgaat, door een wind der woestijn.
24 Deus os espalhará como a palha que voa quando sopra o vento do deserto.
25 Dit zal uw lot, het deel uwer maten zijn van Mij, spreekt de HEERE; gij, die Mij hebt vergeten, en op leugen vertrouwt.
25 O Senhor Deus disse que esta será a recompensa de vocês; é isso que vão receber porque vocês o esqueceram e confiaram em falsos deuses.
26 Zo zal Ik ook uw zomen ontbloten boven uw aangezicht, en uw schande zal gezien worden.
26 Deus mesmo arrancará as roupas de vocês e os fará passar vergonha.
27 Uw overspelen en uw hunkeringen, de schandelijkheid uws hoerdoms, op heuvelen, in het veld; Ik heb uw verfoeiselen gezien; wee u, Jeruzalem! zult gij niet rein worden? Hoe lang nog na dezen?
27 Deus tem visto vocês fazendo coisas que ele detesta. Como um homem que anda atrás da mulher do seu vizinho, como um cavalo que procura a égua, assim vocês vão atrás de deuses pagãos nas montanhas e nos campos. O povo de Jerusalém está condenado! Quando é que vocês vão se purificar ?

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jeremias 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.