Jeremias 13

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen, en koop u een linnen gordel, en doe dien aan uw lenden, maar breng hem niet in het water.
1 Assim me disse o Senhor : — Vá, compre um cinto de linho e coloque-o em volta da cintura. Não o molhe antes disso.
2 En ik kocht een gordel naar het woord des HEEREN, en ik deed dien aan mijn lenden.
2 Comprei o cinto, segundo a palavra do Senhor , e o pus em volta da cintura.
3 Toen geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:
3 Então, pela segunda vez a palavra do Senhor veio a mim, dizendo:
4 Neem den gordel, dien gij gekocht hebt, die aan uw lenden is, en maak u op, en ga henen naar den Frath, en versteek dien aldaar in de klove ener steenrots.
4 — Pegue o cinto que você comprou e que está em volta de sua cintura, vá até o rio Eufrates e esconda-o ali na fenda de uma rocha.
5 Zo ging ik henen, en verstak dien bij den Frath, gelijk als de HEERE mij geboden had.
5 Fui e escondi o cinto junto ao rio Eufrates, como o Senhor me havia ordenado.
6 Het geschiedde nu ten einde van vele dagen, dat de HEERE tot mij zeide: Maak u op, ga henen naar den Frath, en neem den gordel van daar, dien Ik u geboden heb aldaar te versteken.
6 Passados muitos dias, o Senhor me disse: — Levante-se, vá até o rio Eufrates e pegue o cinto que eu lhe ordenei que escondesse ali.
7 Zo ging ik naar den Frath, en groef, en nam den gordel van de plaats, alwaar ik dien verstoken had; en ziet, de gordel was verdorven en deugde nergens toe.
7 Fui até o rio Eufrates, cavei e tirei o cinto do lugar onde o havia escondido. E eis que o cinto tinha apodrecido e não prestava para nada.
8 Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
8 Então a palavra do Senhor veio a mim, dizendo:
9 Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verderven de hovaardij van Juda, en die grote hovaardij van Jeruzalem.
9 — Assim diz o Senhor : Deste modo farei também apodrecer o orgulho de Judá e o grande orgulho de Jerusalém.
10 Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijns harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt.
10 Este povo mau, que se recusa a ouvir as minhas palavras, que anda segundo a dureza do seu coração e segue outros deuses para os servir e adorar, será tal como este cinto, que não presta para nada.
11 Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden eens mans, alzo heb Ik het ganse huis Israels en het ganse huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt de HEERE, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord.
11 Porque, assim como o cinto se apega à cintura de um homem, assim eu fiz apegar-se a mim toda a casa de Israel e toda a casa de Judá, diz o Senhor , para que me fossem por povo, nome, louvor e glória; mas eles não quiseram ouvir.
12 Daarom zeg dit woord tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israels: Alle flessen zullen met wijn gevuld worden. Dan zullen zij tot u zeggen: Weten wij niet zeer wel, dat alle flessen met wijn gevuld zullen worden?
12 Diga-lhes também esta palavra: — Assim diz o
13 Maar gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal alle inwoners deze lands, zelfs de koningen, die op Davids troon zitten, en de priesters, en de profeten, en alle inwoners van Jeruzalem, opvullen met dronkenschap.
13 Mas você responderá: “Assim diz o Senhor : Eis que eu vou encher de embriaguez todos os moradores desta terra: os reis que se assentam no trono de Davi, os sacerdotes, os profetas e todos os moradores de Jerusalém.
14 En Ik zal hen in stukken slaan, den een tegen den ander, zo de vaders als de kinderen te zamen, spreekt de HEERE; Ik zal niet verschonen noch sparen, noch Mij ontfermen, dat Ik hen niet zou verderven.
14 Eu os farei em pedaços, atirando uns contra os outros, tanto os pais como os filhos, diz o Senhor . Não pouparei, não terei pena, nem terei compaixão deles; nada me impedirá de destruí-los.”
15 Hoort en neemt ter ore, verheft u niet; want de HEERE heeft het gesproken.
15 Ouçam e prestem atenção: não sejam orgulhosos! Porque o
16 Geeft eer den HEERE, uw God, eer dat Hij het duister maakt, en eer uw voeten zich stoten aan de schemerende bergen; dat gij naar licht wacht, en Hij datzelve tot een schaduw des doods stelle, en tot een donkerheid zette.
16 Deem glória ao Senhor , seu Deus, antes que ele faça vir as trevas, antes que os pés de vocês tropecem nos montes tenebrosos e antes que, esperando vocês a luz, ele a mude em sombra de morte e a reduza à escuridão.
17 Zult gijlieden dat dan nog niet horen, zo zal mijn ziel in verborgene plaatsen wenen vanwege den hoogmoed, en mijn oog zal bitterlijk tranen, ja, van tranen nederdalen, omdat des HEEREN kudde gevankelijk is weggevoerd.
17 Mas, se vocês não quiserem ouvir, eu chorarei em segredo por causa do orgulho de vocês. Chorarei amargamente e os meus olhos se desfarão em lágrimas, porque o rebanho do foi levado cativo.
18 Zeg tot den koning en tot de koningin: Vernedert u, zet u neder; want uw ganse hoofdsieraad, de kroon uwer heerlijkheid, is nedergedaald.
18 Diga ao rei e à rainha-mãe: “Humilhem-se e sentem no chão, porque as gloriosas coroas caíram da cabeça de vocês.”
19 De steden van het zuiden zijn toegesloten, en er is niemand, die ze opent; het ganse Juda is weggevoerd, het is geheel en al weggevoerd.
19 As cidades do Sul estão fechadas, e não há ninguém que as abra. Todo o Judá foi levado para o exílio, todos cativos.
20 Hef uw ogen op, en zie, die daar van het noorden komen! waar is de kudde, die u gegeven was, de schapen uwer heerlijkheid?
20 “Levantem os olhos e vejam os que vêm do Norte. Onde está o rebanho que lhe foi confiado, o seu lindo rebanho?
21 Wat zult gij zeggen, wanneer Hij bezoeking over u doen zal, daar gij hem geleerd hebt tot vorsten, tot een hoofd over u te zijn; zullen u de smarten niet aangrijpen, als een barende vrouw?
21 O que você dirá, quando ele puser por cabeça sobre você aqueles a quem você ensinou a ser amigos? Será que você não sentirá dores, como as da mulher que está dando à luz?
22 Wanneer gij dan in uw hart zult zeggen: Waarom zijn mij deze dingen bejegend? Om de veelheid uwer ongerechtigheid, zijn uw zomen ontdekt, en uw hielen hebben geweld geleden.
22 Talvez você se pergunte: ‘Por que me sobrevieram estas coisas?’ Então saiba que foi por causa da multidão de suas maldades que as abas de sua saia foram levantadas e os seus calcanhares sofrem violência.”
23 Zal ook een Moorman zijn huid veranderen? of een luipaard zijn vlekken? Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen.
23 “Será que o etíope pode mudar a sua pele ou o leopardo, as suas manchas? Se fosse possível, também vocês poderiam fazer o bem, estando acostumados a fazer o mal.
24 Daarom zal Ik hen verstrooien als een stoppel, die doorgaat, door een wind der woestijn.
24 Por isso eu os espalharei como a palha que é levada pelo vento do deserto.
25 Dit zal uw lot, het deel uwer maten zijn van Mij, spreekt de HEERE; gij, die Mij hebt vergeten, en op leugen vertrouwt.
25 Esta será a parte que lhe cabe, a porção que reservei para você”, diz o “porque você se esqueceu de mim e confiou em mentiras.
26 Zo zal Ik ook uw zomen ontbloten boven uw aangezicht, en uw schande zal gezien worden.
26 Assim, eu mesmo levantarei as abas de sua saia até a altura do seu rosto, e aparecerão as suas vergonhas.
27 Uw overspelen en uw hunkeringen, de schandelijkheid uws hoerdoms, op heuvelen, in het veld; Ik heb uw verfoeiselen gezien; wee u, Jeruzalem! zult gij niet rein worden? Hoe lang nog na dezen?
27 Tenho visto as suas abominações sobre as colinas e no campo, a saber, os seus adultérios, os seus relinchos e a vergonha da sua prostituição. Ai de você, Jerusalém! Você não vai se purificar? Quanto tempo isso vai durar?”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jeremias 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.