Jó 9

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Maar Job antwoordde en zeide:
1 Então Jó respondeu:
2 Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?
2 “Na verdade, sei que assim é; porque, como pode o mortal ser justo diante de Deus?
3 Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.
3 Se quiser discutir com ele, nem a uma de mil coisas lhe poderá responder.
4 Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?
4 Ele é sábio de coração e grande em poder; quem ousou desafiá-lo e sobreviveu?
5 Die de bergen verzet, dat zij het niet gewaar worden, Die ze omkeert in Zijn toorn;
5 Ele é quem remove os montes, sem que saibam que na sua ira ele os transtorna.
6 Die de aarde beweegt uit haar plaats, dat haar pilaren schudden;
6 Deus remove a terra do seu lugar, e faz as suas colunas estremecerem.
7 Die de zon gebiedt, en zij gaat niet op; en verzegelt de sterren;
7 Ele dá uma ordem ao sol, e este não sai, e sela as estrelas.
8 Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee;
8 Sozinho ele estende os céus e anda sobre as costas do mar.
9 Die den Wagen maakt, den Orion, en het Zevengesternte, en de binnenkameren van het Zuiden;
9 Ele fez a Ursa Maior, o Órion, o Sete-estrelo e as constelações do Sul.
10 Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.
10 Deus faz coisas grandes e insondáveis, e maravilhas que não se podem enumerar.
11 Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.
11 Eis que ele passa por mim, e não o vejo; segue diante de mim, e não o percebo.
12 Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?
12 Eis que arrebata a presa! Quem o pode impedir? Quem lhe dirá: ‘O que estás fazendo?’
13 God zal Zijn toorn niet afkeren; onder Hem worden gebogen de hovaardige helpers.
13 Deus não revogará a sua própria ira; debaixo dele se curvam os ajudantes do monstro Raabe.”
14 Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?
14 “Como então poderei eu responder a ele? Como escolher as minhas palavras, para argumentar com ele?
15 Denwelken ik, zo ik rechtvaardig ware, niet zou antwoorden; mijn Rechter zal ik om genade bidden.
15 Ainda que eu fosse justo, não lhe responderia; pelo contrário, pediria misericórdia ao meu Juiz.
16 Indien ik roep, en Hij mij antwoordt; ik zal niet geloven, dat Hij mijn stem ter ore genomen heeft.
16 Ainda que eu o chamasse e ele me respondesse, nem por isso eu creria que ele deu ouvidos à minha voz.
17 Want Hij vermorzelt mij door een onweder, en vermenigvuldigt mijn wonden zonder oorzaak.
17 Porque me esmaga com uma tempestade e sem motivo multiplica as minhas feridas.
18 Hij laat mij niet toe mijn adem te verhalen; maar Hij verzadigt mij met bitterheden.
18 Não me permite respirar, porque me enche de amargura.
19 Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?
19 Se é uma questão de força, ele é o forte; se é uma questão de justiça, ele dirá: ‘Quem pode me intimar?’
20 Zo ik mij rechtvaardig, mijn mond zal mij verdoemen; ben ik oprecht, Hij zal mij toch verkeerd verklaren.
20 Ainda que eu seja justo, a minha boca me condenará; embora eu seja íntegro, ela me declarará culpado.
21 Ben ik oprecht, zo acht ik toch mijn ziel niet; ik versmaad mijn leven.
21 Eu sou íntegro, mas não me importo comigo, não faço caso da minha vida.
22 Dat is een ding, daarom zeg ik: Den oprechte en den goddeloze verdoet Hij.
22 Para mim, é tudo a mesma coisa; por isso, digo: ele destrói tanto os íntegros como os perversos.
23 Als de gesel haastelijk doodt, bespot Hij de verzoeking der onschuldigen.
23 Se um flagelo mata de repente, ele rirá do desespero dos inocentes.
24 De aarde wordt gegeven in de hand des goddelozen; Hij overdekt het aangezicht harer rechteren; zo niet, wie is Hij dan?
24 A terra está entregue nas mãos dos ímpios, e Deus ainda cobre o rosto dos juízes. Se ele não é o causador disso, quem seria?”
25 En mijn dagen zijn lichter geweest dan een loper; zij zijn weggevloden, zij hebben het goede niet gezien.
25 “Os meus dias são mais velozes do que um corredor; fogem sem ter visto a felicidade.
26 Zij zijn voorbijgevaren met jachtschepen; gelijk een arend naar het aas toevliegt.
26 Passam como barcos de junco, como a águia que se lança sobre a presa.
27 Indien mijn zeggen is: Ik zal mijn klacht vergeten, en ik zal mijn gebaar laten varen, en mij verkwikken;
27 Se eu disser: ‘Vou esquecer a minha queixa, deixarei o meu ar triste e ficarei contente’;
28 Zo schroom ik voor al mijn smarten; ik weet, dat Gij mij niet onschuldig zult houden.
28 ainda assim todas as minhas dores me apavoram, porque bem sei que não me considerarás inocente.
29 Ik zal toch goddeloos zijn; waarom dan zal ik ijdellijk arbeiden?
29 Eu serei condenado; por que, pois, trabalho em vão?
30 Indien ik mij wasse met sneeuwwater, en mijn handen zuivere met zeep;
30 Ainda que me lave com água de neve e purifique as minhas mãos com sabão,
31 Dan zult Gij mij in de gracht induiken, en mijn klederen zullen van mij gruwen.
31 mesmo assim me submergirás no lodo, e as minhas próprias roupas terão nojo de mim.
32 Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.
32 Porque ele não é ser humano, como eu, a quem eu responda, se formos juntos ao tribunal.
33 Er is geen scheidsman tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen mocht.
33 Não há entre nós árbitro que ponha a mão sobre nós dois.
34 Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make;
34 Que ele tire a sua vara de cima de mim, e que o seu terror não me amedronte!
35 Zo zal ik spreken, en Hem niet vrezen; want zodanig ben ik niet bij mij.
35 Então falarei sem o temer; do contrário, eu não estaria em mim.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 9, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.