Jó 40

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:
1 Então o Senhor disse:
2 Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.
2 “Jó, você desafiou a mim, o Deus Todo-Poderoso. Vai desistir ou vai me dar uma resposta?”
3 Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?
3 Então, em resposta ao Senhor , Jó disse:
4 Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?
4 “Eu não valho nada; que posso responder? Prefiro ficar calado.
5 Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
5 Já falei mais do que devia e agora não tenho nada para dizer.”
6 Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!
6 Então, do meio da tempestade, Deus respondeu a Jó assim:
7 Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!
7 “Mostre agora que é valente e responda às perguntas que lhe vou fazer.
8 Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!
8 Será que você está querendo provar que sou injusto, que eu sou culpado, e você é inocente?
9 Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
9 Será que a sua força pode ser comparada com a minha? Será que você pode trovejar com voz tão forte como eu?
10 Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
10 Se você pode, então vista-se de glória e grandeza e enfeite-se com majestade e esplendor.
11 Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.
11 Olhe para todos os orgulhosos; faça explodir a sua raiva contra eles e humilhe-os.
12 Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.
12 Sim, olhe para eles e humilhe-os; esmague os perversos no lugar onde estão.
13 Zijn beenderen zijn als vast koper; zijn gebeenten zijn als ijzeren handbomen.
13 Sepulte-os todos na terra; amarre-os na prisão dos mortos.
14 Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; Die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.
14 Se você fizer isso, eu serei o primeiro a louvá-lo e a reconhecer que você venceu pelas suas próprias forças.
15 Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen al de dieren des velds aldaar.
15 “Olhe para o monstro Beemote, que eu criei, como também criei você. Ele come capim como o boi,
16 Onder schaduwachtige bomen ligt hij neder, in een schuilplaats des riets en des slijks.
16 mas veja quanta força tem e como são poderosos os seus músculos!
17 De schaduwachtige bomen bedekken hem, elkeen met zijn schaduw; de beekwilgen omringen hem.
17 O seu rabo levantado é duro como um galho de cedro, e nos músculos das suas pernas ele tem muita força.
18 Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.
18 Os seus ossos são fortes como canos de bronze, e as suas pernas são como barras de ferro.
19 Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?
19 Ele é a mais espantosa das minhas criaturas. Só eu, o seu Criador, sou capaz de vencê-lo.
20 Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een koord, dat gij laat nederzinken?
20 O capim que o alimenta cresce nas montanhas, onde as feras se divertem.
21 Zult gij hem een bieze in den neus leggen, of met een doorn zijn kaak doorboren?
21 Ele se deita debaixo dos espinheiros e se esconde no brejo, entre as taboas.
22 Zal hij aan u veel smekingen maken? Zal hij zachtjes tot u spreken?
22 Os espinheiros lhe dão sombra; os salgueiros do ribeirão o rodeiam.
23 Zal hij een verbond met u maken? Zult gij hem aannemen tot een eeuwigen slaaf?
23 Se há uma enchente, ele não se assusta; e fica tranquilo mesmo que a água do rio Jordão suba até o seu focinho.
24 Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]
24 Quem é capaz de cegá-lo e agarrá-lo ou de prender o seu focinho numa armadilha?

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 40, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.