Jó 33

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.
1 “Por isso, Jó, escute as minhas palavras e preste atenção em tudo o que vou dizer.
2 Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.
2 Estou pronto para começar e vou falar o que penso.
3 Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.
3 Darei a minha opinião com franqueza; as minhas palavras serão sinceras, vindas do coração.
4 De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen heeft mij levend gemaakt.
4 Pois foi o Espírito de Deus que me fez, e é o sopro do Todo-Poderoso que me dá vida.
5 Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.
5 “Responda-me, se for capaz; prepare-se para discutir comigo.
6 Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
6 Para Deus você e eu somos iguais; eu também fui formado do barro.
7 Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.
7 Por isso, não tenha medo de mim; a minha intenção não é esmagar você.
8 Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;
8 “Creio que ouvi você dizer o seguinte:
9 Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.
9 ‘Não sou culpado; não fiz nada de errado. Estou inocente; não cometi nenhum pecado.
10 Zie, Hij vindt oorzaken tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand.
10 É Deus quem inventa motivos para me atacar; ele me trata como se eu fosse um inimigo.
11 Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar.
11 Ele amarrou os meus pés com correntes e fica vigiando tudo o que eu faço.’
12 Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.
12 “Mas eu lhe digo que você não tem razão, pois Deus é maior do que as criaturas humanas.
13 Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.
13 Por que você acusa Deus, afirmando que ele não dá atenção às nossas queixas?
14 Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.
14 Deus fala de várias maneiras, porém nós não lhe damos atenção.
15 In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger;
15 De noite, na cama, quando dormimos um sono profundo, ele fala por meio de sonhos ou de visões.
16 Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;
16 Deus fala aos nossos ouvidos, e os seus avisos nos enchem de medo.
17 Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;
17 Ele fala com a gente para que deixemos de pecar e para que não nos tornemos orgulhosos.
18 Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.
18 Assim, ele nos livra da morte e não deixa que nos joguem na sepultura.
19 Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;
19 “Outras vezes, Deus castiga com doenças e com fortes dores que não passam.
20 Zodat zijn leven het brood zelf verfoeit, en zijn ziel de begeerlijke spijze;
20 O doente perde o apetite e não quer nem ver as comidas mais gostosas.
21 Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;
21 Ele emagrece, vai se acabando e no fim vira pele e osso.
22 En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.
22 Ele está às portas da morte; logo será levado para a sepultura.
23 Is er dan bij Hem een Gezant, een Uitlegger, een uit duizend, om den mens zijn rechten plicht te verkondigen;
23 “Pode ser que ele venha a ser socorrido por um anjo, um dos milhares de anjos de Deus, que ensinam a gente a fazer o que é certo.
24 Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.
24 O anjo terá pena dele e pedirá a Deus: ‘Solta-o! Ele não deve descer ao Aqui está o pagamento do seu resgate.’
25 Zijn vlees zal frisser worden dan het was in de jeugd; hij zal tot de dagen zijner jonkheid wederkeren.
25 Então ele terá saúde novamente, e o seu corpo será forte como era na juventude.
26 Hij zal tot God ernstiglijk bidden, Die in hem een welbehagen nemen zal, en zijn aangezicht met gejuich aanzien; want Hij zal den mens zijn gerechtigheid wedergeven.
26 Quando orar, Deus o atenderá. Ele o adorará com alegria, e Deus o aceitará de novo como um homem direito.
27 Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;
27 Ele dirá a todos: ‘Pequei, cometi injustiças, mas Deus não me castigou.
28 Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.
28 Ele me salvou da morte; eu ainda posso ver a luz.’
29 Zie, dit alles werkt God tweemaal of driemaal met een man;
29 “Deus faz tudo isso com a gente e faz várias vezes.
30 Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.
30 Ele não deixa que morramos, e assim continuamos a ser iluminados pela luz da vida.
31 Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
31 “Agora, Jó, escute com atenção; fique calado, pois vou falar.
32 Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.
32 Se você tem alguma coisa a dizer, responda, pois eu gostaria de lhe dar razão.
33 Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.
33 Se não, fique calado e escute, que eu lhe ensinarei como ser sábio.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 33, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.