Jó 33

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.
1 “E agora, Jó, escute os meus argumentos e dê ouvidos a todas as minhas palavras.
2 Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.
2 Passo agora a falar; em minha boca fala a língua.
3 Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.
3 Os meus argumentos provam a sinceridade do meu coração, e os meus lábios proferem o puro saber.
4 De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen heeft mij levend gemaakt.
4 O Espírito de Deus me fez, e o sopro do Todo-Poderoso me dá vida.”
5 Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.
5 “Responda-me, se for capaz; prepare os seus argumentos e apresente-se diante de mim.
6 Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
6 Eis que diante de Deus sou igual a você; também eu fui formado do barro.
7 Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.
7 Por isso, não tenha medo de mim; a minha mão não será pesada sobre você.”
8 Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;
8 “Na verdade, você falou diante de mim; eu ouvi o som das suas palavras, dizendo:
9 Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.
9 ‘Estou limpo, sem transgressão; sou puro e não tenho iniquidade.
10 Zie, Hij vindt oorzaken tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand.
10 Eis que Deus procura pretextos contra mim e me considera seu inimigo.
11 Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar.
11 Prendeu os meus pés com correntes e observa todas as minhas veredas.’”
12 Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.
12 “Devo lhe dizer que nisto você não tem razão; porque Deus é maior do que o homem.
13 Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.
13 Por que você discute com ele, afirmando que ele não presta contas de nenhum dos seus atos?
14 Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.
14 Pelo contrário, Deus fala de um modo, sim, de dois modos, mas o homem não atenta para isso.
15 In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger;
15 Em sonho ou em visão de noite, quando o sono profundo cai sobre as pessoas, quando adormecem na cama,
16 Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;
16 então lhes abre os ouvidos e lhes sela a sua instrução,
17 Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;
17 para afastar o ser humano dos seus planos e livrá-lo do orgulho;
18 Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.
18 para guardar a sua alma da cova e a sua vida de passar pela espada.”
19 Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;
19 “Também no seu leito é castigado com dores, com incessante conflito em seus ossos;
20 Zodat zijn leven het brood zelf verfoeit, en zijn ziel de begeerlijke spijze;
20 de modo que abomina o pão, e detesta até a comida mais saborosa.
21 Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;
21 A sua carne, que se via, agora desaparece, e os seus ossos, que não se viam, agora aparecem.
22 En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.
22 A sua alma está perto da morte, e a sua vida se aproxima dos que trazem a morte.”
23 Is er dan bij Hem een Gezant, een Uitlegger, een uit duizend, om den mens zijn rechten plicht te verkondigen;
23 “Se com ele houver um anjo intercessor, um dos milhares, para declarar ao homem o que é certo,
24 Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.
24 então Deus terá misericórdia dele e dirá ao anjo: ‘Livre-o, para que não desça à cova; já achei um resgate para ele.’
25 Zijn vlees zal frisser worden dan het was in de jeugd; hij zal tot de dagen zijner jonkheid wederkeren.
25 Então a sua carne recupera o vigor da infância, e ele volta aos dias da juventude.
26 Hij zal tot God ernstiglijk bidden, Die in hem een welbehagen nemen zal, en zijn aangezicht met gejuich aanzien; want Hij zal den mens zijn gerechtigheid wedergeven.
26 Ele ora a Deus, que se agrada dele; com alegria vê a face de Deus, e Deus lhe restitui a sua justiça.
27 Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;
27 Depois, cantará diante de todos e dirá: ‘Pequei, perverti o direito e não fui punido como merecia.
28 Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.
28 Deus livrou a minha alma de ir para a cova, e a minha vida verá a luz.’”
29 Zie, dit alles werkt God tweemaal of driemaal met een man;
29 “Eis que Deus faz tudo isto duas e três vezes no seu trato com o ser humano,
30 Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.
30 para reconduzir da cova a sua alma e iluminá-lo com a luz dos viventes.”
31 Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.
31 “Agora, Jó, preste atenção e escute o que vou dizer; fique calado, porque vou falar.
32 Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.
32 Se você tem alguma coisa a dizer, diga; fale, porque gostaria de lhe dar razão.
33 Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.
33 Se não, escute o que vou dizer; fique calado, e eu lhe ensinarei a sabedoria.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Jó 33, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.