Isaías 2

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem.
1 Esta é a mensagem a respeito de Judá e de Jerusalém que o Senhor Deus deu a Isaías, filho de Amoz:
2 En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien.
2 No futuro, o monte do Templo do será o mais alto de todos e ficará acima de todos os montes. Os povos de todas as nações irão correndo para lá
3 En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
3 e dirão assim: “Vamos subir o vamos ao Templo do Deus de Israel. Ele nos ensinará o que devemos fazer, e nós andaremos nos seus caminhos. Pois os ensinamentos do do
4 En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.
4 Deus será o juiz das nações, decidirá questões entre muitos povos. Eles transformarão as suas espadas em arados e as suas lanças, em foices. Nunca mais as nações farão guerra, nem se prepararão para batalhas.
5 Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN.
5 Venham, descendentes de Jacó, vamos caminhar na luz que o
6 Maar Gij hebt Uw volk, het huis van Jakob, verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid, meer dan het oosten, en zij zijn guichelaars gelijk de Filistijnen, en aan de kinderen der vreemden tonen zij hun behagen.
6 Ó Deus, tu abandonaste o teu povo, os descendentes de Jacó. Pois o país está cheio de médiuns da Filisteia e de adivinhos que vêm do Oriente. O teu povo segue costumes estrangeiros.
7 En hun land is vervuld met zilver en goud, en hunner schatten is geen einde; hun land is ook vervuld met paarden, en hunner wagenen is geen einde.
7 A terra de Israel está cheia de prata e de ouro; não se pode calcular a sua riqueza, e não é possível contar os seus carros de guerra e cavalos.
8 Ook is hun land vervuld met afgoden; voor het werk hunner handen buigen zij zich neder, voor hetgeen hun vingeren gemaakt hebben.
8 Mas o país está cheio também de imagens! O teu povo se ajoelha diante dessas imagens; eles adoram aquilo que eles mesmos fizeram.
9 Daar bukt zich de gemene man, en de aanzienlijke man vernedert zich; daarom zult Gij het hun niet vergeven.
9 Porém todos serão humilhados e envergonhados. Ó Deus, não os perdoes!
10 Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit.
10 Vão procurar esconderijo nas cavernas! Cavem buracos no chão a fim de escapar da da
11 De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.
11 Virá o dia em que os orgulhosos serão humilhados e os vaidosos serão rebaixados; e somente o
12 Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde;
12 Naquele dia, o Senhor Todo-Poderoso vai humilhar todos os orgulhosos e vaidosos, todos os que pensam que são importantes.
13 En tegen alle hoge en verhevene cederen van Libanon, en tegen alle eiken van Basan;
13 Ele destruirá os altos e majestosos cedros do Líbano e todos os carvalhos da terra de Basã.
14 En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;
14 Ele arrasará todas as montanhas altas e os montes elevados.
15 En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur;
15 Ele derrubará todas as torres altas e as muralhas fortes.
16 En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen.
16 Ele afundará todos os grandes navios e os barcos mais bonitos.
17 En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.
17 Naquele dia, os orgulhosos serão humilhados, e os vaidosos serão rebaixados; somente o
18 En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan.
18 e todas as imagens desaparecerão.
19 Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken.
19 Quando o Senhor aparecer, os moradores da terra ficarão apavorados e fugirão para as cavernas. Eles descerão nos buracos profundos a fim de escapar da ira de Deus, da glória majestosa do
20 In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen;
20 Naquele dia, todos pegarão as imagens de prata e de ouro que eles mesmos fizeram para adorar e as deixarão para os ratos e os morcegos.
21 Gaande in de reten der rotsen en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken.
21 Quando o Senhor aparecer, os moradores da terra ficarão apavorados. Eles fugirão para as cavernas e se meterão nas fendas das rochas a fim de escapar da ira de Deus, da glória majestosa do
22 Laat gijlieden dan af van den mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?
22 Não confiem mais nos seres humanos, pois são mortais! Será que eles valem alguma coisa?

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Isaías 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.