Isaías 2

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem.
1 Palavra que, em visão, veio a Isaías, filho de Amoz, a respeito de Judá e Jerusalém.
2 En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien.
2 Nos últimos dias, o monte do templo do será estabelecido no alto dos montes e se elevará sobre as colinas, e para ele afluirão todas as nações.
3 En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
3 Muitos povos virão e dirão: “Venham, subamos ao monte do e ao templo do Deus de Jacó, para que nos ensine os seus caminhos, e andemos nas suas veredas.” Porque de Sião sairá a lei, e a palavra do
4 En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.
4 Ele julgará entre as nações e corrigirá muitos povos. Estes transformarão as suas espadas em lâminas de arados e as suas lanças, em foices. Nação não levantará a espada contra nação, nem aprenderão mais a guerra.
5 Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN.
5 Venham, ó casa de Jacó, e andemos na luz do
6 Maar Gij hebt Uw volk, het huis van Jakob, verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid, meer dan het oosten, en zij zijn guichelaars gelijk de Filistijnen, en aan de kinderen der vreemden tonen zij hun behagen.
6 Pois, tu, Senhor , abandonaste o teu povo, a casa de Jacó. Porque eles se encheram da corrupção do Oriente, são adivinhos como os filisteus e se associam com os filhos dos estrangeiros.
7 En hun land is vervuld met zilver en goud, en hunner schatten is geen einde; hun land is ook vervuld met paarden, en hunner wagenen is geen einde.
7 A terra de Israel está cheia de prata e de ouro, e não têm fim os seus tesouros. Também está cheia de cavalos, e são incontáveis os seus carros de guerra.
8 Ook is hun land vervuld met afgoden; voor het werk hunner handen buigen zij zich neder, voor hetgeen hun vingeren gemaakt hebben.
8 A terra de Israel também está cheia de ídolos. Eles adoram a obra das suas mãos, aquilo que os seus próprios dedos fizeram.
9 Daar bukt zich de gemene man, en de aanzienlijke man vernedert zich; daarom zult Gij het hun niet vergeven.
9 Com isso, o povo se abate e as pessoas se humilham. Não os perdoes, ó
10 Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit.
10 Entre no meio das rochas e esconda-se no pó, ante o terror do e a glória da sua majestade.
11 De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.
11 Os olhos arrogantes serão abatidos, e a soberba humana será humilhada; só o naquele dia.
12 Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde;
12 Porque o Dia do Senhor dos Exércitos será contra todos os orgulhosos e arrogantes e contra todos os que se exaltam, para que sejam humilhados;
13 En tegen alle hoge en verhevene cederen van Libanon, en tegen alle eiken van Basan;
13 contra todos os cedros do Líbano, altos e imponentes; e contra todos os carvalhos de Basã;
14 En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;
14 contra todos os montes altos e contra todas as colinas elevadas;
15 En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur;
15 contra toda torre alta e contra toda muralha firme;
16 En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen.
16 contra todos os navios de Társis e contra tudo o que é belo à vista.
17 En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.
17 A arrogância das pessoas será abatida, e a soberba humana será humilhada; só o naquele dia.
18 En elkeen der afgoden zal ganselijk vergaan.
18 Os ídolos serão totalmente destruídos.
19 Dan zullen zij in de spelonken der rotsstenen gaan, en in de holen der aarde, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde te verschrikken.
19 Então as pessoas se meterão nas cavernas das rochas e nos buracos da terra, ante o terror do a glória da sua majestade, quando ele se levantar para encher a terra de espanto.
20 In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen;
20 Naquele dia, as pessoas lançarão aos ratos e aos morcegos os seus ídolos de prata e os seus ídolos de ouro, que fizeram para adorar,
21 Gaande in de reten der rotsen en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken.
21 e entrarão nas fendas das rochas e nas cavernas dos penhascos, para fugir do terror do e da glória da sua majestade, quando ele se levantar para encher a terra de espanto.
22 Laat gijlieden dan af van den mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?
22 Afastem-se, pois, do ser humano, que só tem vida enquanto respira. Pois em que ele deve ser estimado?

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Isaías 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.