Isaías 22

Dutch (DUTCH) vs NVT

Sair da comparação
NVT Nova Versão Transformadora
1 De last van het dal des gezichts. Wat is u nu, dat gij altegader op de daken klimt?
1 Recebi esta mensagem acerca de Jerusalém, o vale da Visão: O que está acontecendo? Por que todos correm para os terraços?
2 Gij, die vol van groot gedruis waart, gij woelige stad, gij, vrolijk huppelende stad! Uw verslagenen zijn niet verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd.
2 A cidade inteira está em grande agitação. O que vejo nesta cidade festiva? Há cadáveres por toda parte; não morreram pela espada, nem na batalha.
3 Al uw oversten zijn te zamen weggevlucht; zij zijn van de schutters gebonden, allen, die in u gevonden zijn, zijn samengebonden, zij zijn van verre gevloden.
3 Todos os seus líderes fugiram; renderam-se sem resistir. O povo tentou escapar, mas também foi capturado.
4 Daarom zeg ik: Wendt het gezicht van mij af; laat mij bitterlijk wenen; dringt niet aan, om mij te troosten over de verstoring der dochteren mijns volks.
4 Por isso eu disse: “Deixem-me chorar em paz; não tentem me consolar. Deixem-me chorar por meu povo, enquanto vejo sua destruição”.
5 Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van verwarring van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het dal des gezicht, een dag van ontmuring des muurs, en van geschreeuw naar het gebergte toe.
5 Que dia de grande aflição! Que dia de confusão e terror enviado pelo Soberano S sobre o vale da Visão! Os muros de Jerusalém foram derrubados; lamentos ressoam das encostas dos montes.
6 Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.
6 Os elamitas são arqueiros, com seus carros e cavaleiros; os homens de Quir levantam os escudos.
7 En het zal geschieden, dat uw uitgelezen dalen vol wagenen zullen zijn, en dat de ruiters zich gewisselijk zullen zetten ter poorten aan.
7 Carros de guerra enchem seus lindos vales, cavaleiros atacam seus portões.
8 En hij zal het deksel van Juda ontdekken; en te dien dage zult gij zien naar de wapenen in het huis des wouds.
8 As defesas de Judá foram removidas; vocês correm ao arsenal
9 En gijlieden zult bezien de reten der stad Davids, omdat zij vele zijn; en gij zult de wateren des ondersten vijvers vergaderen.
9 Inspecionam as brechas nos muros de Jerusalém; guardam água no tanque inferior.
10 Gij zult ook de huizen van Jeruzalem tellen; en gij zult huizen afbreken, om de muren te bevestigen.
10 Examinam as casas e derrubam algumas; usam suas pedras para reforçar os muros.
11 Ook zult gij een gracht maken tussen beide de muren, voor de wateren des ouden vijvers; maar gij zult niet opwaarts zien op Dien, Die zulks gedaan heeft, noch aanmerken Dien, Die dat van verre tijden geformeerd heeft.
11 Entre os muros da cidade constroem um reservatório, para guardar a água do tanque velho. Em nenhum momento, pedem ajuda àquele que fez tudo isso; não levam em conta aquele que há muito planejou essas coisas.
12 En te dien dage zal de Heere, de HEERE der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid, en tot omgording des zaks.
12 Naquele dia, o Soberano S enhor dos Exércitos, os chamou para que chorassem e lamentassem. Disse-lhes que raspassem a cabeça e vestissem pano de saco.
13 Maar ziet, er is vreugde en blijdschap met runderen te doden, en schapen te kelen, vlees te eten, en wijn te drinken, en te zeggen: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven.
13 Em vez disso, vocês dançam e brincam; abatem gado e matam ovelhas, comem carne e bebem vinho. Dizem: “Comamos e bebamos, porque amanhã morreremos!”.
14 Maar de HEERE der heirscharen heeft Zich voor mijn oren geopenbaard, zeggende: Indien ulieden deze ongerechtigheid verzoend wordt, totdat gij sterft! zegt de Heere, de HEERE der heirscharen.
14 O S enhor dos Exércitos me revelou o seguinte: “Até o dia em que vocês morrerem, esse terrível pecado não será perdoado. Eu, o Soberano S enhor dos Exércitos, falei!”.
15 Alzo zegt de Heere, de HEERE der heirscharen: Ga heen, ga in tot dien schatmeester, tot Sebna, den hofmeester, en spreek:
15 O Soberano S enhor dos Exércitos me disse: “Confronte Sebna, administrador do palácio, e transmita-lhe esta mensagem:
16 Wat hebt gij hier, of wien hebt gij hier, dat gij u hier een graf uitgehouwen hebt als die zijn graf in de hoogte uithouwt, die een woning voor zich op een rotssteen laat aftekenen?
16 “Quem você pensa que é, e o que está fazendo aqui, construindo uma bela sepultura para si, um monumento no alto da rocha?
17 Zie, de HEERE zal u wegwerpen met een mannelijke wegwerping, en Hij zal u ganselijk overdekken.
17 Pois o S enhor está prestes a lançá-lo para longe, ó homem poderoso! Ele o pegará com firmeza,
18 Hij zal u gewisselijk voortrollen, gelijk men een bal rolt, in een land, wijd van begrip; aldaar zult gij sterven, en aldaar zullen uw heerlijke wagenen zijn, o gij schandvlek van het huis uws heren!
18 o embrulhará como uma bola e o atirará para uma terra distante. Você morrerá naquele lugar, e seus gloriosos carros de guerra lá ficarão. Você é uma vergonha para seu senhor!
19 En Ik zal u afstoten van uw staat, en van uw stand zal Hij u verstoren.
19 “Sim, eu o expulsarei de seu cargo”, diz o S enhor . “Eu o removerei de sua posição.
20 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Mijn knecht, Eljakim, den zoon van Hilkia, roepen zal.
20 Então chamarei meu servo Eliaquim, filho de Hilquias, para ocupar seu lugar.
21 En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal den inwoneren te Jeruzalem en den huize van Juda tot een vader zijn.
21 Vestirei Eliaquim com as roupas oficiais que você usava e lhe darei seu título e autoridade. Ele será como um pai para o povo de Jerusalém e de Judá.
22 En Ik zal den sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.
22 Darei a ele a chave da casa de Davi, o cargo mais elevado da corte. Quando ele abrir portas, ninguém poderá fechá-las; quando fechar portas, ninguém poderá abri-las.
23 En Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats; en hij zal wezen tot een stoel der eer voor het huis zijns vaders.
23 Trará honra ao nome de seus familiares, pois o colocarei firmemente no lugar, como um prego na parede.
24 En men zal aan hem hangen alle heerlijkheid van het huis zijns vaders, der uitspruitelingen en der afkomelingen, ook alle kleine vaten, van de vaten der bekers af, zelfs tot al de vaten der flessen.
24 A família toda dependerá dele, e ele honrará até o membro mais humilde de sua casa.”
25 Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal die nagel, die aan een vaste plaats gestoken was, weggenomen worden; en hij zal afgehouwen worden, en hij zal vallen, en de last, die daaraan is, zal afgesneden worden; want de HEERE heeft het gesproken.
25 Contudo, o S enhor dos Exércitos também disse: “Chegará o dia em que arrancarei o prego que parecia tão firme. Ele será derrubado e cairá no chão. Tudo que nele se apoia cairá com ele. Eu, o S enhor , falei!”.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Isaías 22, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.