Isaías 22

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 De last van het dal des gezichts. Wat is u nu, dat gij altegader op de daken klimt?
1 Sentença contra o vale da Visão. O que aconteceu, para que todo o seu povo esteja subindo aos terraços?
2 Gij, die vol van groot gedruis waart, gij woelige stad, gij, vrolijk huppelende stad! Uw verslagenen zijn niet verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd.
2 Você estava cheia de aclamações, era uma cidade barulhenta, cidade cheia de alegria! Os seus mortos não foram mortos à espada, nem morreram na guerra.
3 Al uw oversten zijn te zamen weggevlucht; zij zijn van de schutters gebonden, allen, die in u gevonden zijn, zijn samengebonden, zij zijn van verre gevloden.
3 Todos os seus chefes fugiram na mesma hora e foram presos sem que fosse atirada uma só flecha. Todos os moradores que foram encontrados foram presos, apesar de já estarem longe na fuga.
4 Daarom zeg ik: Wendt het gezicht van mij af; laat mij bitterlijk wenen; dringt niet aan, om mij te troosten over de verstoring der dochteren mijns volks.
4 Portanto, digo: “Não olhem para mim; deixem-me chorar amargamente. Não insistam em querer consolar-me por causa da ruína da filha do meu povo.”
5 Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van verwarring van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het dal des gezicht, een dag van ontmuring des muurs, en van geschreeuw naar het gebergte toe.
5 Porque este é um dia de tumulto, pisoteamento e alvoroço da parte do Senhor, o no vale da Visão: um derrubar de muralhas e um clamor que vai até os montes.
6 Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.
6 Porque Elão pegou a sua aljava e vem com carros de guerra e cavaleiros; e Quir prepara os escudos.
7 En het zal geschieden, dat uw uitgelezen dalen vol wagenen zullen zijn, en dat de ruiters zich gewisselijk zullen zetten ter poorten aan.
7 Os seus formosos vales se encheram de carros de guerra, e os cavaleiros se posicionaram junto ao portão.
8 En hij zal het deksel van Juda ontdekken; en te dien dage zult gij zien naar de wapenen in het huis des wouds.
8 Foi-se a proteção de Judá. Naquele dia, vocês olharam para as armas da Casa do Bosque.
9 En gijlieden zult bezien de reten der stad Davids, omdat zij vele zijn; en gij zult de wateren des ondersten vijvers vergaderen.
9 Notaram as brechas da Cidade de Davi, que eram muitas, e ajuntaram água no tanque inferior.
10 Gij zult ook de huizen van Jeruzalem tellen; en gij zult huizen afbreken, om de muren te bevestigen.
10 Também contaram as casas de Jerusalém e derrubaram algumas delas, para reforçar a muralha.
11 Ook zult gij een gracht maken tussen beide de muren, voor de wateren des ouden vijvers; maar gij zult niet opwaarts zien op Dien, Die zulks gedaan heeft, noch aanmerken Dien, Die dat van verre tijden geformeerd heeft.
11 Também construíram um reservatório entre as duas muralhas para as águas do tanque velho. Mas vocês não olharam para aquele que fez essas coisas, nem levaram em conta aquele que há muito as formou.
12 En te dien dage zal de Heere, de HEERE der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid, en tot omgording des zaks.
12 Naquele dia, o Senhor, o os convidava para chorar, prantear, rapar a cabeça e vestir roupa feita de pano de saco.
13 Maar ziet, er is vreugde en blijdschap met runderen te doden, en schapen te kelen, vlees te eten, en wijn te drinken, en te zeggen: Laat ons eten en drinken, want morgen zullen wij sterven.
13 Porém, o que se viu era só festa e alegria. Vocês mataram bois, degolaram ovelhas, comeram carne, beberam vinho e disseram: “Comamos e bebamos, porque amanhã morreremos.”
14 Maar de HEERE der heirscharen heeft Zich voor mijn oren geopenbaard, zeggende: Indien ulieden deze ongerechtigheid verzoend wordt, totdat gij sterft! zegt de Heere, de HEERE der heirscharen.
14 Mas o Senhor dos Exércitos me revelou o seguinte: “Certamente essa maldade não será perdoada, até que vocês morram, diz o Senhor, o
15 Alzo zegt de Heere, de HEERE der heirscharen: Ga heen, ga in tot dien schatmeester, tot Sebna, den hofmeester, en spreek:
15 Assim diz o Senhor, o Senhor dos Exércitos: — Vá falar com esse administrador, com Sebna, o responsável pelo palácio, e pergunte-lhe:
16 Wat hebt gij hier, of wien hebt gij hier, dat gij u hier een graf uitgehouwen hebt als die zijn graf in de hoogte uithouwt, die een woning voor zich op een rotssteen laat aftekenen?
16 “O que você está fazendo aqui? Ou que parente você tem aqui, para que abra aqui uma sepultura para você, lavrando num lugar elevado a sua sepultura, escavando na rocha a sua própria morada?
17 Zie, de HEERE zal u wegwerpen met een mannelijke wegwerping, en Hij zal u ganselijk overdekken.
17 Eis que como homem forte o Senhor vai jogar você para bem longe. Ele o pegará com firmeza
18 Hij zal u gewisselijk voortrollen, gelijk men een bal rolt, in een land, wijd van begrip; aldaar zult gij sterven, en aldaar zullen uw heerlijke wagenen zijn, o gij schandvlek van het huis uws heren!
18 e o fará rolar como uma bola, lançando-o numa terra espaçosa. Ali você morrerá, e ali acabarão os carros da sua glória. Pois você é a vergonha da casa do seu senhor.
19 En Ik zal u afstoten van uw staat, en van uw stand zal Hij u verstoren.
19 Eu vou removê-lo do seu ofício, e você será derrubado da sua posição.”
20 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Mijn knecht, Eljakim, den zoon van Hilkia, roepen zal.
20 — Naquele dia, chamarei o meu servo Eliaquim, filho de Hilquias.
21 En Ik zal hem met uw rok bekleden, en Ik zal hem met uw gordel sterken, en uw heerschappij zal Ik in zijn hand geven; en hij zal den inwoneren te Jeruzalem en den huize van Juda tot een vader zijn.
21 Eu o vestirei com a túnica que você usava, irei cingi-lo com a faixa que era sua e lhe entregarei nas mãos o poder que você tinha. Ele será como um pai para os moradores de Jerusalém e para a casa de Judá.
22 En Ik zal den sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten, en hij zal sluiten, en niemand zal opendoen.
22 Porei sobre o ombro dele a chave da casa de Davi. Ele abrirá, e ninguém fechará; fechará, e ninguém abrirá.
23 En Ik zal hem als een nagel inslaan in een vaste plaats; en hij zal wezen tot een stoel der eer voor het huis zijns vaders.
23 Vou fincá-lo como estaca em lugar firme, e ele será como um trono de honra para a casa de seu pai.
24 En men zal aan hem hangen alle heerlijkheid van het huis zijns vaders, der uitspruitelingen en der afkomelingen, ook alle kleine vaten, van de vaten der bekers af, zelfs tot al de vaten der flessen.
24 Nele, pendurarão toda a glória da casa de seu pai, a prole e os descendentes, todos os utensílios menores, desde as taças até os jarros.
25 Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal die nagel, die aan een vaste plaats gestoken was, weggenomen worden; en hij zal afgehouwen worden, en hij zal vallen, en de last, die daaraan is, zal afgesneden worden; want de HEERE heeft het gesproken.
25 Naquele dia, diz o Senhor dos Exércitos, a estaca que tinha sido fincada em lugar firme será tirada, será arrancada e cairá, e a carga que nela estava se desprenderá, porque o Senhor o disse.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Isaías 22, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.